Terzijde

Andere stollingsgesteenten dan basalt.

Op de foto linksboven is sprake van fonoliet, een vulkanisch gesteente dat op La Gomera voorkomt in de rotsformatie die Los Roques vormt. Wat voor gesteente is fonoliet?

Het vulkanisme op de Canarische eilanden is basaltisch van aard. Het magma dat het vulkanisme voedt is door selectieve opsmelting afkomstig uit de aardmantel. Basalt is een zwaar ijzer- en magnesiumrijk gesteente en is meest donker van kleur. Het gesteente komt op alle eilanden veelvuldig voor. Naast basalt vinden we op veel eilanden ook lichtkleuriger gesteenten als fonoliet, trachiet en in een enkel geval zelfs rhyoliet. Deze vulkanieten zijn armer aan donkere mineralen en in deze volgorde in toenemend rijk aan kiezelzuur (SiO2). Deze gesteenten kunnen in dit basaltisch milieu ontstaan als magma in magmakamers onder de vulkanen lange tijd in rust blijft. Zwaardere bestanddelen krijgen zo de gelegenheid naar onderen te zakken, terwijl de lichtere, lees kiezelzuurrijkere, mineralen zich bovenin verzamelen. De scheiding van magma in lichtere en zwaardere bestanddelen noemt men magmadifferentiatie. Dit verschijnsel komt veel voor, ook in magmakamers onder de eilanden van de Canarische eilanden.

Trachiet en fonoliet bezitten vergeleken met rhyoliet minder kiezelzuur, fonoliet zelfs zo weinig dat niet uitsluitend veldspaten gevormd kunnen worden. Het gebrek aan kiezelzuur leidt bij fonoliet tot de vorming van zgn. veldspaatvervangers, foïden genoemd. Een bekend foïdmineraal is nefelien, Dit mineraal komt in sommige zwerfsteensyenieten uit het Oslogebied veel voor (lardaliet, foyaiet). Trachiet is het vulkanische equivalent van het syeniet, fonoliet van nefeliensyeniet. Om nog even bij de zwerfstenen te blijven, fonoliet komt als noordelijke zwerfsteensoort vrijwel niet voor. We kennen het gesteente nog het best onder de naam 'Tinguaiet van Dalarne',  een karakteristiek blauwgroen gekleurd gesteente, vaak met opvallend grote naaldvormige zwarte kristallen van aegerien (=pyroxeen).

Fonoliet komt op de Canarische eilanden betrekkelijk veel voor. Het vormt verspreide voorkomens. De gestolde lavastromen op de hellingen van de vulkaan de Teide op Tenerife bijvoorbeeld, bestaan uit fonoliet. Het gesteente is fijnkorrelig, soms porfierisch door het voorkomen van kleine lichtkleurige eersteling-kristallen van kaliveldspaat. Op het breukvlak bezit fonoliet vaak een typische vetglans. Het gesteente splijt van nature in platte stukken, die bij het aanslaan met de hamer een heldere klank laten horen. Vandaar ook de naam fonoliet (=klanksteen).