Gidsgesteenten

Het landijs heeft in de Saale-ijstijd, zo'n 135.000 jaar geleden na het afsmelten overal in Midden- en Noord-Nederland een laag keileem achtergelaten. Keileem is een taaie leemlaag gletsjerpuin dat  uit een chaotisch mengsel bestaat van klei, zand, grind en een enorme hoeveelheid grote en kleine stenen. Deze stenen noemt men zwerfstenen omdat deze van honderden kilometers ver uit verschillende streken van Scandinavië zijn aangevoerd.  

 

Afbeeldingen van gidsgesteenten

Klik op één van onderstaande links

 

Noord-Zweden

Botnische Golf

Zuidwest-Finland

Aland

Noordoostelijke Oostzee

 

 

Midden-Zweden

Dalarne

Uppland

Oostzee

Zuid-Zweden

Zuidelijke Oostzee

Bornholm

Oslo-gebied

Kustgebied Zuid-Noorwegen

 

Afhankelijk van de herkomst in Scandinavië heeft keileem in Nederland een verschillende samenstelling. Niet alleen de aantallen zwerfstenen variëren, ook het sortiment aan zwerfsteensoorten is niet overal hetzelfde. 

Zwerfstenen van graniet, gneis en zandsteen komen het meest voor. Van een flink aantal zwerfsteensoorten heeft men de herkomst in Scandinavië vast kunnen stellen. Deze zwerfstenen noemt men gidsgesteenten.

 

Keileem is een taaie leemlaag waarin veel zwerfstenen voorkomen - N33 bij Gieten (Dr.)

Het Scandinavische landijs heeft ook veel grote zwerfstenen naar ons land vervoerd - Noordbroek (Gr.)

 

Siljan-graniet - Zwerfsteen van Lieveren (Dr.)

Gneis - Zwerfsteen van Mommark, Als (Dk.)

Zandsteen - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Wat zijn gidsgesteenten?

Gidsgesteenten zijn zwerfstenen, waarvan de herkomst in Scandinavië bekend is. Het herkennen van zwerfstenen gebeurt op basis van mineralogische samenstelling, textuur, kleur en korreling. Iedere zwerfsteen is weer anders. Omdat we met zwerfstenen te maken hebben, waarbij de oorspronkelijke context in de vaste rots geheel verloren is gegaan, is de benadering iets anders dan bij vaste rotsgesteenten.Aan de hand van een aantal specifieke, zeg maar unieke, kenmerken kan bepaald worden of een zwerfsteen een gidsgesteente is. De meerderheid van de Scandinavische zwerfstenen voldoet hier niet aan. Bij het determineren volgt in zo’n geval meestal een generieke naam als (biotiet)graniet, (myloniet)gneis, gabbro, porfier of kwartsietische zandsteen.

 

Biotiet-graniet - Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.)

Myloniet-gneis - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Gabbro - Zwerfsteen van Groningen

 

Doorgaans bezitten alleen granieten en een aantal porfieren (=vulkanieten) voldoende kenmerken om als gidsgesteente te dienen.

Maar lang niet alle zijn geschikt. Een bijkomend probleem is, dat de meeste gesteenten geleidelijk in elkaar over gaan. Vandaar dat bij de inventarisatie van de dijkstenen ook gebruik gemaakt wordt van meer algemene aanduidingen als rapakivigraniet, grijze revsundgraniet, smalandgraniet en dergelijke.

 

Aland-rapakivi - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Alandrapakivi is naast rhombenporfier één van de makkelijkst herkenbare gidsgesteenten. Deze rapakivigraniet komt van de Aland-eilanden in Zuidwest-Finland.

Perniö-graniet - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.)

Perniögranieten komen uit het zuidwesten van Finland. Ze vormen een heterogene groep granieten met een wisselend uiterlijk. Vaak bevatten ze rode granaat.

Grijze Revsund-graniet - Zwerfsteen van Haddorf (Dld.)

Dit is een gidsgesteente uit Noord-Zweden. Het is een sterk porfirische graniet met grote tabletvormige, grijswitte kaliveldspaten en geelwitte plagioklazen. Kwarts vormt onregelmatige grijze klodders. Het zwarte mineraal is voornamelijk biotiet. Het gesteente bevat soms kristallen van rode granaat.

 

Dala kwarts-porfier - Zwerfsteen van Sellingerbeetse (Gr.)

Filipstad-graniet - Zwerfsteen van Haddorf (Dld.).

Nordmarkiet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

 

Metamorfe en sedimentaire zwerfstenen zijn in de meeste gevallen ongeschikt als gidsgesteente. De kenmerken variëren te sterk en hun voorkomen in Zweden en Finland is meestal niet tot één locatie beperkt. Diabaas en andere ijzer- en magnesiumrijke zwerfstenen als basalt en gabbro vormen evenmin geschikte gidsgesteenten. Wel kunnen sommige van deze gesteenten behulpzaam zijn om een al aanwezige indruk van herkomst van een gezelschap zwerfstenen te versterken. Dergelijke zwerfstenen noemt men statistische gidsgesteenten.

 

Kinne-diabaas - Zwerfsteen van Weissenhaus (Dld.)

Kalmarsund-zandsteen - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Zandsteen met levenssporen (Diplocraterion) - Zwerfsteen van Grollo (Dr.)

 

Gidsgesteenten zijn niet gelijkmatig over Noord-Nederland verdeeld. In Friesland en West-Drenthe komen andere soorten voor dan in het Hondsruggebied in Oost-Drenthe. In het Hondsruggebied vinden we vooral zwerfsteensoorten uit Zuidwest-Finland, de Botnische Golf en Noord-Zweden. In Friesland en West-Drenthe daarentegen worden vooral zwerfsteensoorten gevonden die afkomstig zijn uit Midden- en Zuid-Zweden en het zuidelijke Oostzeegebied.

De aanwezigheid van gidsgesteenten en het soortenspectrum daarvan is van essentieel belang bij het bepalen van de herkomst in Scandinavië. Reconstructies van vergletsjeringsfasen in ons land worden in belangrijke mate door tellingen van gidsgesteenten ondersteund.

 

Op onderstaande kaart zijn de belangrijkste herkomstgebieden van gidsgesteenten aangegeven. Het is de indeling die de Duitse geoloog en petroloog Julius Hesemann in de vorige eeuw heeft geïntroduceerd. Scandinavië wordt in vier herkomstgebieden verdeeld. De indeling van Hesemann is bij het zwerfsteenonderzoek nog steeds leidend.



De vier herkomstgebieden zijn:

1. Noord-Zweden, Botnische Golf, Zuidwest-Finland,  Aland en de Noordoostelijke Oostzee

2. Midden-Zweden met de provincies Dalarne, Uppland en het aangrenzend gedeelte van de Oostzee

3. Zuid-Zweden, Zuidelijke Oostzee, inclusief het Deense eiland Bornholm en omgeving.

4. Oslogebied-Noorwegen. Hierbij wordt de Kuststreek van Zuid-Noorwegen tot Kristiansand meegenomen.