Lemland-graniet

Met zijn 1770 miljoen jaar is Lemland-graniet iets ouder dan de rapakivi-graniet op Aland, waar hij als het ware door omgeven wordt. Het is een lichtbruine tot vlees- en soms leverkleurige, porfierische graniet met veldspaattabletten die wel tot 6cm groot kunnen worden. Lemland-graniet vormt een 3 bij 13 km groot voorkomen in het zuiden van Aland. Hoewel zo genoemd, komt het gesteente niet in landstreek Lemland voor. Wel op een aantal eilandjes voor de kust.

‚ÄčLemland-graniet is een zwerfsteensoort die je aanvankelijk niet direct herkent, maar toch opraapt om zijn uiterlijk. Samen met de verwante Mosshaga-en Ava-graniet vormen deze drie granieten kleine voorkomens aan de randen van het rapakivi-gebied van Aland in Zuidwest-Finland. Als zwerfsteen is Lemland-graniet al langer bekend. Vergelijking met gesteentemonsters die op Aland zijn verzameld, leverden een aantal zwerfsteenvondsten op, die in het Hondsruggebied waren opgeraapt.

Onverweerde keileemvondsten vallen weinig op. Alleen in nat/vochtige toestand valt de porfierische structuur en eigenaardige kleur van het gesteente op. Zwerfstenen herinneren nog het meest aan een ietwat afwijkend type, porfierische rapakivi-graniet zonder plagioklaasringen. In verweerde toestand, zoals ze vaak op de meer zuidelijker delen van de Hondsrug uit de bodem te voorschijn komen, zijn daarentegen goed herkenbaar aan de kaliveldspaattabletten en de talrijke witte plagioklazen. Deze laatste vormen, samen met kwarts en biotiet een grove grondmassa tussen de talrijke rechthoekige eerstelingen van kaliveldspaat.

 

Waaraan is lemland-graniet te herkennen?

In zijn bekendste vorm is het een grootkorrelige, porfierische graniet met centimeters grote, rechthoekige kaliveldspaattabletten en veel bruinrode plagioklaas. De eerstelingen zijn in meer of mindere mate parallel aan elkaar gerangschikt. Dit doet Lemlandgraniet soms herinneren aan Perniögraniet. Afhankelijk van verweringsgraad en bleking aan de buitenzijde, zijn zwerfstenen van Lemlandgraniet bruinrood,roodbruin, (licht) leverbruin grijsrood tot licht grijsbruin. De kleur van het gesteente wordt voornamelijk veroorzaakt door kaliveldspaat, die in de vorm van tot 6cm lange, slanke, soms meer gedrongen eerstelingen talrijk in het gesteente aanwezig zijn.

Op het verse breukvlak is kaliveldspaat roodbruin tot leverbruin van kleur. De eerstelingen vormen dikwijls Karlsbader tweelingen. Ook zien we dat de kaliveldspaten grof perthietisch zijn. De lichtkleurige albietadertjes en dito vlekjes lopen parallel aan elkaar. Bij sommige zwerfstenen zijn de kaliveldspaten door de perthiet ietwat gevlekt of opvallend gelijkmatig geöriënteerd dooraderd. Soms zijn de kaliveldspaattabletten meer gedrongen; dit laatste is vooral afhankelijk van de hoek waaronder de eerstelingen zijn aangesneden.

De ruimte tussen de grote kaliveldspaten wordt opgevuld door een grofkorrelige grondmassa van kaliveldspaat, plagioklaas en grijze kwarts. Vooral de plagioklaas valt op. Het mineraal vormt kleine en grotere, soms samengeklonterde hoekige kristallen. Aan de buitenzijde kleuren de plagioklazen door verwering wit, op het verse breukvlak daarentegen zijn ze vaak roodbruin of geelgroen. Dit laatste is bij de meerderheid van de vondsten in het Hondsrug-gebied het geval. Door hematiet gekleurde roodbruine plagioklaas is duidelijk donkerder dan de kaliveldspaat, iets dat we ook in sommige rapakivigranieten terugzien. Normaal gesproken is dit net andersom. Van beide veldspaatsoorten is plagioklaas meestal het lichtst getint. De plagioklaaskristallen bezitten vaak hun eigen vorm (idiomorf). Dit mineraal komt ook ingesloten voor in de grote kaliveldspaten. Kwarts komt voor als grijze tot grijsbruine korrels die veelal tot aggregaten verenigd zijn. Hier en daar zijn grotere kwartsindividuen aanwezig. Donkere mineralen zijn weinig aanwezig.

Tot dusver ging het vrijwel uitsluitend om kleine zwerfstenen. Grote zwerfstenen van Lemland-graniet waren onbekend, tot onlangs in de keientuin in Borger een zwerfblok van deze graniet ontdekt werd, gevolgd door een tweede, iets kleiner exemplaar. Het zwerfblok is een kleine kubieke meter groot. De steen werd aanvankelijk niet herkend door aanhechtend vuil, leem en zand, maar viel op door zijn porfierische structuur op. Het is een prachtige porfierische graniet. Aan de buitenzijde is van bruinrode plagioklaas niets te bespeuren. Door verwering kleurt het mineraal hagelwit. Ook de grote kaliveldspaten zijn door verwering bleker van tint dan op het breukvlak. Niettemin komen de kenmerken overeen met Lemland-graniet.

Voorkomen en ouderdom

Lemland-graniet vormt een kleine batholiet van ongeveer 3 bij 10 km aan de rand van het rapakivi-massief van Aland. zuidelijk van de plaats Mariehamn in het gebied van de Västerfjärden. Het gesteente is op de eilanden Natö, Bergö, Svinö en Järsö fraai ontsloten. Het granietvoorkomen is door een smalle zone van oudere Svecofennidische gesteenten van de rapakivi-graniet gescheiden. Hoewel zwerfstenen van Lemlandgraniet oppervlakkig gezien aan rapakivi-graniet herinneren en ook wel aan bepaalde vormen van de Zuid-Finse Perniögraniet, is deze graniet daaraan niet verwant. Lemland-graniet doorbreekt het oudere grondgebergte en is ook ouder dan de rapakivi-graniet.

De suggestie dat het bij deze graniet wellicht om een dieper gelegen structuurtype van Aland-rapakivi zou gaan, is evenmin niet houdbaar gebleken. Deze veronderstelling volgend zou Aland-rapakivi met zijn plagioklaasringen het gesteentetype zijn dat meer de perifere delen van het rapakivi-massief vormt. Dat het bij Lemland-graniet om een ander type graniet gaat, bewijzen de talrijke pegmatiet- en apliet/granofiergangen die de oudere gesteenten op de eilanden voor de kust kriskras doorsnijden. In rapakivi-graniet ontbreken pegmatieten op een enkele uitzondering na geheel.

Van Lemland-graniet wordt tot dusver alleen het opvallende, porfierische type als gidsgesteente onderscheiden. Toch is dit niet terecht. Deze graniet toont verschillende structuurvarianten. Porfierische, grootkorrelige, ongelijkkorrelige en ook gelijk- en tevens kleinkorrelige typen wisselen elkaar af. Daarnaast is er dan ook nog Lemland-pegmatiet, dito apliet en granofier. Van deze structuurtypen zijn op de Hondsrug in de loop van de tijd verschillende zwerfstenen gevonden, hoewel de porfierische vorm het meest opvalt. Uitgaande van het hoofdtype leert men haast vanzelf ook de andere, afwijkende verschijningsvormen herkennen.