Hoornblende en augiet

In zwerfstenen komen naast biotiet ook nog andere zwarte of zwartgroene mineralen voor. De belangrijkste zijn wel hoornblende, augiet en toermalijn.
 

Op biotiet na komt hoornblende als donker bestanddeel het meest in zwerfstenen voor, meer nog dan augiet, dat er overigens veel op lijkt. We vinden hoornblende in o.m. graniet, granodioriet, dioriet, maar ook in gabbro, basalt en soms zelfs in pegmatiet. Daarnaast komt hoornblende in kleine kristallen voor in allerlei porfieren. Ook in metamorfe gesteenten is hoornblende een belangrijk mineraal. In amfiboliet is het zelfs het hoofdbestanddeel. Ook hoornblendegneis is rijk aan zwarte hoornblende.

 

Hoornblende-gneis - Zwerfsteen van Groningen

Het zwart-wit gestreepte gesteente bestaat uit zwarte hoornblende en witte plagioklaas. Afhankelijk van het percentage veldspaat in het gesteente hanteert men namen als hoornblendegneis of amfiboliet. Is meer veldspaat aanwezig dan hoornblende, spreekt men van hoornblendegneis. 

Coronietische gabbro - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Pyroxeen (=augiet) is in geologisch zeer oude Zweedse gabbro's vaak omgezet in  fijnvezelige actinoliet, een lid van de amfiboolfamilie. Deze omzettingsvorm werd eerder wel oeraliet genoemd. De verweerde groenachtige aggregaten bezitten een donkere (reactie) zoom. Vaak is in de kern nog enige pyroxeen aanwezig. Dergelijke gabbro's noemt men ook wel coronietische gabbro (corona = ring).

 

Toch is er iets vreemds aan de hand met hoornblende. In beschrijvingen in zwerfsteenboeken wordt hoornblende heel vaak genoemd, als een specifiek mineraal. In de petrologie wordt hoornblende echter niet als mineraal erkend! Net als veldspaat is hoornblende een verzamelnaam voor een aantal soorten amfibool. Amfibolen vormen een groep verwante ijzer- en magnesiumrijke mineralen, die, omdat de meeste donker van kleur zijn, gemakshalve hoornblende worden genoemd. Hoewel feitelijk onjuist is de naam zo ingeburgerd geraakt dat hij nog steeds gebruikt wordt, zeker in de zwerfsteenliefhebberij. Augiet in zwerfstenen vormt een vergelijkbaar voorbeeld.

Hoornblende toont op het breukvlak een harde glasglans. De glans van het mineraal is het duidelijkst te zien in amfiboliet. Amfiboliet en ook hoornblendegneis worden regelmatig verwisseld met dioriet en soms met gabbro. Beide zijn (grijs)wit-zwarte gesteenten. Echter, in dioriet overheerst meestal witachtige plagioklaas. Amfiboliet bevat meer ‘zwart’. Bovendien is amfiboliet een metamorf gesteente, vaak met een gestreept uiterlijk, waarbij de mineralen parallel t.o.v. elkaar gerangschikt zijn.

Hoewel gabbro oorspronkelijk vooral pyroxeen (=augiet) bevat, komt in zwerfsteengabbro’s door hun geologisch hoge ouderdom veelal oeralietische hoornblende voor. Augiet is in de loop van de tijd door wateropname omgezet in de zwart- tot grijsgroene, vezelige hoornblende-variëteit actinoliet. Deze omgezette gabbro’s zijn als zwerfsteen niet zeldzaam. Verweerd kleuren ze vaak opvallend groenachtig (grijs). Onverweerd zijn ze zwartgroen van kleur.

 

Coronietische anorthosiet-gabbro - Zwerfsteen van Heiligenhafen (Dld.)

De donkere, hier enigszins blauwgroen gekleurde, mineralen bestaan uit fijnvezelige actinolietische hoornblende. De donkere aggreagaten liggen ingebed in paarsgrijze plagioklaas. De hoornblendeaggregaten zijn omgeven door een donkere reactierand (corona), vandaar dat dit type gabbro ook wel coronietische gabbro genoemd wordt. Als zwerfsteen zijn ze niet zeldzaam.

 

Terzijde:
Amphibolos (=Gr.) betekent dubbelzinnig. Amfibool dankt zijn naam aan het feit dat het mineraal makkelijk te verwisselen is met de eveneens zwartkleurige augiet. Augiet is een pyroxeen. In hardheid, soortelijke massa, kleur en ook enigszins in kristalvorm ontlopen beide mineralen elkaar niet veel. Augietkristallen hebben een gedrongen vorm, die van hoornblende vormen vaak zuiltjes.

 

Hoornblende lijkt in zwerfstenen veel op augiet. Beide mineralen zijn zwart, maar hoornblende vormt kristallen die 3 tot 4 maal zo lang zijn als breed. Augiet daarentegen tonen meer gedrongen vormen. Toch is het in zwerfstenen moeilijk om beide mineralen met de loep op basis van hun vorm van elkaar te onderscheiden.

 

Hoornblende - Brastad, Arendal, Zuid-Noorwegen

Kristallen van hoornblende en andere amfibolen splijten met splijtvlakken die hoeken met elkaar maken van ca. 125 graden. Bij augiet en andere pyroxenen is dit ca. 90 graden.

Binnen de rode lijn is goed te zien dat de splijtvlakken elkaar onder een stompe hoek raken. Dat is karakteristiek voor hoornblende en andere amfibolen. In zwerfstenen zijn hoornblendekristallen vaak meer lang dan breed. Alleen bij grote kristallen zijn de typische splijtreten met de loep wel te herkennen. Deze vormen een zeker determinatiekenmerk.

 

Beide mineralen verschillen in de manier waarop ze splijten. De splijtvlakken van hoornblende maken een hoek van ca. 120 graden, bij augiet vormen deze een vrijwel een rechte hoek. Om deze verschillen te zien, is enige oefening nodig. Kristallen in zwerfstenen bezitten meestal geen ideale vorm. Vaak vormen ze aggregaten, d.w.z. opeenhopingen van afzonderlijke kristallen. De hoeken die de splijtvlakken met elkaar maken zijn daardoor moeilijk te zien. Pas onder een stereomicroscoop of binoculair vallen de verschillen in het oog. Kortom, het valt in de praktijk niet mee om in zwerfstenen hoornblende en augiet van elkaar te onderscheiden.

 

Gabbro-pegmatiet - Zwerfsteen van Schoonoord (Dr.)

De grote zwarte vlekken in het gesteente zijn van hoornblende. Het kristal in het midden is langwerpig, karakteristiek voor dit mineraal. Augiet bezit een meer gedrongen kristalvorm.

Gabbro-pegmatiet - Zwerfsteen van Schoonoord (Dr.)

Detail van vorige foto met centraal een langwerpig hoornblendekristal. De splijtreten van het mineraal vormen een hoek van 125 graden.

 

Toch helpt ook hier weer een ezelsbrugje. Hoornblende komt vaak voor in combinatie met kwarts in allerlei soorten graniet. Uppsalagraniet is hiervan een bekend voorbeeld. Dit gidsgesteente is qua samenstelling een granodioriet. Het komt uit de provincie Uppland in Midden-Zweden.  Augiet daarentegen, zullen we hoogst zelden in granieten tegen komen. Kwarts en augiet zijn zo te zeggen niet elkaars ‘vrienden’. Augiet vinden we vooral in gabbro, basalt, diabaas en als kleine kristallen in sommige porfieren.

 

Gneis met porfyroblasten van hoornblende - Zwerfsteen van Ertebölle, Limfjord (Dk.)

In metamorfe gesteenten vormen hoornblende en andere amfibolen vaak stengelvormige aggregaten of bundels van kristallen. Soms waaieren de bundels naar de einden toe uit waardoor ze wel iets op samengebonden korenschoven lijken. De oude naam voor korenschoven is 'garve'. Vandaar de naam van garveschist voor sommige typen hoornblendeschist. In de witte gneis hierboven zijn de garven slecht ontwikkeld. De zwerfsteen is afkomstig uit Zuid-Noorwegen waar het in de omgeving van de plaats Skien een voorkomen vormt.

 

Hoornblende-gneis - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Op het breukvlak van het schisteuze gesteente liggen talloze kleine, stengelvormige kristallen van zwarte hoornblende. Ze zijn op veel plaatsen tot aggregaten aaneengegroeid.

In zwerfstenen komt hoornblende in verschillende vormen voor. In graniet, granodioriet en dioriet vormt het vaak korrels, korte zuiltjes en aggregaten. In metamorfe gesteenten vormt hoornblende vaak lange, naaldvormige kristallen of vormt het korte en langere bundels die aan korenschoven (de oude naam hiervoor is 'garve') doen denken. Hoornblende vormt in metamorfe gesteenten soms buitengewoon fraaie radiaalstralige aggregaten (zonnen).

 

Gedriet-gneis - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.) 

Gedriet is een zwartgrijze amfiboolsoort, die in fijnkorrelige gneizen (leptieten) op de  breukvlakken van het gesteente prachtige radiaalstralige aggregaten, zgn. 'zonnen', laat zien. Vergelijkbare typen komen voor bij het Zweedse plaatsje Skyshuttan, in de provincie Dalarne. Niet bekend is of bovenstaande zwerfsteen daar vandaan komt.

Gedriet-gneis - Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.)

Meer massieve vormen met gedriet noemt men gedrietiet. Zwerfstenen ervan zijn weinig gevonden. Goed te zien is dat de grijszwarte gedriet fraaie waaiervormige aggregaten in het gesteente vormt. Op het verse breuk- en zaagvlak is door de zeer donkere kleur van het gesteente hiervan weinig te zien. 

 

Dit laatste geldt in het bijzonder voor de amfiboolsoort gedriet. Gesteenten met gedriet zijn bijzonder fraai. Jammer dat ze als zwerfsteen zo weinig gevonden worden. Er zijn slechts een paar Drentse vondsten bekend. Eén is gevonden bij Zuidlaren, een andere, veel grotere steen met talrijke fraaie ‘zonnen’ kwam in groeve De Boer bij Emmerschans te voorschijn. Gedriet is vooral bekend van Skyshuttan in de provincie Dalarna in Zweden. De gesteenten daar bevatten prachtige, waaiervormige aggregaten van (grijs)zwarte gedriet in een rosegekleurde fijnkorrelige grondmassa. Deze aggregaten vormen dikwijls fijnvezelige radiaalstralige ‘zonnen’. 

 

Leptiet-gneis met gedrietzonnen - Skyshuttan, Dalarne, Zweden

Detail van vorige foto

 

 

Augiet

Wat voor hoornblende geldt, gaat ook op voor augiet. In de zwerfsteengeologie is augiet net als het vorige mineraal een verzamelnaam voor een aantal soorten pyroxeen. Voor de zwerfsteenverzamelaar is het echter zonder slijpplaatjesonderzoek onmogelijk om de verschillende soorten uit elkaar te houden. Het onderscheid tussen hoornblende en augiet is al moeilijk genoeg.

 

 

Augietkristal in fonoliet - Schima, Bohemen, Tsjechië

Zo fraai kristallografisch begrensd zullen wij in onze zwerfstenen augiet niet tegen komen. In tegenstelling tot hoornblende vormt augiet gedrongen kristallen.

 

In tegenstelling tot hoornblende is augiet wel een geldig, bestaand mineraal. Het is diepzwart van kleur, vormt gedrongen zeskantige kristallen en komt in basische magmatische gesteenten als gabbro en basalt veel voor.

 

Diabaas - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Zweedse diabazen hebben ondanks hun geologisch hoge ouderdom vaak een opmerkelijk fris uiterlijk. Geelgroene olivijn is vaak niet omgezet. Het karakteristieke hakerige patroon van in elkaar grijpende lijstvormige plagioklaaskristallen is kenmerkend voor veel zogenoemde 'Asby/Ulvö-diabazen'. De ruimten tussen de plagioklazen zijn opgevuld met zwarte augiet en olivijn. Deze laatste is aan de buitenkant van de steen door verwering verdwenen.

Diabaas - Zwerfsteen van Järso, Aland, Finland.

De zwarte augiet vormt opvallend hoekige aggregaten die de ruimten tussen de plagioklaas opvullen.

 

Op het breukvlak vormt augiet vierhoeken, zeshoeken en achthoeken, afhankelijk van de hoek waaronder de kristallen zijn aangesneden. Augiet verschilt van hoornblende doordat de breukvlakken een onregelmatig brokkelig uiterlijk hebben. Indien wel splijtvlakken zichtbaar zijn, dan maken deze een hoek van 90 graden met elkaar. Hier komt nog bij dat de splijtreten van augiet onderbroken zijn en die in hoornblende niet. Bij deze lopen ze door over het hele kristal. De ietwat vezelige structuur van hoornblende is hieraan te danken.

Fraaie idiomorfe kristallen van augiet komen we tegen in sommige zwerfstenen van basalt en verwante gesteenten. Vooral onder Permische paleobasalten uit het Oslo-gebied komen soms typen voor met prachtig gevormde zwarte kristallen van augiet.

 

Augietporfierische basalt - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

In zwerfstenen is het bijzonder moeilijk om met de loep of zelfs met een binoculair augiet van hoornblende te onderscheiden. Doorgaans zijn augieten meer gedrongen van vorm dan kristallen van hoornblende.

Augietporfierische Oslobasalt met opgevulde gasholten - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

De zwarte pitten in het gesteente zijn aan hun gedrongen vorm als augiet te herkennen.

 

Bij zwerfstenen geldt het ezelsbrugje dat kwarts en augiet ‘vijanden’ van elkaar zijn. De aanwezigheid van de een sluit de ander uit. Toch gaat dit niet altijd op. Uitzonderingen bevestigen ook hier de regel. Ekeriet, een gidsgesteente uit het Oslogebied in Zuid-Noorwegen, bevat naast veel kwarts ook augiet in de vorm van zwartgroene aegerien.

Mooiere en grotere aegerienkristallen zijn te vinden in de kwartsvrije tinguaiet van Dalarne, een mooi blauwgroen gekleurd ganggesteente met lange zwarte naalden van aegerien. Tinguaiet bevat tevens foïden zoals nefelien. Petrografisch is het daarom een fonoliet. Tinguaiet komt in Nederland als zwerfsteen weinig voor. In Sleeswijk-Holstein (Dld.) en langs de kusten van de Oostzee en in Zuid-Denemarken kom je dit gesteente vaker tegen.

 

Ekeriet - Zwerfsteen van Ertebölle, Limfjord (Dk.)

Dit is geologisch gezien een 'jonge' granietsoort in Scandinavië. In het Vroeg-Perm zijn in een betrekkelijk smalle strook rond de Noorse stad Oslo in een rekzone stukken aardkorst weggezakt. Dit ging gepaard met vulkanisme en het opdringen van magma in de aardkorst. Ekeriet is één van de dieptegesteenten naast Drammengraniet en Larvikiet, die toen zijn ontstaan.

 

 

Ekeriet, detail van de steen hiernaast

Het zwarte mineraal op de foto zijn kristallen van aegerien. Deze pyroxeensoort vormt stengelige, zwartgroene kristallen die op het breukvlak sterk glanzen.

Tinguaiet van Dalarne - Zwerfsteen van Malente (Dld.)

Tinguaiet komt als zwerfsteen in Nederland weinig voor. Het is een fonolietisch ganggesteente met opvallend veel dunne, evenwijdig gerangschikte naalden van groenzwarte aegerien. Aegerien is een augietsoort of beter gezegd een pyroxeen die o.m. vaak voorkomt in Oslo-gesteenten (ekeriet, grorudiet enz.)

Detail van vorige foto

De dunne aegerienkristallen tonen vaak op breukvlakken van het gesteente hardglanzende kristalvlakken. De witachtige vlekjes zijn kaliveldspaat en nefelien. De aanwezigheid van nefelien maakt dat deze gesteenten nooit kwarts bezitten. Beide mineralen sluiten elkaar uit.

 

Augiet is voornamelijk beperkt tot basische en ultrabasische gesteenten. Ook komt het veel in vulkanieten voor. In zwerfsteenboeken staat aangegeven dat augiet een belangrijk bestanddeel is in gabbro’s. Dat mag zo zijn, maar voor onze zwerfstenen van gabbro gaat dit meestal niet (meer) op. Deze gesteenten zijn merendeels van Precambrische ouderdom en vaak meer dan 1,5 miljard jaar oud. Augiet is hierin meestal omgezet in vezelige oeralietische hoornblende (actinoliet). Deze omgezette gabbro's zijn in feite metamorf en kleuren op het breukvlak zwartgroen. De verweerde buitenkant van deze zwerfstenen kleurt dikwijls groen of groengrijs. 

 

Eclogiet - Almenningen, Nordfjord, Noorwegen

Zo fraai gekleurd zullen wij van dit gesteente nooit zwerfstenen tegen komen. 'Onze' eclogieten zijn allemaal retro-eclogieten, waarin de karakteristieke groene pyroxeen (omfaciet) omgezet is in amfibool en andere mineralen. Eclogiet bevat naast groene omfaciet en rode granaat vaak ook enige kwarts.