Veldspaat

Veldspaten zijn de belangrijkste mineralen in aardkorstgesteenten. Het is het hoofdbestanddeel in graniet en ook in basalt komt veel veldspaat voor. Veldspaten vormen mengkristallen, bestanddelen kunnen in percentage wisselen. Voor zwerfsteenliefhebbers is dit laatste van academische waarde. Het is  niet mogelijk om met de loep of een binoculair de afzonderlijke leden of tussenvormen van veldspaten te herkennen.

 

Porfierische Bohuslan-graniet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Kaliveldspaat is in de meeste gevallen het hoofdbestanddeel in graniet. Het hoge percentage bepaalt de kleur van dit gesteente. In bovenstaande graniet is een deel van de kaliveldspaatkristallen idiomorf, d.w.z. de kristallen bezitten een eigen vorm, te herkennen aan de rechthoekige vorm. De splijtvlakken van kaliveldspaat spiegelen sterk.

Uthammer-graniet - Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.)

De hoofdmassa bestaat uit dieprode kaliveldspaat. De grote kristallen zijn voor een deel idiomorf, zij het met afgeronde hoeken. Het opvallend witte mineraal is kwarts. Plagioklaas, de andere veldspaatsoort in graniet is hier weinig aanwezig. Granieten zonder of met slechts heel weinig plagioklaas noemt men alkaliveldspaatgraniet.

 

 

In zwerfsteenboeken lees je vaak namen als orthoklaas, microklien, albiet, anorthiet e.d.. Voor zwerfsteenliefhebbers zijn deze veldspaatnamen in feite nietszeggend en dus overbodig. Bij het bestuderen en determineren van zwerfstenen met loep of binoculair komen slechts twee veldspaatsoorten in aanmerking: kaliveldspaat en plagioklaas. Meer niet. Is het verschil tussen beide veldspaten niet duidelijk, dan spreken we alleen van veldspaat. 

 

Siljan-graniet - Zwerfsteen van Lieveren (Dr.)

De meeste granieten bestaan uit een ongericht mengsel van twee soorten veldspaat: kleurige kaliveldspaat en (geel)witte of meer groenige plagioklaas. Indien beide veldspaatsoorten voorkomen, is plagioklaas vrijwel altijd lichter van kleur dan de kaliveldspaat.

Aland-rapakivi - zwerfsteen van Gieten (Dr.)

De ronde vlekken zijn zgn. ovoïden, eivormige tot ronde kristallen van bleekrode kaliveldspaat, die omgeven zijn door een zoom van witverweerde plagioklaas. Plagioklaas vormt in het gesteente ook zelfstandige,kleinere witte kristallen.

 

 

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn verzamelnamen, ongeacht in welk gesteente ze voorkomen. Voor de zwerfsteenliefhebber is het herkennen van beide veldspaten zeer belangrijk. Het determineren van kristallijne zwerfstenen is zonder kennis van beide veldspaatsoorten haast onmogelijk.

 

Porfierische biotiet-rapakivi-graniet - Klazienaveen (Dr.)

De oranje vlekken in de steen zijn van kaliveldspaat. Ze zijn meest rechthoekig of afgerond rechthoekig van vorm en tevens bijzonder groot. Kaliveldspaten in graniet kunnen in sommige gevallen meer dan 10cm groot zijn. Dergelijk grote kristallen noemt men wel megakristen.

Finse porfier-graniet met een megakrist van kaliveldspaat - Zwerfsteen van Groningen

De oranje vlek in deze zwerfsteen is onregelmatig van vorm. De basisvorm van deze kaliveldspaateersteling is eivormig, een ovoïde dus. De omtrek van de oorspronkelijke ovoïde is te herkennen aan de concentrische rangschikking van kleine donkere insluitsels. Vervolgens is het veldspaatkristal in het magma door kristallisatie verder gegroeid, waarbij de eigen kristalvorm zoveel mogelijk nagestreefd is. Dat is hier maar ten dele gelukt, omdat de ovoïde niet uit één, maar uit twee afzonderlijke kristallen bestond.

 

 

Verdieping
Microklien
In hobbyliteratuur over gesteenten en zwerfstenen wordt vaak gesproken van orthoklaas, microklien en sanidien. Geen van deze drie kaliveldspaten is echter met het blote oog of met de loep te herkennen. Het noemen van deze veldspaatnamen suggereert een volledigheid die niet te controleren valt met de middelen die amateurgeologen doorgaans gebruiken. Het is daarom beter om in dit geval van kaliveldspaat te spreken.

Toch is het zinvol hier wat dieper op in te gaan, met name waar het om microklien gaat. Microklien is de lage temperatuurvorm van kaliveldspaat. Door zijn eigenschappen is microklien alleen met zekerheid in slijpplaatjes te herkennen. Dat deze veldspaatsoort zo vaak genoemd wordt in beschrijvingen van pegmatiet en schriftgraniet komt omdat microklien in deze gesteenten de bepalende veldspaatsoort is.

Microklien vertoont in pegmatiet vaak fraaie ontmengingspatronen van witte albiet (=plagioklaassoort). Men noemt dit perthiet. Perthiet herkennen we makkelijk aan het patroon van dunne, witachtige, ietwat slingerende lijntjes, die evenwijdig in de veldspaat gerangschikt zijn. 

Op het breukvlak zijn veldspaten te herkennen aan hun meer of minder rechthoekige vormen en hun spiegelende, vaak stoeptrede-achtige splijtvlakjes. Op het breukvlak vallen de glanzende splijtvlakken direct in het oog. Bij het draaien in de hand zien we in de steen steeds weer andere splijtvlakjes spiegelen. In tegenstelling tot kwarts splijten veldspaten in twee loodrecht op elkaar staande richtingen. Deze splijting veroorzaakt de rechte vlakken en de stoeptreetjes op het breukvlak. De naam orthoklaas (= ‘breekt rechthoekig’) duidt op deze splijting.

 

 

Perthietische kaliveldspaat in pegmatiet - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

In pegmatiet bereiken veldspaten grote tot soms reusachtige afmetingen. De grootste kristallen zijn enige tientallen meters groot! Kaliveldspaat daarin is meestal microklien, de lage temperatuurvorm van deze veldspaatsoort. In de veldspaat tekenen zich zichtbare lijntjes, stengeltjes of naalden af van witte albiet. Dit noemt men perthiet.

Perthietische kaliveldspaat in een pegmatiet - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Ook in deze pegmatiet zien we op het splijtvlak van de kaliveldspaat een fijn patroon van witte adertjes. Deze zijn van witte albiet, een natriumrijke 'zure' plagioklaassoort, die meestal fraai wit van kleur is.

 

 

Drie voorbeelden van perthietische kaliveldspaat uit zwerfsteen-pegmatieten.

Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Perthietische kaliveldspaat - Zwerfsteen van Groningen

Perthietische kaliveldspaat  - Zwerfsteen van Groningen

 

Het is niet moeilijk om kaliveldspaat van plagioklaas te onderscheiden. Zwerfsteenverzamelaars zijn hierbij in het voordeel. Plagioklaas verweert sneller en ook anders dan kaliveldspaat. Verweerd kleurt het krijtwit. Aan de buitenzijde van zwerfstenen is dit vaak goed te zien. Kaliveldspaat verweert anders. De kleur verbleekt  enigszins. Uiteindelijk lost plagioklaas volkomen op. Aan de putjes in het steenoppervlak is te zien waar plagioklaas heeft gezeten.

Op een vers breukvlak of bij zwerfstenen uit onverweerde keileem is het verschil tussen plagioklaas en kaliveldspaat moeilijker vast te stellen. Er bestaat echter een ezelsbrugje om beide veldspaten uit elkaar te houden: plagioklaas is vrijwel altijd (veel) lichter van kleur dan kaliveldspaat. Het kleurverschil tussen beide is in graniet, porfier en gneis duidelijk zichtbaar.

Hebben we een rode gneis of  een oranje-rode graniet in de hand, dan wordt de hoofdkleur van het gesteente veroorzaakt door kaliveldspaat. De overige minerale bestanddelen, inclusief plagioklaas, veranderen het kleurbeeld niet wezenlijk.

 

Kaliveldspaatkristal met splijtvlakken - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

Kristallen van kaliveldspaat splijten op een regelmatige wijze langs kristalvlakken. Op het breukvlak spiegelen die sterk. Het breukvlak van kaliveldspaat in zwerfstenen is meestal dusdanig, dat kleine stoeptreetjes ontstaan.

 

Pyterliet (= rapakivi-graniet), detail - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Aan de buitenzijde van grootkorrelige granieten is de natuurlijke splijting van kaliveldspaat vaak goed te zien. Ook hier zien we een stoeptrede-achtig breukvlak.

 

Uitzondering op de regel
In sommige rapakivigranieten is het kleurverschil tussen veldspaten anders. Hier is plagioklaas dikwijls iets donkerder, roodviolet van kleur. Rapakivi’s bezitten een overmaat aan ijzer (hematiet). Vandaar de vaak rode kleur van deze gesteenten. Ook plagioklaas ontkomt niet aan roodkleuring door hematiet. Deze is vaak violetrood, bruinrood en soms zelfs scharlakenrood van kleur. Splijtvlakken van plagioklaas tonen soms een opvallende zijdeglans.

 

Roodachtige plagioklaas in rapakivi-graniet - Zwerfsteen van Groningen

De plagioklaaskristallen op de foto zijn zonair van bouw. Dit duidt op groeionderbrekingen, gekoppeld aan samenstellingsveranderingen in het magma. De rode kleur van de plagioklaas in veel rapakivigranieten is te danken aan een overmaat aan ijzer (= hematiet) in deze gesteenten. Het kleurt de veldspaat in deze granieten vaak rood.

Rode plagioklaas in Finse porfier-graniet - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

In sommige gevallen is plagioklaas zelfs scharlakenrood gekleurd. In geen enkel ander gesteente komen dergelijk intensief rood gekleurde plagioklazen voor als juist in rapakivi's.

 

Heel anders is de situatie in donkere, ijzer- en magnesiumrijke (=mafische) gesteenten zoals dioriet, gabbro, basalt en hun porfierische varianten. In deze zwerfsteensoorten komt gewoonlijk alleen plagioklaas als veldspaat voor. Verweerde zwerfstenen zijn aan de buitenzijde zwart-wit van kleur, zoals bij dioriet of groen-zwart met grijswitte of grauwe vlekken van plagioklaas, zoals bij veel gabbro's.

 

Dioriet - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Zwerfstenen van dioriet zijn verweerd meestal wit/zwart van kleur. Het witte bestanddeel is plagioklaas, De donkere mineralen worden in hoofdzaak door hoornblende gevormd, vergezeld van enige  biotiet.

Plagioklaasporfierische diabaas - Zwerfsteen van Grollo (Dr.)

Plagioklazen vormen net als kaliveldspaten een reeks afzonderlijke leden die in samenstelling iets van elkaar verschillen. In zware ijzer- en magnesiumrijke gesteenten als gabbro, diabaas en basalt is de plagioklaas kalkrijker (=basischer) dan die in dioriet. De kristallen 'ogen' grijzer, vaak grauwer ook. Dikwijls toont plagioklaas op het verweringsvlak een grijs-wolkige structuur.

 

Plagioklaas vormt net als kaliveldspaat een reeks met aan de uiteinden een natriumrijke (=witte) en een kalkrijke (=grauwgrijze) vorm. Het plagioklaastype in dioriet kleurt witter dan de kalkrijkere plagioklaas in gabbro's . In zwerfstenen van dit laatste gesteente is plagioklaas (wolkig) grauw, grijs tot grijs(paars)blauw van kleur.

 

Coronietische gabbro (Oeraliet-gabbro) - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

De donker groen-grijze bestanddelen in deze gabbro waren oorspronkelijk van pyroxeen (augiet). In de loop van de tijd zijn deze omgezet in oeralitische hoornblende (actinoliet). Het mineraal vormt relatief dikke fijnvezelige zomen om de donkere aggregaten. De tussenmassa is grauw-grijs gekleurde, calciumrijke plagioklaas

Coronietische anorthosietgabbro - Zwerfsteen van Heiligenhafen (Dld.)

Ook in deze gabbro zijn de oorspronkelijke pyroxenen omgezet in amfibool. De donkere randjes zijn duidelijk zichtbaar. De plagioklaas is hier blauw-grijs van kleur met een paarse kleurzweem. Dergelijk gekleurde gabbro's worden vaak anorthosietgabbro genoemd. Anorthiet is een plagioklaassoort. Deze kleurt vaak ietwat paars.

 

Plagioklaas is in de tijd gezien minder stabiel dan kaliveldspaat. Het veroudert. De eerst glastransparante kristallen worden door veroudering/omzetting geleidelijk troebel. In veel Scandinavische zwerfstenen is de plagioklaas geelgroen, pistachegroene of blauwgroen van kleur. Deze groenkleuring wordt veroorzaakt doordat plagioklaas omgezet wordt in fijn verdeelde epidoot. In oude basische gesteenten is door omzetting vaak chloriet gevormd. Dit zwartgroene mineraal kleurt plagioklaas groenachtig, maar donkerder dan bij epidoot.

 

Door epidoot groenachtig gekleurd, troebel plagioklaaskristal - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Plagioklaaszijn in 'verse' toestand is meestal glashelder. Naar mate gesteenten in geologische zin ouder zijn, treden in plagioklaas omzettingen op. Hierdoor ontstaat vertroebeling. De groene kleur wordt veroorzaakt door fijn verdeelde epidoot.

Plagioklaaseersteling in Siljan-graniet - Zwerfsteen van Lieveren (Dr.)

De oorspronkelijke glasheldere plagioklaas is door veroudering troebel. De wolkige structuur van de plagioklaas op de foto is het gevolg van omzetting.

 

Kaliveldspaat en plagioklaas zijn met de loep nog op een andere manier van elkaar te onderscheiden. Op het verse breukvlak zien we bij plagioklaas op splijtvlakken vaak een  zeer fijne parallelle streping. Dit wordt veroorzaakt doordat plagioklaas in gesteenten samengesteld is uit een aantal met elkaar vergroeide kristallen. Deze vergroeiing is op splijtvlakken te zien als een fijne (tweeling)streping. 
 

Verdieping

Tweelingveldspaten
Veldspaten vertonen in zwerfstenen heel vaak vergroeiingen van twee of meer kristallen. De wijze van vergroeiing is specifiek, zowel voor kaliveldspaat als voor plagioklaas. Kaliveldspaat vormt vergroeiingen die uit twee kristallen bestaan. Op het breukvlak zien we twee helften beurtelings het licht weerkaatsen. Draait men de steen dan valt op dat er altijd maar één helft van het kristal spiegelt. Draait men de steen verder dan spiegelt de andere helft. Deze vergroeiingsvorm van kaliveldspaat noemt men ‘Karlsbader tweeling’. In porfierische zwerfsteengranieten zijn deze tweelingkristallen van kaliveldspaat makkelijk te ontdekken.

Plagioklaas vormt ook tweelingkristallen, al zien deze er heel anders uit dan bij kaliveldspaat. In plagioklaaskristallen zijn meerdere individuen om en om met elkaar vergroeid. Deze zogenoemde polysynthetische tweelingkristallen is op splijtvlakken te herkennen aan een kaarsrecht streeppatroon van heel dunne lijntjes. Tweelingvorming bij plagioklaas kan vergeleken worden met gestapelde spaanplaten die ieder t.o.v. elkaar iets zijn verschoven. Op dwarsdoorsnede kunnen we de scheiding tussen de spaanplaten als streping vertalen. 

Terwijl Karlsbader tweelingen makkelijk te ontdekken zijn, moeten we de tweelingstreping van plagioklaas met de loep zoeken door de steen met een vers breukvlak in de hand te draaien. De fijne streping is alleen te zien op spiegelende splijtvlakken. Beide tweelingvormen leer je het beste herkennen door deze te zoeken in grootkorrelige of porfierische zwerfstenen. Tweelingen van kaliveldspaat kom je vooral tegen in grootkorrelige porfierische graniet, die van plagioklaas zie je het duidelijkst in grofkorrelige donkergekleurde zwerfstenen als gabbro en diabaasporfieriet (plagioklaasporfier).

 

Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in een porfirische biotiet-rapakivi - Zwerfsteen van Groningen

Bij het draaien van de steen zal het spiegelende gedeelte van het kaliveldspaatkristal uitdoven. Vervolgens spiegelt de andere helft.

 

 

Karlsbader tweeling van kaliveldspaat in Finse graniet-porfier - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

 

 

Plagioklaas met tweelingstreping in anorthosiet-gabbro ('spectroliet') van Ylämaa in Zuid-Finland

De regenboogkleuren worden veroorzaakt door lichtreflecties in het kristal.

Tweelingstreping op een splijtvlak van plagioklaas - Zwitserland

De afzonderlijke plagioklaaskristallen liggen om en om als bladzijden van een boek tegen elkaar aan, waardoor ze om beurten spiegelen. De plagioklaaskristallen veroorzaken een zeer fijn, kaarsrecht streeppatroon, die anders van karakter is dan het lijntjespatroon van witte albiet in kaliveldspaat.

 

 

Tweelingstreping in enigszins verweerde plagioklaas - Sogndal, Zuid-Noorwegen

Tweelingstreping in een plagioklaaskristal in gabbro - Zwerfsteen van Tensfeld (Dld.)

In grofkorrelige veldspaatrijke gabbro, plagioklaasporfierische diabaas en dito basalt is op splijtvlakken van sommige plagioklaaskristallen een duidelijke tweelingstreping te zien.

 

 

Op onderstaande foto's zijn een aantal verschijningsvormen van kaliveldspaat en plagioklaas in zwerfstenen afgebeeld.

 

Kaliveldspaatkristallen uit kristalzuilen-syenietporfier - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Van dit type gidsgesteente uit Zuid-Zweden is bekend dat de veldspaateerstelingen vrij los in het gesteente zitten. De binding met de fijnkorrelige grondmassa is niet sterk. Bij verwering zijn de kristallen soms uit het gesteente te peuteren.

Kaliveldspaatmegakrist in Finse porfier-graniet - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Het sterk porfierische rapakivigesteente bevat talrijke oranje eerstelingen van perthietische kaliveldspaat. De kristallen zijn idiomorf. Daarnaast zijn olijfgroene door epidoot gekleurde  plagioklazen aanwezig. Deze zwerfsteen is een gidsgesteente uit het rapakivigebied van Laitila (Nystadmassief) op het vasteland in Zuidwest- Finland.

 

 

Gezoneerd kaliveldspaatkristal in Kinda-graniet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Deze porfierische graniet uit Östergötland in het noordoosten van de provincie Smaland in Zweden, bevat grijs-bruine tot bruin-violette kaliveldspaateerstelingen. Deze tonen dikwijls een ringenstructuur. Dit duidt op onderbrekingen in de groei tijdens de kristallisatie in het magma.

Gezoneerde kaliveldspaateersteling in Paskallavik-porfier - Zwerfsteen van Een-West (Norg), Dr.

Gedurende het kristallisatieproces verandert de samenstelling van de kaliveldspaat. Vaak gaat dit gepaard met onderbrekingen in de groei. Op gepolijste oppervlakken is dit duidelijk te zien aan de schalige, concentrische structuur, alsof het kristal uit een aantal ringen bestaat. Het is veroorzaakt door geringe chemische veranderingen in het magma ten tijde van de kristallisatie, die zich ook optisch laten herkennen.

 

 

Zonaire bouw van een kaliveldspaateersteling in een Finse graniet-porfier - Zwerfsteen van Groningen

Uit de concentrische bouw van het veldspaatkristal blijkt dat de ringen de omtrek van het veldspaatkristal aangeven van het kristal uit een eerdere groeifase. De eersteling op de foto is dus idiomorf.

Zonaire plagioklaaseersteling in Finse graniet-porfier - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Ook in plagioklaaskristallen, zeker als deze aan de buitenzijde van de steen enigszins verweerd zijn, tonen soms een zonaire bouw. In het kristal op de foto worden de groeistadia gemarkeerd door dunne zwarte lijntjes. Deze bestaan uit zeer kleine insluitsels van donkere mineralen als hoornblende en magnetiet.

 

 

Megakrist van kaliveldspaat in Grijze Revsund-graniet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Grote eerstelingen van kaliveldspaat zijn zelden zuiver. Vaak bevatten ze allerlei insluitsels van andere mineralen. Hier bevat de kaliveldspaat witachtige vlekjes van ingesloten plagioklaas en donkere van biotiet.

Kaliveldspaateersteling met plagioklaaskern in Jungfrun-graniet - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.)

Een aantal Smalandgranieten rekent men tegenwoordig tot de bekende rapakivifamilie. Virbograniet, götemargraniet en ook jungfrungraniet zijn hiervan voorbeelden. Meestal is in rapakivigraniet sprake van kaliveldspaten die omgeven zijn door een mantel van (witverweerde) plagioklaas. Het kan echter ook andersom: plagioklaas, omgeven door kaliveldspaat, waarbij de laatste is uitgegroeid tot een idiomorf rechthoekig kristal.

 

 

Viborgiet met een geringde ovoïde - Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland

Gepolijst oppervlak.Viborgiet is een grootkorrelige rapakivigraniet met grote, rondachtige kaliveldspaten (ovoïden), waarvan een flink aantal ommanteld zijn door plagioklaas. Op de foto is de blauwgrijze mantel van plagioklaas relatief dik.

Viborgiet - Zwerfsteen van Lahti, Zuid-Finland

Plagioklaas verweert wit. Dat is bij rapakivi's vaak goed te zien. Hier zijn de ronde roodachtige kaliveldspaten (ovoïden) omgeven door een dunne mantel van witte plagioklaas.

 

 

Kaliveldspaat-ovoïde in pyterliet - Zwerfsteen van Stocksee (Dld.)

De grote ronde veldspaten in rapakivi's wekken de indruk uit één kristal te bestaan. Dit is vaak het geval, maar ovoiden die uit twee of meer afzonderlijke kristallen bestaan komen ook veel voor. Vooral op splijtvlakken zijn de afzonderlijke individuen door verschil in spiegeling goed te herkennen. Bovenstaande ovoïde is een aggregaat van vier afzonderlijke kaliveldspaatkristallen.

Kaliveldspaat-ovoïde in viborgiet met insluitselringen -  Ylämaa, Viborg, Zuid-Finland

De afgebeelde kaliveldspaatovoïde bezit een zonaire bouw met groeistadia die gemarkeerd zijn door ringvormig gerangschikte kleine insluitsels van kwarts, hoornblende en biotiet. De ontwikkeling van kaliveldspaatovoïden in rapakivi's is nog steeds niet helemaal opgehelderd. Wel maken de eerstelingen duidelijk dat de groei niet ononderbroken is geweest. Groeifasen werden gevolgd door stilstand en zelfs door resorptie, gevolgd door hernieuwde aangroei. Een en ander kan te maken hebben gehad met bewegingen van de groeiende kristallen in het magma, maar kunnen ook wijzen op samenstellingsveranderingen in het magma gedurende de kristallisatie.

 

 

Kaliveldspaat-ovoïde in een idiomorf rechthoekig plagioklaaskristal in een porfieraplietische rapakivi-graniet - Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.)

Nadat de gevormde kaliveldspaatovoide tijdens het kristallisatieproces omgeven werd door een mantel van plagioklaas, is deze laatste uitgegroeid tot een zelfstandig rechthoekig idiomorf kristal. Deze en andere heel bijzondere kristalvormingen van veldspaten in rapakivi's zijn tot op heden niet goed verklaarbaar.

Ruitvormig (rhombisch) veldspaatkristal in rhomben-porfier - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

De ruitvormige veldspaten in rhombenporfieren hebben een bijzondere samenstelling. De ontstaanstemperatuur was bij de kristallisatie nog zo hoog (ca. 1200 graden C.) dat plagioklaas en kaliveldspaat zich volkomen met elkaar konden mengen tot kristallen. Dit noemt men ternaire veldspaat ofwel anorthoklaas. Naderhand hebben beide bestanddelen zich in in het kristal in vaste toestand ontmengd. Dit is zichtbaar aan de vlekkerige structuur. Oranje is kaliveldspaat, de bleker getinte delen zijn plagioklaas. Door omzetting van deze laatste heeft zich in de kristallen groene epidoot gevormd.