Vlammen-pegmatiet

Gidsgesteenten zijn zwerfstenen met specifieke kenmerken, waarvan het herkomstgebied bekend is. Als groep vormen ze echter geen statisch geheel. Dit geldt zowel voor noordelijke als zwerfstenen van zuidelijke en oostelijke herkomst. De lijst met gidsgesteenten verandert vrijwel ieder jaar. Soorten vallen af, andere worden toegevoegd. In de zwerfsteengeologie gaat de meeste aandacht uit naar noordelijke zwerfstenen, vandaar dat allereerst in noordelijke richting gekeken wordt. Geheel ten onrechte overigens.

 

Wat is een gidsgesteente?
Noordelijke gidsgesteenten worden vooral door granieten en porfieren bepaald, magmatische gesteenten dus. Momenteel zijn er meer dan 150 soorten bekend. De overige gesteentegroepen zijn sterk ondervertegenwoordigd. Sedimentaire en metamorfe zwerfstenen leveren bijzonder weinig gidsgesteenten. Zwerfstenen uit deze laatste categorieën bezitten weinig of geen vaste kenmerken of deze komen op meerdere plaatsen in Scandinavië voor. Eén van de belangrijkste voorwaarden voor een gidsgesteente is dat het moedergesteente beperkt dient te zijn tot één gebied en dat het areaal ook niet te groot mag zijn. Gidsgesteenten die hieraan voldoen kunnen we aanmerken als gidsgesteente ‘sensu stricto’ (in strikte zin). Daarnaast heb je ook typen die in een wijder areaal voorkomen en daarnaast een heel verschillend uiterlijk kunnen bezitten. Rhombenporfier is hiervan een goed voorbeeld. Dit gesteente komt vooral voor in het Oslo-gebied in Noorwegen, maar is ook bekend uit Zuid-Noorwegen ten westen van het Oslo-gebied. Verder komt het gesteente het noorden van Zuidwest-Zweden. Voor Rhomben-porfier is de toevoeging ‘sensu lato’ (in brede zin) van toepassing. Hebben we te maken met een Smalandporfier of dito graniet, dan zijn dit in feite geen gidsgesteenten, hoewel deze gesteenten nergens anders dan in de Zuid-Zweedse provincie Smaland voorkomen. In dit geval hebben we het over gidsgesteenten ‘sensu latiore’ ofwel in bredere zin.

 

Vlammen-pegmatiet een nieuw gidsgesteente

De laatste jaren zijn vooral uit Zweden een aantal nieuwe gidsgesteenten bekend geworden, waaronder enkele die van metamorfe oorsprong zijn. Eén ervan is Vlammen-pegmatiet. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Vlammen-pegmatiet geen magmatisch gesteente, maar een gneis. Het is dus metamorf. In de publicatie van Zandstra (1999) wordt het nieuwe gidsgesteente in de appendix vermeld onder de naam ‘Gedeformeerde bonte pegmatiet’. Deze naam geeft de aard van het gesteente goed aan: kleurig, van oorsprong een pegmatiet en dat door tektonische druk in gneis is omgezet.

Vlammen-pegmatiet komt voor in het Zuidwest-Zweedse gneis-gebied, aan de westkust van de provincie Halland. Vanaf het schiereiland Kullaberg noordwaarts tot Varberg vormt gedeformeerde pegmatiet op talrijke plaatsen gangen in gneis. Met name bij de plaatsen Steninge, zuidoostelijk van Falkenberg , Båstad en verder bij Kullaberg zijn talrijke varianten van de Vlammen-pegmatiet ontsloten.

 

Hoezo metamorf?

Met Vlammen-pegmatiet is het een en ander gebeurd. Het gesteente is ontstaan uit een grootkorrelige, kleurige pegmatiet, die smalle en bredere gangen vormt in gneis. Zwerfstenen ervan zijn makkelijk te herkennen. Het gesteente bestaat uit veel, vergruisde oranjerode kaliveldspaat, geelwitte plagioklaas en grijze tot rookkleurige kwarts. In onverweerde toestand toont het gesteente heldere, contrastrijke kleuren, in verweerde toestand zijn deze in meer of mindere mate verbleekt. Tijdens de Zweeds-Noorse gebergtevorming van 1100 – 900 miljoen jaar geleden zijn op talrijke plaatsen in Halland gangen van pegmatiet door tektonische druk omgezet in golvend gestreepte (gevlamde) gneisachtige gesteenten. De kaliveldspaten zijn samen met de andere mineralen vergruisd, waarbij de mineralen min of meer evenwijdig aan elkaar als onregelmatige golvende partijen en slierten in het gesteente gerangschikt zijn. Het golvende beeld van de gedeformeerde oranjerode kaliveldspaten en grijze kwartsen doet in de verte aan vlammen denken, vandaar de naam.

 

 

Verdieping
Het gneisgebied met Vlammen-pegmatiet maakt deel uit van een groot complex metamorfe gesteenten, dat tijdens de Zweeds-Noorse gebergtevorming van 1100-900 miljoen jaar geleden is gedformeerd. Het Baltisch schild in Scandinavië is gedurende het Precambrium langzaam groter geworden door een aantal opeenvolgende continentale plaatbotsingen. Enorme gesteentecomplexen werden hierbij gemetamorfoseerd en tot gebergten opgeplooid. Deze hooggebergten vielen na hun vorming ten prooi aan weer en wind, waarbij ze door erosie langzamerhand lager werden en tenslotte verdwenen. Het Baltisch schild was aan het eind van het Precambrium afgesleten tot een zwakgolvende vlakte (peneplain) met kristallijne gesteenten, die beschouwd mogen worden als de wortels van verdwenen gebergten.

Het ontstaan en vergaan van deze ketengebergten noemt men cycli of orogeneses. Op het Baltisch schild onderscheidt men een aantal opeenvolgende cycli, hoewel nog steeds niet helemaal duidelijk is hoeveel. Wel is gebleken dat het grootste deel van Zweden en Finland gevormd moet zijn tijdens de Svecokarelische gebergtevormingen van 2100-1750 miljoen jaar geleden.

 

Het gneiscomplex met Vlammen-pegmatiet in Zuidwest-Zweden dateert, samen met het gebied van Telemarken in Zuid-Noorwegen. ook uit de periode van het Svecokarelium. Deze oeroude gesteenten werden tijdens de de Zweeds-Noorse gebergtevorming van 1100 tot 850 miljoen jaar geleden tektonisch opnieuw onder druk gezet en gemetamorfoseerd. Gedurende deze cyclus zijn op verschillende plaatsen in Zuidwest-Zweden en Zuid-Noorwegen granieten in het metamorfe grondgebergte geïntrudeerd. Bohuslän-graniet in Zuidwest-Zweden is toen ontstaan. Met zijn 900 miljoen jaar is deze graniet, die ook als zwerfsteen niet erg zeldzaam is, de jongste graniet in Zweden.

 

Waar kunnen we zwerfstenen van Vlammen-pegmatiet verwachten?
Zwerfstenen van Vlammen-pegmatiet komen niet of nauwelijks op de Hondsrug voor n Oost-Drenthe en Groningen. West-Baltische zwerfstenen komen daar sowieso erg weinig voor. Meer kans hebben we in Drenthe, westelijk van de lijn Norg-Assen-Smilde en in Friesland. Ronduit algemeen zijn zwerfstenen van Vlammen-pegmatiet en verwante gedeformeerde pegmatieten in smeltwaterafzettingen in de omgeving van Werpeloh en Wippingen in het Duitse Emsland. Ook langs de steenstranden van de Oostzee in Duitsland en Denemarken zijn ze niet zeldzaam.

 

Hoe herkennen we vlammen-pegmatiet?
Hoewel een gesteentebeschrijving niet gemist kan worden, zeggen foto’s van Vlammen-pegmatieten vaak voldoende. Het is een makkelijk herkenbaar gesteente. Een bijzondere vondst van dit gidsgesteente ligt in de keientuin van het Hunebedcentrum in Borger. Met een oppervlak van bijna een vierkante meter is dit, voor zover bekend, de grootste zwerfsteen van dit nieuwe gidsgesteente in ons land. Het zwerfblok is gevonden bij Westdorp, tussen Borger en Schoonlo in Drenthe.


Omdat Vlammen-pegmatiet van oorsprong een magmatische gesteente is, die verspreid langs de kust in Zuidwest-Zweden talloze brede en smallere gangen in gneisgesteente vormt, is het uiterlijk nogal variabel. Kleinkorreliger typen wisselen af met grootkorrelige varianten. Het variabele uiterlijk blijkt ook uit zwerfsteenvondsten, waar nog bij komt dat de heldere kleuren van het gesteente door verwering vaak verbleekt zijn. Vlammen-pegmatiet is van enige afstand te herkennen als een lichtkleurige gneis. Het gneisachtige karakter wordt vooral veroorzaakt door de wijze waarop kwarts in het gesteente voorkomt. Het mineraal vormt onregelmatige ietwat uiteen getrokken aggregaten, maar vaker zien we het mineraal als uitgewalste, golvende strepen en slierten. De kleur is grijs, grijsblauw tot rookkleurig. Oranje tot oranjerode kaliveldspaat maakt soms meer dan 90% van het gesteente uit, afgewisseld met onregelmatige partijen en vlekken van geelachtige plagioklaas. Van dichtbij valt op dat de minerale bestanddelen vergruisd zijn tot een mortel-achtige massa (=kataklase). Aan de kaliveldspaten is dit het duidelijkst te zien.

Verdieping
Kataklase (van het Griekse katáklasis = verbrokkelen) is een eenvoudige vorm van metamorfose, waarbij gesteente in spannings- en schuifzones door tektonische druk is gedeformeerd. Hoewel metamorfose van gesteenten meestal een combinatie is van verhoogde temperatuur en druk, speelde bij de vorming van Vlammen-pegmatiet tgemperatuur geen belangrijke rol. Bij kataklase is sprake van een brosse deformatie van gesteenten, die tot verbrokkeling of vergruizing leidt van de minerale bestanddelen. De kristallen bezwijken onder de hoge druk. Gesteenten die op deze wijze ontstaan noemt men kataklasieten.

Vlammen-pegmatiet en schriftgraniet

Pegmatiet gaat vaak vergezeld van kleine of grotere partijen schriftgraniet. Bij deze laatste zijn kaliveldspaat en kwarts op een bijzondere wijze met elkaar vergroeid. Kwarts vormt op dwarsdoorsnede figuurtjes die sterk doen denken aan lettertekens. Bij Vlammen-pegmatiet was dit oorspronkelijk niet anders. Ook daarin kwamen partijen schriftgraniet voor. Hoewel deze typen uit het herkomstgebied niet in publicaties vermeld of afgebeeld zijn, laten zwerfstenen van een bijzonder type schriftgraniet geen twijfel bestaan dat deze afkomstig zijn uit een van de gangvoorkomens van Vlammen-pegmatiet.

Vlammen-pegmatiet is al met al een makkelijk herkenbaar en ook vrij algemeen voorkomend gidsgesteente, dat als zwerfsteen vooral te vinden is in West-Baltische zwerfsteengezelschappen.