Tenerife geologisch

Recente erupties

Op Tenerife zijn vulkanische uitbarstingen al zo'n honderd jaar niet meer voorgekomen. De laatste keer was in 1909 toen de El Chinyero, in de omgeving van Santiago del Teide, langs een geopende spleet uitbarstte. Daarvoor was er in 1798 op de westflank van de Pico Viejo nog een eruptie. De laatste keer dat de Teide zelf aan zijn top uitbarstte, was tussen de jaren 660 - 940 n.Chr.. De vulkaan werd hierdoor ruim 200 meter hoger.

Historische bronnen maken melding van meerdere vulkaanuitbarstingen. De twee vroegste bronnen zijn afkomstig van Baskische vissers. In dagboeken maken zij melding van erupties in 1341 en in 1393-1394. Historici beschouwen deze vermeldingen echter als onbetrouwbaar. Betrouwbaarder is de melding van Guanchen. Dit waren de oorspronkelijke bewoners van het eiland. Zij spraken van een uitbarsting in de Orotava-vallei in 1430. De juiste locatie is tot op heden niet gevonden. 

Op Tenerife hebben in historische tijd nog vulkanische uitbarstingen plaats gevonden. De meeste erupties waren van korte duur, waarbij die van Pico Viejo op de flank van de Teide in 1798 met zo'n 99 dagen het langst duurde. De korte duur van de erupties wordt veroorzaakt door het trage opstijgen en vullen van de onderaardse magmakamers, die bovendien geen grote omvang hebben. Het basaltisch magma is vaak ook wat stroperiger, dus minder vloeibaar dan elders, zoals op Hawaii het geval is. 

Sinds de 15e eeuw zijn op Tenerife met zekerheid een vijftal erupties gedocumenteerd: 1492, 1705, 1706, 1798 en 1909. Eén van de meldingen is afkomstig van Christopher Columbus, toen hij op 24 augustus 1492 op weg van La Gomera naar Gran Canaria aan Tenerife voorbij voer. Dit was nog uit de periode vóór de verovering van het eiland, in 1497 door Alonso de Plasencia. In zijn dagboek schreef Columbus: “…dat wij plotseling naar de uitbarsting van een vulkaan kijken. De rook en vlammen, de gloeiende lava, het doffe gebrul dat uit de aarde kwam, veroorzaakte bij de bemanning angst en schrik”.

Vulkanologen vermoeden dat Columbus een uitbarsting zag van de vulkaan Boca Cangrejo, langs de actieve breukzone in het noordwesten van Tenerife, vlak bij Santiago del Teide. Koolstofdatering van de lava in de vulkaan Boca Cangrejo geeft een ouderdom aan tussen 1430 en 1660 n.Chr..

Onderzoekers zijn daarom van mening dat de uitbarsting van deze vulkaan ook degene is die Columbus werkelijk heeft waargenomen. Interessant is te zien hoe de geleidelijke kolonisatie van de vulkaan en directe omgeving met Canarische dennen plaats vindt. De bruine slakkenkegel van Boca Cancrejo is op een paar Canarische dennen na, nog grotendeels onbegroeid.

Christopher Columbus voer in 1492 met drie schepen aan Tenerife voorbij, toen hij op de noordkant van het eiland een uitbarsting van een vulkaan waarnam. Hij maakte er in zijn scheepsjournaal melding van. De locatie was lange tijd niet zeker. Na dateringsonderzoek blijkt dat dit de vulkaan Boca Cangrejo moet zijn geweest, een paar kilometer van de plaats Santiago del Teide en de vulkaan Chinyero, die in 1909 uitbarstte.

Montana Boca Cangrejo - Santiago del Teide

Deze slakkenvulkaan ontstond in 1492 door een spleeteruptie, op korte afstand (ca. 4 km) van de latere vulkaan Chinyero, die in 1909 langs dezelfde scheur uitbarstte.  

Montana Boca Cangrejo - Santiago del Teide

Op de zeer poreuze vulkanische ondergrond van basaltische scoria vestigen zich tot op heden vrijwel geen kruidachtige planten. Alleen Canarische dennen koloniseren in een zeer traag tempo het roestbruine vulkaanlandschap.

Overzicht van een groot aantal erupties op Tenerife en de jaren waarin deze plaats vonden. Een aanduiding als 1900 BP betekent zoveel jaar 'before present'.  1704 AD is anno domini 1704. De aanduiding van 170 ka, betekent zoveel duizend jaar. Het teken 'plus-minus' geeft aan dat de datering een onzekerheid heeft van zoveel jaar. 

Veruit de meeste vulkaanuitbarstingen, die in historische tijd plaats vonden, traden op langs breuken. Dit was ook het geval bij een aantal erupties hoog op de zuidflank van de Cordillera Dorsal, boven Guimar. Uit de erupties die van eind 1704 tot maart 1705 duurden, ontstonden een reeks kleine zwarte slakkenkegels langs een 10 km lange spleet. De uitbarstingen werden voorafgegaan door talloze aardbevingen, die over het hele eiland gevoeld werden.

Op dit overzicht van Tenerife zijn de voornaamste eruptiepunten in historische tijd in verschillende kleuren weergegeven.

De eruptie van de Chahorra in 1798 is die van Pico Viejo.

Hoog op de zuidhelling van de Cordillera Dorsal liggen een drietal eruptiepunten langs een 10 kilometer lange breuklijn. Deze heeft een noordoost-zuidwest verloop. Eind 1704 opende zich hier een spleet, waarlangs erupties optraden. De vrijwel inktzwarte basaltische slakkenkegels en bijbehorende lavastromen contrasteren sterk met het omringende landschap. De spleeterupties begonnen op 31 december 1704 en hielden aan tot 27 maart in het jaar daarop. Iets later, in 1706, begon op de noordkant van het eiland de vulkaan Arenas Negras (Montana Negra), die de havenstad Garachico voor een deel zou verwoesten.

Montana Siete Fuentes op de zuidhelling van Tenerife, boven Fasnia

Montana Siete Fuentes bestaat uit een drietal slakkenkegels, die in december 1704 op een hoogte 1770 meter op de zuidelijke helling van Tenerife zijn ontstaan. Tijdens de eruptie trad ook basaltlava naar buiten, die als 'A'a-lava over een korte afstand traag naar beneden stroomde.

Montana Siete Fuentes boven Fasnia

Uit de opname blijkt duidelijk dat de emissiecentra zich langs een spleet gevormd hebben. Krateropeningen en de drie grotere slakkenkegels liggen op één lijn. 

Na de reeks aardbevingen scheurde op 31 december 1704, op een hoogte van 1770 meter op de zuidhelling van Tenerife, de aarde open. Uit een 10 kilometer lange spleet spoten fonteinen van lava de lucht in. Langs een paar emissiecentra ontstonden een drietal slakkenkegels die tegenwoordig de vulkaan Siete Fuentes vormen. De hoogste top daarvan is zo'n 22 meter hoog. Uit één van de krateropeningen stroomde ook basaltische lava. De hoeveelheid was echter gering. De lavastroom was slechts één kilometer lang. Vervolgens ontstond een kleine kilometer verder op de helling een nieuwe scheur, waaruit na verloop van tijd de Fasniavulkaan ontstond. Over een lengte van 1400 meter werden een reeks kleine slakkenkegels gevormd, naast explosiekraters en hornito's, waaruit lava stroomde. Uit overleveringen is bekend dat de erupties gepaard gingen met veel harde explosies.

Montana Arafo op ruim 1700 meter hoog op de helling, boven Guimar

De slakkenkegel van Arafo is met zijn 100 meter hoogte de grootste vulkaan die bij de uitbarsting in februari 1705 is ontstaan. Gedurende 24 dagen spoten uit de vulkaan fonteinen van lava omhoog. Daarnaast stroomde ook een flinke hoeveelheid lava langs de helling naar beneden.

Montana Arafo

Vanaf Mirador Crucita aan de zuidkant van de Cordillera Dorsal heeft men een goed uitzicht op de zwarte slakkenkegel van de Arafo vulkaan. Samen met Volcan de Guimar, ontstonden beide vulkanen op het noordoostelijke uiteinde van een ongeveer 10 kilometer lange spleet.

Montana Arafo

Vanuit een andere richting gezien valt op dat de vulkaan, zoals de meeste slakkenvulkanen, door Strombolische uitbarstingen en de heersende windrichting een brede, asymmetrische krateropening bezit.

Langs dezelfde scheur vond begin 1705, zo'n 7 kilometer noordoostelijk van de Fasnia vulkaan, een volgende eruptie plaats. Hierbij traden fonteinen op van hoog opspuitende basaltlava. Uit as, lapilli en lava ontstond de Arafo vulkaan. Deze bereikte een hoogte van ruim 100 meter. De Arafovulkaan bestaat uit een tweetal kraters waaruit lava naar buiten is gevloeid. Deze traag vloeiende 'a'a-lava stroomde zo'n 8 kilometer hellingafwaarts en bereikte bijna de kust. 

Fasnia vulkaan bij Fasnia (Guimar) - Tenerife

Tussen 3 en 25 mei 1705 barste deze vulkaan uit. De eruptie, waarbij ook basaltlava uit de krater stroomde, duurde acht dagen. 

De vulkaan bij Fasnia ontstond langs een openstaande spleet op de zuidelijke helling van de Cordillera Dorsal, waarbij basaltische lava naar buiten kwam. Langs de spleet zijn door hoog opspuitende lavafonteinen een aantal zwarte slakkenkegels ontstaan.

De zwarte velden van basaltische lapilli met overal vulkanische bommen, verlenen het landschap een desolate aanblik.

Hornito's zijn een soort schoorstenen, waaruit door overdruk lava naar buiten treedt. Het kleine eruptiepunt wordt omringd door klodders en flatsen basaltlava, die met elkaar versinterd zijn en zo een soort schoorsteen vormen.

Arenas Negras

In 1706 barstte op de noordkant van het eiland de Montaña Arenas Negras uit. Deze vulkaan wordt ook wel 'Volcan Garachico' genoemd, omdat de eruptie de verwoesting van Garachico veroorzaakte. De uitbarsting van de Arenas Negras duurde 40 dagen. Toen gedurende de eruptie de gasdruk afnam, stroomde ook basaltische lava uit de krateropening. De lava vloeide hellingafwaarts, in de richting van het stadje Garachico, aan de noordkust. Garachico was tot 1706 de belangrijkste havenplaats op Tenerife. Wonderwel bleef het kerkje van Garachico gespaard van de ondergang, wat door de mensen gezien werd als een hemels teken. Stad en haven werden echter door het lavageweld verwoest. Op de uitgevloeide, afgekoelde lavadelta aan de kust is later het nieuwe Garachico gebouwd. 

De slakkenvulkaan Montana Arenas Negras (Montana Negras) uit 1706

Van 5 tot 14 mei 1706 vond de grote eruptie van Volcán Arenas Negras plaats vanaf het plateau Dorsal Teno. Deze vulkaan wordt ook wel Volcán Garachico genoemd. De helling van de vulkaan raakt langzaamaan begroeid met Canarische dennen. Opvallend is het kleurverschil van de naaldbomen. Op de bodem van de krater vinden de bomen betere groeiomstandigheden dan op de helling. De dennen in de krater zijn hoger en groener. Op de helling zijn de omstandigheden minder gunstig. Het is er veel droger. Canarische dennen reageren hierop met een tragere groei en een duidelijk gelere kleur. 

 De eruptie van de Arenas Negras duurde negen dagen, waarbij uit de krater van de grote slakkenkegel een grote hoeveelheid basaltlava stroomde. Een deel van de oude havenstad Garachico werd onder de lava bedolven. De vulkaankegel zelf is opgebouwd uit losse scoria, voornamelijk basaltische lapilli, die tijdens de Strombolische eruptiefase uit de krater geworpen werd. 

De omgeving van de vulkaan Arenas Negras is plaatselijk met een dikke laag ruwe 'A'a-lava en bloklava bedekt. Zelfs na een paar honderd jaar is het gebied nog grotendeels onbegroeid.

Onder het ruwe oppervlak van 'A'a-lava is vaak massieve basalt aanwezig. Door afkoeling van het hete gesteente ontstaan loodrecht op het afkoelingsoppervlak krimpscheuren, vandaar de zuilige structuur

Het grijszwarte, met lapilli en vulkanische bommen bedekte landschap van Arenas Negras is, op een beginnende begroeiing met Canarische dennen na, nog volkomen vrij van vegetatie.

Terzijde


De verwoesting van Garachico in 1706


De uitbarsting van de vulkaan Arenas Negras is tot dusver de meest vernietigende eruptie geweest, die in historische tijd op Tenerife heeft plaatsgevonden. Waar erupties in de meeste gevallen voorafgegaan wordt door talrijke aardbevingen, kondigde deze uitbarsting zich slechts aan door één aardbeving. Daarna begon uit een grote spleet basaltlava te stromen. Gedurende de uitbarsting verplaatste de voornaamste activiteit zich langs de spleet van het noordwesten naar het zuidoosten.

In het noordwesten ontstond langs de zuidrand van de open spleet door omhoogspuitende lava een 400 meter lange en 5 meter hoge wal van aaneengesinterde basaltslakken. Uitstromende lava verhinderde dat iets dergelijks ook op de helling langs de noordrand van de spleet ontstond. In het zuidoostelijke deel van de geopende spleet traden afwisselend explosies op en vloeide ook lava naar buiten. Door opspuitende lava ontstond een slakkenkegel. Deze vulkaankegel kreeg de naam Montana Negra, ook wel 'Volcan Arenas Negras' genoemd, vanwege de zwarte kleur van het uitgestoten basaltische materiaal. Verderop langs de scheur trad zoveel lava naar buiten dat zich daar geen slakkenkegels ontwikkelen. De lava van de Arenas Negras verwoeste voor een deel het havenstadje Garachico onderaan aan de helling.

 

De uitbarsting van de Garachico-vulkaan (Volcan Arenas Negras) in 1706 is door de schilder Bordanova Ubaldo Morena in 1898 fraai in beeld gebracht. Opvallend is dat de lava in een aantal deelstromen van de steile helling naar het stadje Garachico stroomde en daar grote verwoestingen aanrichtte. Hierbij werd de bestaande haven vrijwel volledig met lava opgevuld, waarbij een tamelijk vlakke basaltdelta werd gevormd.

De ellende voor Garachico begon in de vroege morgen van de vijfde mei 1706. Stromen van gloeiende lava bereikten het dorpje Tanque. Hierbij gingen de plaatselijke kerk en verschillende huizen in vlammen op. Alle in de omgeving gelegen wijngaarden werden vernietigd. Omstreeks 21.00 uur op dezelfde dag stroomde een grote hoeveelheid lava over het plateau. De lava verdeelde zich in zeven gescheiden banen en stroomde vervolgens de steile helling boven Garachico af naar beneden. Uiteindelijk bereikte de lava ook het stadje zelf. Op een smalle strook water na, vulde zwarte lava de hele haven op.

In de ochtend van 13 mei 1706 stroomde een nog grotere hoeveelheid lava langs de helling naar beneden. Hierbij werden windmolens, vruchtbaar akkerland, tuinen en waterbronnen onder de lava bedolven. Het San Francisco klooster en ook de kerk van Santa Clara werden in de as gelegd. In de duurdere wijk van Garachico moesten talloze huizen het ook ontgelden. Deze brandden volledig af, waarbij de resten onder lava bedolven werden. De hoeveelheid lava was zo groot dat dit een soort delta voor de kust in zee vormde.

Opvallend aan deze uitbarsting was, dat er geen doden te betreuren waren. Verschillende inwoners konden hun huisraad tijdig uit hun huizen naar veiliger plaatsen overbrengen. De uitbarsting eindigde waarschijnlijk op 28 mei 1706. Tegen die tijd had de slakkenkegel van de Arenas Negras een hoogte bereikt van 80 meter. De uitgestroomde lava reikte tot ruim 8 km ver van de krater.

Bijzonder is dat in de jaren na de uitbarsting Carachico weer werd opgebouwd. Het stadje kreeg min of meer hetzelfde bouwplan als voor de uitbarsting. Het nieuwe Garachico werd gebouwd op de vlakke basaltdelta, die in zee was gevormd. 

Lavastromen van de Arenas Negras - met rode contourlijnen aangegeven - bewogen hellingafwaarts, richting havenplaats Garachico.

Tegenwoordig is nog heel goed te zien waar de basaltlava langs de steile helling naar beneden stroomde en haven en een deel van het stadje Garachico verwoestte. De haven van Garachico was tot voor de uitbarsting de de belangrijkste zeehaven van Tenerife. 

Garachico aan de noordkust van Tenerife is na de uitbarsting in 1706 opnieuw opgebouwd op de uitgevloeide lava van de vulkaan Arenas Negras, die aan de kust in zee een soort delta heeft gevormd.

Langs de kust bij Garachico heeft men over de ruwe gestolde lava betonnen voetpaden aangelegd.

De lava die uitvloeide was niet zo vloeibaar dat deze als pahoehoe-lava stolde. Het ruwe onregelmatige karakter van de gestolde basaltlava kennen we als 'A'a-lava.

Pico Viejo

De Pico Viejo is een grote stratovulkaan, die ontstaan is op de flank van de Teide.  Met een hoogte van ruim 3100 meter is deze vulkaan, op de Teide na, het hoogste punt op Tenerife. Spanjaarden op Tenerife noemen de vulkaan ook wel Chahorra. Pico Viejo vormt samen met Montana Blanca, Montana Rajada en nog een paar satellietkraters samen met de Teide een groot vulkanisch complex, dat zich vanaf ongeveer 190.000 jaar geleden op de bodem van de Caldera Las Canadas heeft ontwikkeld.

Satellietopname van de Caldera de Las Canadas met bovenaan de 1500 meter hoge vulkaan Teide. Links daarvan is de uitgevloeide zwarte lava van de eruptie van de vulkaan Pico Viejo (Chahorra) uit 1798 duidelijk te zien. De donkere, grillig verlopende zone onderaan de foto is de hoge kraterwand van de caldera.

Als we de caldera bij Boca de Tauche binnenrijden, is de Pico Viejo op de flank van de Teide te herkennen aan de zwarte deken van pyroclastica en de zwarte lavastromen. het zwarte gesteentemateriaal is afkomstig van de uitbarsting van 1798. Oudere lavavelden opzij ervan zijn roestbruin geoxideerd. Pico Viejo en zijn vulkanische producten het beste te zien vanaf Mirador Boca de Tauche (uitzichtpunt), langs weg TF21, die door de caldera is aangelegd. 

Voor de wandelaar zijn er via paden verschillende mogelijkheden om de krater van Pico Vieje te bereiken. Daar aangekomen valt de in verhouding zeer brede krateropening op. Deze heeft een doorsnede van zo'n 800 meter. 

Pico Viejo met de eruptiepunten Las Narices

Op de voorgrond oude, Pleistocene basaltische 'A'a-lava met een accretionaire lavabal. Deze oude lava is roestig geoxideerd.

Las Narices del Teide ofwel de 'Neusgaten van de Teide'

Zo noemt men deze op rij liggende krateropeningen waar in 1798 naast pyroclastica een grote hoeveelheid zwarte basaltlava vrij kwam, die als een duidelijk herkenbare zwarte deken over een deel van het landschap ligt.

Een van de krateropeningen van de Narices del Teide met daarachter op de bodem van de Caldera de Las Canadas zwarte lavavelden van de in 1798 uitgevloeide basaltlava.

De Pico Viejo barstte in 1798 voor het laatst uit. De eruptie duurde van 9 juni tot 14 september in dat jaar en vond plaats op de westflank van de vulkaan. De kolom  vulkaanas en gaswolken reikte tot 1 kilometer hoogte. Vulkanisch as bereikte hierbij de naburige eilanden La Gomera en El Hierro.

Bij de uitbarsting scheurde de zuidwestelijke flank van de vulkaan open. Uit de ongeveer 850 meter lange spleet stroomden grote hoeveelheden viscueze lava. De donkere lava was basaltisch van samenstelling. Schattingen gaan er van uit dat gedurende de maanden die de erupties duurden, ongeveer 12 miljoen kubieke meter basaltlava uit de emissiepunten is gevloeid. Vanaf weg TF 21 die de caldera doorkruist, vallen de intens zwarte lavastromen van ruwe 'A'a-lava direct in het oog. 

Pico Viejo - Caldera Las Canadas

De krateropening van de Pico Viejo is bijna een kilometer breed.

 

Pico Viejo - Caldera Las Canadas

Top en krater van de Pico Viejo zijn via wandelpaden tamelijk makkelijk te bereiken. De krater zelf is voornamelijk gevuld met losse basaltische scoria. 

Á'a-lava van de eruptie van 1798

De ietwat stroperige basaltlava vloeide traag langs de vulkaanhelling naar beneden, waarbij door stolling en het voortkruipen van de lava grote hoekige blokken basalt ontstonden. Dit type 'A'a-lava noemt men bloklava. Dergelijke ruwe lava-oppervlakken zijn nagenoeg onbegaanbaar.

Bijzonder was dat de vulkanische activiteiten onder aan de helling, bij het begin van de spleet begon, en zich gaandeweg naar boven verplaatsten. Hierbij ontstonden een aantal krateropeningen op rij. Deze noemt men 'Las Narices del Teide' ofwel de 'Neusgaten van de Teide'. De uitbarsting van Pico Viejo was de langst durende uitbarsting op de Canarische eilanden in historische tijd.

Vulkanische bommen?

Opvallend zijn ook de grote 'vulkanische bommen', die in het landschap in de buurt van de Pico Viejo zichtbaar zijn. Ze liggen op ruim een kilometer van de eruptiepunten. De eerste gedachte is dat de ronde bollen ontstaan zijn uit grote lavaklodders die door vulkanische geweld uit de krater zijn geslingerd. Tijdens de luchtreis stolt de lava, waarbij de klodders vaak een aerodynamische vorm aannemen.  Het zijn echter geen vulkanische bommen, maar zogenoemde accretionaire lavaballen. De grote lavaballen bezitten namelijk een opvallende 'uienschillenstructuur'.

Accretionaire lavabal - Pico Viejo, Tenerife

De kracht van de gasexplosies tijdens de erupties waren soms zo groot dat grote vulkanische bommen honderden meters ver door de lucht werden geslingerd. Tenminste zo lijkt het op het eerste gezicht. De enorme lavaballen zijn echter geen vulkanische bommen. Ze ontstonden op de wijze zoals kinderen sneeuwballen maken. Bij het rollen van een gestold blok lava kleeft afkoelende lava aan het oppervlak, waardoor de rollende bal steeds groter wordt. Bij het groter worden ontwikkelen de ballen een concentrische structuur.

De lavaballen ontstonden aan het oppervlak van de langzaam stromende lava. Gestolde lavabrokken rolden over de stromende lava hellingafwaarts, waarbij vergelijkbaar met sneeuw en sneeuwballen, steeds meer lava aan de ballen bleef kleven. Naar mate de lavaballen verder naar beneden rolden, werden ze steeds groter. Accretionaire lavaballen kunnen een doorsnede bereiken van een paar meter. Vergelijkbare lavaballen liggen ook op de puimsteenhellingen van Montana Blanca, verderop in de caldera.

Een accretionaire lavabal van basalt van de Kilauea op Hawaii

Accretionaire lavaballen van fonoliet - Montana Blanca, Teide

Bij het uitstromen van fonolietische lava uit de Teide, rolden gestolde brokken fonoliet over de nog vloeibare lava naar beneden. Als bij een sneeuwbal plakte de lava vast. Op de puimsteenhellingen van Montana Blanca liggen tientallen accretionaire lavaballen. 

Accretionaire lavabal van fonoliet - Montan Blanca, Teide

Van enige afstand lijken het grote vulkanische bommen. Deze meer dan manshoge lavaballen hebben intern een structuur als van een ui.

Gebroken lavabal van fonoliet - Montana Blanca, Teide

Enkele van de enorme ballen zijn tijdens het hellingafwaarts rollen tegen andere aangestoten en gebroken. 

Opvallend is dat de lava, die bij deze uitbarsting van de Pico Viejo 1798 vrij kwam, na ongeveer 200 jaar nog als een volkomen onbegroeide zwarte deken over het landschap ligt. Een wandeling over het ruwe oppervlak van de 'A'a-lava valt af te reden. De talloze scherpe punten aan de lavabrokken hebben een ruïneuze uitwerking op schoenen.

Montana Chinyero

De vulkaan Chinyero vormt omringd door ruwe 'a'a-lava en donkere scoria een zwartbruine, onbegroeide vlek in het beboste landschap. Op de achtergrond is de helling van de Pico Viejo en de Teide zichtbaar.

Eind 1909 barstte de vulkaan Montana Chinyero uit vanuit een opening langs de Santiago breukzone. De eruptie van 18 november in dat jaar is tot dusver de laatste vulkaanuitbarsting op Tenerife. De eruptie van de Chinyero was in zekere zin kenmerkend voor vulkanishe uitbarstingen op de Canarische eilanden. De meeste erupties duren relatief kort. De activiteit van de Chinyero hield zo'n tien dagen aan. Toen was een zestig meter hoge slakkenkegel ontstaan, die omgeven is door een zwarte lavavlakte in een groen beboste omgeving. Bij de uitbarsting zijn geen slachtoffers gevallen. Vanuit het nabije Santiago del Teide vindt ieder jaar een bedevaart plaats. Beelden van Christus en de Heilige maagd uit de San Fernandokerk worden meegedragen tot de plaats waar de lava van de Chinyero destijds op miraculeuze wijze werd omgeleid naar onbewoond gebied.

De vulkaan Chinyero vormt een slakkenkegel waarvan de kratermond door de destijds heersende wind een scheve vorm heeft. Omhoogspuitende lavafoneinen produceerden bijzonder veel zwarte lapilli en vulkanische bommen. Op de zwarte vlakte zijn Canarische dennen voorzichtig aan kolonisatie begonnen. Het kiemen van de zaden en de groei in het eerste jaar is erg afhankelijk van de plek waar de gevleugelde zaden zijn neerkomen. De meeste zaailingen verdrogen na het kiemen.

De ruwe 'A'a-lava van de Chinyero is vrijwel onbegaanbaar. De omgeving bestaat uit losse scoria, bloklava, hornito's en verspreid voorkomende kleine en grotere accretionaire lavaballen. In de omgeving zijn in het vulkanische landschap verschillende wandelpaden aangelegd. 

De bekendste route is een ringvormige wandeling van ongeveer 8 kilometer rond de vulkaan. Hoewel niet bijzonder ingewikkeld, is het uitzicht fantastisch. Op het hoogste punt kunt u het hele Teide-park overzien, evenals de Vallei van Orotava en bij helder weer zelfs het eiland La Palma. 

De eruptie van de Chinyero begon in de middag van 18 november 1909 op het plateau van Abeque, niet ver van de vulkaan Arenas Negras. Beide vulkanen zijn gekoppeld aan hetzelfde breuksysteem. In het jaar voorafgaand aan de uitbarsting traden talrijke zwakke aardbevingen op. Meestal duiden deze op verplaatsing van magma in ondergronds gelegen magmakamers. In de herfst van 1909 werden de aardbevingen talrijker en ook zwaarder.

Dit is een historische opname van de uitbarsting van de Chinyero op 18 november 1909. De uitbarsting van de Chinyero in de buurt van de plaats Santiago de Teide was de laatste die op Tenerife heeft plaatsgevonden. 

De eruptie werd ingeleid door explosies uit een aantal openingen langs een ca. 650 meter lange spleet, die zich op de flank van een al bestaande oudere vulkaan had geopend. Hierbij werd aanvankelijk voornamelijk as uitgestoten. Het vulkanische as kwam zo'n 25 kilometer verderop voor een deel terecht op La Orotava. Laat in de middag van 18 november vloeide voor het eerst basaltlava uit de krater. De dag erna waren er vier kraters actief waaruit fonteinen van lava tot wel 50 meter omhoog spoten en vulkanische as tot meer dan 500 meter de lucht in werd geblazen. Pas op 25 november namen de activiteiten af zodat op 27 november alleen nog rook en gas uit de krateropeningen te voorschijn kwamen.

 Iglesia de San Fernando Rey in Santiago del Teide

Ieder jaar in mei vindt sinds 1909 vanuit de kerk een processie plaats ter ere van de Cristo del Valle de Arriba. De bewoners dragen het beeld van Jezus naar buiten en laten hem de vulkaan Chinyero sussen. Tijdens zijn laatste uitbarsting, een eeuw geleden, dreigde deze vulkaan het dorp met zijn lava te verwoesten. Op een miraculeuze manier boog de lavastroom plotseling af, waardoor het dorp gespaard bleef. Dit kon geen toeval zijn. 

Door de eruptie is een nieuwe, 50 meter hoge vulkaankegel ontstaan, die bekend staat als Montana Chinyero. De uitgevloeide basaltlava was een eindweg uitgestroomd en had daarbij een gedeelte van de basis van Montana de Bilma, een oudere slakkenvulkaan, bedekt. De inwoners van het nabijgelegen Santiago de Teide konden weer adem halen. De lavastroom boog iets boven het plaatsje af en spaarde zo huizen en bezittingen van de inwoners. De bewoners vieren deze in hun ogen wonderbaarlijke gebeurtenis nog ieder jaar in mei met een feestelijke processie.