Zwerfsteengebruik

Nederland is gebouwd op de slappe grond van een delta, aan de rand van het Noordzeebekken. De belangrijkste bodem-ingrediënten zijn zand, leem, klei en veen. Op een heel klein plekje na bij Cottessen in Zuid-Limburg ontbreekt in ons land harde rots. Het enige andere echt harde materiaal n ons land zijn zwerfstenen. Sinds de prehistorie hebben mensen hier dankbaar gebruik van gemaakt.

Middeleeuws zwerfsteenkerkje - Nienbergen, Wendland (Dld.)

Zwerfstenen waren tientallen eeuwen de enige bron van hardsteen. In de prehistorie bouwde men er hunebedden van, van geschikte zwerfsteensoorten maakte men gereedschap en wapens en ook werden stenen gebruikt om mee te koken of om ijzeren gereedschap te slijpen.

Zo rond 1100 werd het bakken van baksteen opnieuw uitgevonden. Hiermee was de rol van zwerfstenen niet uitgespeeld. Tientallen middeleeuwse baksteenkerken zijn gebouwd op een fundament van grote zwerfkeien. Zelfs tot in de twintigste eeuw waren straten, pleinen en kaden in de steden voor een belangrijk deel geplaveid met zwerfstenen.

Hunebedden zijn prehistorische grafmonumenten. Ze werden in de Trechterbekertijd, zo'n 5000 jaar geleden gebouwd van grote zwerfblokken, die men in de omgeving vond.

Het 'hunebed' van Westdorp. Het monument is in 2002 aangelegd met zwerfkeien van boeren uit de omgeving.  De inwoners van Westdorp zijn trots op hun hunebed. Het is de enige ter wereld waar een bouwvergunning voor is verstrekt

Zwerfsteenkerk (Granitquaderkirche) - Asel, Wittmund (Dld.)

In de middeleeuwen gebruikte men zwerfkeien voor de bouw van kerken. 

Baksteenkerkje van Noordlaren (Dr.)

Veel Groninger en Drentse baksteenkerken uit de middeleeuwen staan op een fundament van zwerfkeien.

Keienweg - Exloo (Dr.)

Zwerfstenen werden in steden en op het platteland veel gebruikt voor verharding van wegen, pleinen en kades. 

Om overstromingen tegen te gaan, gebruikte men vroeger ook zwerfkeien. Na de paalwormaantasting in de 18e eeuw moesten tientallen kilometers zeedijk in allerijl versterkt worden. Proeven in Enkhuizen wezen uit dat een bekleding van een dijk met grote zwerfkeien het beste voldeed. De benodigde stenen haalde men voor veel geld vooral uit Drenthe. Schoot het aanbod aan dijkstenen tekort, dan haalde men keien uit het buitenland. Onderzoek aan de Markermeerdijk (= de voormalige Zuiderzeedijk) maakte duidelijk dat tussen Enkhuizen en Amsterdam zwerfkeien verwerkt zijn uit Drenthe, Denemarken, Polen, Noorwegen en Zweden.

Rond de voormalige Zuiderzee zijn vanaf 1732 de dijken in recordtempo vernieuwd en bekleed met zwerfstenen en 'Noorse' steen. Ten noorden van Etersheim is de  Markermeerdijk bekleed met Drentse zwerfstenen.

Kwam men Drentse keien tekort, dan haalde men zwerfkeien uit landen als Denemarken, Polen en zelfs uit Noorwegen. 

In de Markermeerdijk bij Schellinkhout waren relatief veel zwerfstenen verwerkt die met schepen uit Zuid-Noorwegen waren gehaald. 

Na uitvinding van de macadamweg door de Schotse ingenieur John Loudon McAdam (1756-1836) in het begin van de 19e eeuw, maakte het zwerfsteengebruik een hausse door. Men verwerkte zwerfstenen tot steenslag om doorgaande zand, kleiwegen en boerenerven te verharden. Duizenden arbeiders verdienden in Oost-Drenthe meer dan een eeuw lang hun boterham aan het opspitten, vervoeren en stukslaan van zwerfstenen tot steenslag.

De uitvinding van de macadamweg veroorzaakte een kleine revolutie in de wegenaanleg. Stenen werden tot steenslag geklopt en in verschillende lagen, vermengd met zand en gruis aangestampt. 

Ook in Drenthe werden in de 19e eeuw steeds meer zandwegen in macadamwegen veranderd. Het rijden op deze wegen was niet alleen veel sneller, het reizen was ook  een stuk comfortabeler. 

Ook nu nog zijn zwerfstenen populair. Niet alleen bij stenenverzamelaars, maar ook bij tuinliefhebbers. Ze leggen er rotstuinen mee aan, gebruiken ze voor vijverranden, voor bordermarkeringen of om er muurtjes of waterputten van te maken.

Zwerfstenen zijn tegenwoordig nog steeds populair. Vooral in tuinen worden ze veel toegepast. 

Een Drentse keermuur van grote zwerfstenen

Een mooie zwerfsteenvijver met vissen zie je niet overal.

Zwerfstenen waren vroeger niet moeilijk te vinden. Op talrijke plaatsen in Noord- en Midden-Nederland lagen ze voor het oprapen. Vooral de Hondsrug in Oost-Drenthe was er rijk aan. Bij miljoenen werden in de 19e eeuw uit heidevelden en esakkers opgespit, om verhandeld te worden. Ook de zwerfkeien in hunebedden, waren niet veilig voor steenhandelaren. Aan deze waardeloze 'steenhopen gebouwt door barbarische wreede reusen, huynen, giganten' viel een boterham te verdienen. In Noord-Nederland zijn op zijn minst 25 hunebedden verdwenen. De kleinere stenen nam men eenvoudig mee, grote steenblokken werden met steenhouwersgereedschap of met buskruit klein gemaakt. Over buskruit gesproken, ook oorlog voeren deed men een tijdlang met zwerfkeien, maar dat is een ander verhaal.

Johannes Picardt (1600-1670) was behalve dominee ook de grondlegger van de archeologie van ons land. Hij was van mening dat de hunebedden het werk waren van een volk van reuzen, dat hier leefde voordat de steentijdmensen zich hier vestigden. 

Hunebedden waren in de 18e en 19e eeuw waardeloze steenhopen. Ze waren door heidenen gebouwd, vond men, en dus waardeloos. Men gebruikte de hunebedden toen als steengroeve. Hier bij Westervelde ligt in de grafruimte nog een bekantrecht granietblok, dat van een deksteen gemaakt is. 

Overal in Noord-Nederland viel met de handel in zwerfstenen geld te verdienen. Grote zwerfblokken kreeg men klein met houten en ijzeren wiggen, maar vaker nog met buskruit. Hiertoe werden gaten in de steen geboord, die met kruit werden gevuld. 

Vandaag de dag gaan we anders om met zwerfkeien. Gelukkig beschouwt men de grote exemplaren steeds meer als geologisch erfgoed. Immers, de stenen vormen de stille getuigen van een klimaatperiode, waarin intense kou, gletsjerijs en sneeuw het landschap duizenden jaren in zijn greep hadden. Grote zwerfblokken doen het goed als zichtobject, vooral op markante punten in de openbare ruimte of bij particulieren in de tuin. Kortom, over de toepassing van zwerfstenen valt veel te vertellen en nog meer te zien. In een aantal volgende hoofdstukken leest U hier meer over.

Opvallend grote zwerfblokken, zoals deze van ruim 100 ton, krijgen tegenwoordig vaak een opvallende plaats in de openbare ruimte. Ze vormen indrukwekkende voorbeelden waar gletsjerijs toe in staat is. Deze kei is afkomstig uit Zweden. De keien vormen stille getuigen van een periode, lang geleden, toen het klimaat bar en boos was. 

In Borger op de Hondsrug in Drenthe, zijn in het dorpscentrum bijzonder veel grote zwerfstenen neergelegd. Auto's houden hier angstvallig hun eigen baan.

Terug