Keileem in soorten

Keileem is onverbrekelijk verbonden met gletsjers en landijs. Het bestaat uit een ongesorteerd mengsel van klei, zand, grind en keien. Aan het eind van de Saale-ijstijd, zo’n 135.000 jaar geleden, nadat het landijs, verdwenen was, bleef een kaal, golvend landschap achter, bedekt door keileem. In Noord-Nederland vormt het een vrijwel aaneengesloten afzetting.

Keileem geldt als gidsafzetting door gletsers of landijs. Overal waar keileem voorkomt waren gletsjers aanwezig, of was er sprake van een ijskap. De landijsbedekking in de laatste vier ijstijden heeft in grote delen van Noordwest-Europa keileem achtergelaten.

 

Zo ongeveer kan ons gebied er uitgezien hebben tijdens de ijsbedekking in de voorlaatste Saale-ijstijd.

Na het wegsmelten van de enorme ijsmassa bleef over uitgestrekte gebieden een grijze keileem achter met veel zwerfstenen.

 

Keileem in Noord-Nederland

Het voorkomen van keileem in de noordelijke helft van ons land betekent, dat hier sprake was van een ijsbedekking. Dit was het geval tijdens de Saale-ijstijd, ongeveer 140.000 jaar geleden. Vooral in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe vormt het een aaneengesloten, morene-afzetting met talloze grote en kleinere zwerfkeien. Het is meestal donkergrijs of plaatselijk anders gekleurd. Op veel plaatsen ligt keileem aan het oppervlak of is slechts bedekt door een dunne laag dekzand.

Op de zandruggen van het Hondsrug-complex in Oost-Drenthe komt ook keileem voor, op sommige plaatsen zelfs in grote dikte. Bijzonder is dat, direct na de Saale-ijstijd, delen van het kale Hondsruglandschap anders kleurden. In een omgeving van donkergrijze keileem lag, in de lengterichting van de ruggen, ook nog een roodbruin gekleurde keileemmassa. Vooral de hogere delen van de zandruggen zijn ermee bedekt. Deze keileem, die in de bodemkunde ‘rode’ keileem genoemd wordt, is bijzonder rijk aan zwerfstenen. Naderhand is op veel plaatsen het kleurverschil tussen beide keilemen door verwering/oxidatie verdwenen. Bij graafwerkzaamheden zijn beide roestbruin van kleur en alleen aan de hand van zwerfstenen van elkaar te onderscheiden.

 

Nieuweschootkeileem op de oostelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten

Op de hoogste delen van de zandruggen in Oost-Drenthe ligt boven op een ondergrond van grijze keileem een bruinrood  keileem-type met veel zwerfstenen.

 

 

Noordhorn-keileem - Groningen

De onderste van de twee Hondsrug-keilemen is in onverweerde toestand grijs van kleur.

Nieuweschoot-keileem - N33 bij Gieten

Het bovenste keileem-type in het Hondsrug-gebied bezit, onverweerd, een rossig bruinrode kleur.

 

 

Opzij van het Hondsrug-complex, met name in westelijk Drenthe, het Westerkwartier en Westerwolde in de provincie van Groningen, komt vooral Heerenveen-keileem voor. Deze 1 tot 2 meter dikke morene-laag dateert uit de eerste vergletsjeringsfase van de Saale-ijstijd. Heerenveen-keileem is vooral in Friesland afgezet. Het bevat naast veel zwerfstenen uit Midden- en Zuid-Zweden, bijzonder veel vuursteen.

 

Heerenveen-keileem - Smilde (Dr.)

Het landijs dat tijdens de Saale-ijstijd vanuit het noordoosten ons land binnenschoof, heeft een vuursteenrijk keileem-type achtergelaten. Deze keileem komt voor in Oost- en West-Groningen, West-Drenthe en in de provincie Friesland. Lokaal komen  restanten van Heerenveen-keileem voor op de zandruggen van het Hondsrug-complex.

 

De ruimtelijke verspreiding van keileemtypen in Drenthe en Groningen levert interessante informatie op over de herkomst van het glacigene materiaal en daarmee ook over de bewegingsrichting van (delen) van het landijs in de voorlaatste ijstijd. Hoewel de details nog steeds niet helemaal duidelijk zijn, evenmin als de volgorde van de vergletseringsfasen, is langzamerhand een vrij goed beeld verkregen hoe het landijs zich tussen 150.000 en 135.000 jaar geleden in het noorden van ons land heeft gedragen.

 

Akker met  zwerfstenen - Hoge Veld bij Norg (Dr.)

Bij het oogsten en ploegen komen op sommige plaatsen in Drenthe nog steeds veel zwerfstenen te voorschijn. De hoeveelheid stenen is echter een flauwe afspiegeling van wat eerder op de akkers lag.

 

Stenenrijke akker - Govelin (Dld.)

Vroeger waren sommige akkercomplexen in ons land net zo bezaaid met zwerfstenen als op de foto. Door verbeterde oogstmethoden, maar ook omdat keien geld opbrachten, zijn de akkers in Drenthe 'leeg' geraakt.

Akkerstenen - Hoge Veld bij Norg (Dr.)

Nog steeds komen bij oogstwerkzaamheden uit akkers zwerfkeien te voorschijn. Soms worden die door boeren op hopen langs de akkers gegooid. Is leuk zoeken na een winter.

Zwerfkeien bij Nieuw-Dordrecht (Dr.)

Bij graafwerkzaamheden van het Koning Willem Alexanderkanaal kwamen op de oostelijke tak van de Hondsrug bijzonder veel zwerfstenen te voorschijn.

 

Rijkdom aan zwerfstenen

Keileem bevat veel zwerfstenen. Kleine stenen en grote zwerfblokken komen zonder regelmaat naast elkaar voor. Op plaatsen waar keileem aan het oppervlak ligt, is dit te herkennen aan de stenen die er liggen. Dit worden er echter steeds minder. Vroeger waren akkers en heidevelden bezaaid met zwerfstenen. Van de rijkdom aan stenen is vandaag weinig meer over. Sinds de hunebedbouwers, zo’n 5000 jaar geleden, stenen gingen verzamelen om daar hun hunebedden mee te bouwen, zijn door menselijk handelen miljarden grote en kleine keien uit het landschap verdwenen. De Hondsrug fungeerde eeuwenlang min of meer als een grote ‘steengroeve’, waar naar believen kleinere en vooral grote zwerfkeien weggehaald werden. Zelfs hunebedden werden niet ontzien.

 

Zwerfsteenhoop bij de Zuiderbegraafplaats in Groningen

Op de Hondsrug zijn in de loop van de tijd bijzonder veel zwerfkeien opgegraven, klein gemaakt en verhandeld. In de grote kei zijn een aantal boorgaten aangebracht om deze met behulp van wiggen of misschien wel buskruit in stukken te laten springen. De kwaliteit van deze steen viel blijkbaar tegen. Het is een mylonietgneis.

 

Hunebed aan de Steenhopenweg bij Drouwen (Dr.)

In vrijwel alle hunebedden zijn in het verleden de kleinere stopstenen weggehaald. Vaak zag men er ook geen been in om met wiggen en vooral met buskruit grote stenen te laten springen. Keien werden wel het 'Goud van Drenthe' genoemd. Ze brachten geld op. 

Vooral na 1730 ging het snel. Paalworm-aantasting van de houten palissaden voorlangs de wierdijken veranderden de zeeweringen binnen een paar jaar in een soort ‘gatenkaas’. Om het kwetsbare achterland tegen overstromingen te beschermen zijn rond de Zuiderzee op grote schaal zwerfkeien gebruikt. Tegen enorme kosten werden de dijken in allerijl voorzien van een steenglooiing met zware keien. De meeste keien haalde men uit Drenthe. De plaatselijke bevolking verdiende in die tijd een aardige boterham aan het zoeken en delven van stenen. De keien uit Drenthe gingen vooral richting Noord-Holland. In de dijkglooiing van de huidige Markermeerdijk liggen nog vele honderdduizenden grote Drentse zwerfkeien.

 

Markermeerdijk bij Schellinkhout (Noord-Holland)

De Markermeerdijk (=voormalige Zuiderzeedijk) in Noord-Holland is in het verleden bekleed met steen. Een flink deel ervan zijn zwerfstenen afkomstig uit Drenthe. In vroeger jaren verdienden honderden mensen in Oost- en Midden-Drenthe een boterham aan het opsporen, verzamelen en verhandelen van zwerfkeien.

Markermeerdijk noordelijk van Etersheim (Noord-Holland)

Delen van het dijktraject tussen Hoorn en Etersheim bestaan uit een steenbekleding van 'Noorsche steen'. Het zijn Drentse zwerfkeien. Uit de stenengezelschap valt af te leiden waar men vroeger in Drenthe de keien vandaan haalde. Bij Etersheim is dit hoogstwaarschijnlijk het Ellertsveld in Midden-Drenthe.

.

In de 19e eeuw kwam het ‘keiendelvenpas goed op gang. In ruim honderd jaar is op grote schaal in het oostelijke Hondsrug-gebied naar zwerfstenen gezocht. Vele honderden mensen waren dag in dag uit op de heidevelden bezig om zwerfstenen van duivenei-grootte en meer uit de bodem op te spitten. De winning was belangrijk voor wegenaanleg. De keien werden kapot geslagen om er steenslag van te maken voor macadamwegen. Vooral in de wintermaanden, als er voor landarbeiders vrijwel geen werk was, kon men zo een boterham verdienen.

De hoeveelheid gedolven keien gaat ieder voorstellingsvermogen te boven. Vooral de oostelijke Hondsrugtak was bij de keiendelvers in trek. Van Buinen is bekend dat op veel plaatsen per are maar liefst 5000 kg zwerfkeien tevoorschijn kwam. Het delven van keien meer naar het westen op de Hondsrug loonde niet. Het verschil zit hem in de aanwezigheid van twee keileemsoorten.

Bij werkzaamheden op het land komen nog steeds veel zwerfstenen tevoorschijn, waarna deze veelal met onbekende bestemming worden afgevoerd. Het karakter van Oost-Drenthe als een stenenrijk gebied is hierdoor radicaal veranderd. Het Hondsrug-gebied is wat dit betreft veranderd in een uitgeruimd landschap. Zwerfstenen zijn vandaag de dag meer in de dorpen en plaatsen te zien dan in het landschap er omheen.

 

In de eerste helft van de twintigste eeuw werden zwerfkeien nog gebruikt om straten, pleinen en wegen te plaveien, vooral op het Duitse platteland gebeurde dit nog veel. Het stevig in verband leggen van de ongelijke keien vergde veel vakmanschap.

Zwerfsteenbestrating van een veldweg bij Gasselte (Dr.)

Bij de ontginning van 'woeste gronden' in de eerste helft van de vorige eeuw, kwamen bij het omspitten van de grond enorme hoeveelheden zwerfstenen te voorschijn. Met deze stenen zijn tientallen kilometers zand- en boswegen verhard. Ook boerenerven in Drenthe werden op grote schaal verhard met zwerfkeien. 

 

Zwerfstenen als straatmeubilair - Borger (Dr.)

Op heidevelden en boerenakkers komen nog maar weinig zwerfkeien voor. Voor (grote) zwerfstenen moet je tegenwoordig vooral in de Hondsrugdorpen zijn. Bij de reconstructie en aankleding van het dorpscentrum van Borger heeft men honderden grote zwerfkeien toegepast.

 

Lange tijd waren zwerfstenen vogelvrij. Wie ze wilde hebben, kon ze krijgen of kopen. Zo zijn heel wat fraaie zwerfstenen op plaatsen in Nederland terecht gekomen waar ze beslist niet thuis horen. Grote zwerfblokken zijn te beschouwen als geologisch erfgoed. Daarom was het een juist besluit van de provincie Drenthe om door aankoop van een aantal opmerkelijke grote zwerfblokken deze voor het landschap te bewaren. Deze keien kwamen te voorschijn bij reconstructiewerkzaamheden aan de kruising van de N34 en N33 bij Gieten. Zwerfstenen zijn de stille getuigen van een klimaatperiode die wij ijstijd noemen. Een periode die ons land vele duizenden jaren in zijn ijzige greep hield. De stenen illustreren het verhaal van landschapsvorming en langdurige klimaatveranderingen. Bovendien gunnen de keien ons door hun ouderdom en bijzondere samenstelling een inkijkje in de aardkorst, op diepten en onder omstandigheden die wij in het echt nooit zullen kunnen aanschouwen en leren ze ons veel over processen die het aangezicht van de aarde vormen en veranderen.

 

Zwerfblokken in de keientuin - Hunebedcentrum Borger

 Om dit geologisch erfgoed voor het Hondsrug-gebied te behouden, heeft de Provincie Drenthe een flink aantal zwerfkeien, die bij Gieten opgegraven waren, aangekocht. Deze grote zwerfblokken zouden voor het Hondsrug-gebied anders verloren zijn gaan.

Een Filipstad-graniet van 12 ton in de keientuin van Borger

Bij het doorgraven van de Hondsrug bij Gieten kwam een zwerfblok van Filipstad-graniet te voorschijn uit Assen-keileem. De kei woog ruim 12 ton. Het is een zwak gedeformeerde variant van deze graniet. De aannemer stelde de kei ter beschikking aan het Hunebedcentrum in Borger.

 

Zwerfblokken van de N34 bij Ees

Zwerfkeien, groter dan 50cm, die bij provinciaal aanbestede werkzaamheden opgegraven worden, blijven sinds enkele jaren eigendom van de provincie. Het zijn stille getuigen van een barre klimaatperiode uit het verleden, waarvan de sporen nog steeds in het landschap zichtbaar zijn. Zwerfstenen zijn geologisch erfgoed. De grootste kei is een Norrland-graniet. Zie de foto hiernaast.

Norrland-graniet - N34 bij Ees (Dr.)

Bij de reconstructie van het kruispunt langs de N34 naar Exloo werd een flink aantal zwerfblokken opgegraven. Hierbij waren een drietal Norrland-granieten, waarvan één een Adak-graniet bleek te zijn. Norrland-granieten zijn 'lange-afstands-kampioenen' onder zwerfstenen. Ze komen uit Zweeds Lapland, ruim 2500 km hier vandaan.

 

 

Keileemverschillen en zwerfsteentellingen

In keileemafzettingen zijn zwerfstenen opvallende bestanddelen. Zij vormen de grofste en de meest in het oog vallende fractie. De samenstelling van het zwerfsteengezelschap blijkt vaak gebonden te zijn aan een bepaald type keileem. Dit maakt het mogelijk om door zwerfsteeninventarisaties de verbreiding van keileemtypen inzichtelijk te maken.

 

Zwerfstenen op akker bij Borger (Dr.)

Het zwerfsteengezelschap op de Hondsrug bij Borger heeft een Oost-Baltisch karakter. Het herkomstgebied van de zwerfstenen ligt in Noord-Zweden, Botnische Golf, Aland-eilanden en noordoostelijke Oostzee.

Zwerfstenen op het Hoge Veld bij Norg (Dr.)

Ook op de rug van Zeijen komen veel Oost-Baltische zwerfsteentypen voor, maar vrijwel altijd in menging met West-Baltische zwerfsteensoorten, waaronder veel vuurstenen, Smaland-granieten en Oslo-syenieten. De bron hiervan is Heerenveen-keileem. 

 

 

Zwerfsteenhopen bij Lathen (Dld.)

In het Emsland in Duitsland kom je op zwerfsteenhopen zowel West- als Oost-Baltische zwerfsteensoorten tegen. De stenen zijn afkomstig van de akkers uit de omgeving. 

 

 

Bij de Hesemann-methode worden op de vindplaats zoveel mogelijk gidsgesteenten verzameld en gedetermineerd. Afhankelijk van de herkomst in Scandinavië levert dit, verdeeld over de vier herkomstgebieden, een getal van 4 cijfers op. In het Hondsruggebied komen zwerfstenen uit herkomstgebied 1 het meest voor. In West-Drenthe is dit vooral gebied 3, gevolgd door 2,1 en 4. 

 

Herkomstlocaties van Norrland-graniet in Zweeds Lapland.

Op de oostelijke Hondsrugtak bij Borger en zuidelijk daarvan bij Exloo en Valthe zijn Norrland-granieten niet zeldzaam. De rode stip geeft aan waar Sorsele-graniet vandaan komt. De vier stippen, die een staande ruit op de kaart vormen, zijn het herkomstgebied van Lina-graniet.

In ons land past(e) men bij zwerfsteeninventarisaties – ondanks een aantal tekortkomingen – de telmethode van Hesemann toe. Hierbij selecteert men uit de aanwezige kristallijne zwerfstenen een zo groot mogelijk aantal gidsgesteenten. Na determinatie kan men de zwerfstenen herleiden tot één van de vier door Hesemann gedefinieerde herkomstgebieden in Scandinavië. De uitkomst van de telling wordt vertaald in een formule van vier cijfers. De zo verkregen Hesemannformules zet men op een kaart uit, waardoor een beeld wordt verkregen van de ruimtelijke verspreiding van de zwerfsteengezelschappen en de daaraan verbonden keileemtypen.

 

Samenstellingsverschillen in keileem in Groningen en Drenthe

Het zijn niet alleen de kleurverschillen van onverweerde keileem die opvallen. Keileemafzettingen kenmerken zich ook en vooral door hun lithologie en verschillen in zwerfsteenspectra. Op grond hiervan is Drenthe globaal in tweeën te verdelen. Westelijk van de lijn Norg-Assen-Smilde komt keileem voor met een grote rijkdom aan vuursteen, vergezeld van zwerfstenen met een overwegend West-Baltische herkomst. De aangetroffen gidsgesteenten komen vooral uit herkomstgebieden in Midden- en Zuid-Zweden, het Oostzeegedeelte tussen Zweden en Duitsland, Denemarken en het Deense eiland Bornholm.

 

Enkele West-Baltische zwerfsteensoorten

Schonen-basalt - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

 

Rode Växiö-graniet - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.)

Kinne-diabaas - Zwerfsteen van Smilde (Dr.)

Bohuslan-graniet - Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.)

Bruine Oostzee-porfier - Zwerfsteen van Sellingerbeetse (Gr.)

Rhombenporfier - Zwerfsteen van Assen (Dr.)

 

Oostelijk van deze lijn, in het gebied van het Hondsrug-complex, komen zwerfstenen voor uit een heel andere hoek van Scandinavië. Rapakivi-granieten, zuidwest Finse microklien-granieten en Norrland-granieten uit Zweeds Lapland bepalen daar het vondstbeeld. Het zwerfsteengezelschap in het Hondsrug-gebied wordt in hoofdzaak bepaald door herkomstgebieden in het noordoosten van de Oostzee, Zuidwest-Finland, Noord-Zweden en de Botnische Golf.

 

Enkele Oost-Baltische zwerfsteensoorten

Aland-rapakivi - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Aland kwarts-porfier - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Syeniet-gabbro van Angermanland - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

 

Sorsele-graniet - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Pyterliet van Kökar - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Norrland-graniet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Bijzonder is dat in het Hondsrug-gebied in feite drie keileemtypen voorkomen, twee zandige en een kleirijk type. Ze behoren tot de Assen-groep en alle drie bevatten ze een Oost-Baltische zwerfsteen-associatie. De onderste van deze drie keilemen is vuursteenhoudend en bevat altijd zwerfsteensoorten uit Midden-en Zuid-Zweden. De keileem daar bovenop is vuursteenvrij. Bovendien ontbreken daarin zwerfstenen uit Midden- en Zuid-Zweden. In deze keileem komen, op plaatsen waar de keileemdikte een grote waarde bereikt, ingesloten pakketten en schollen voor van een kleirijke, rossig-rode keileem met talrijke kalkconcreties. Deze keileem bevat uitsluitend zwerfstenen, zowel kristallijn als sedimentair (Ordovicische en Silurische kalkstenen) uit het Oost-Balticum. Op de typologie en de specifieke kenmerken van deze Hondsrug-keilemen zal hieronder nader worden ingegaan.

 

Grijze keileem (Noordhorn-keileem) - Groningen

Dit keileem-type vormt de onderste van de twee belangrijkste Hondsrug-keilemen.

Rode keileem (Nieuweschoot-keileem) - Groningen

Vooral op de hogere delen van de zandruggen ligt deze bruinrode keileem boven op Noordhorn-keileem.

Schollenleem (Voorst-keileem) - Groningen

Dit keileem-type vormt onregelmatige, scherp begrensde lenzen, slierten en pakketten in Nieuweschoot-keileem.

 

Terzijde

Behalve deze drie keileemtypen, die gekoppeld zijn aan de Hondsrug-ijsstroom, komen verspreid in het Hondsruggebied plaatsen voor met keizand van Heerenveen-keileem. Bekend is het voorkomen ervan op het Balloërveld bij Rolde, waar dit keizand gemengd is met zwerfsteenmateriaal uit verweerde en uitgespoelde Assen-keileem. Heerenveen-keileem komt in een groot deel van Noord-Nederland voor (Westerwolde-Oldamt (Gr.), Westerwolde (Gr.), West-Drenthe en in Friesland). Deze keileem is afgezet door landijs dat bij de vergletsjering van ons land voor het eerst vanuit het noordoosten Noord-Nederland binnendrong.

 

 

Uitblazingsniveau (keizand) - Balloërveld, Rolde (Dr.)

In de tweede helft van de Weichsel-ijstijd zijn over grote delen van het Balloërveld bestaande keileemafzettingen geërodeerd. Uit Heerenveen- en Assen-keileem bleven alleen grof zand en grindstenen liggen.

 

Zwerfstenen uit het keizand - Balloërveld, Rolde (Dr.)

De zwerfsteentjes zijn door verstuivend zand  gezandstraald, waardoor ze een  glanzend uiterlijk bezitten. Vooral vuurstenen zijn prachtig glanzend gepolijst.

Heerenveen-keileem - Smilde (Dr.)

Dit is een zandig keileemtype met een West-Baltische zwerfsteeninhoud. Heerenveen-keileem bevat zeer veel vuursteen.

Eén of meer keileembedekkingen

In Noord-Nederland is meestal sprake van een enkelvoudige keileem afzetting. Deze afzetting, die in grote delen van Noord-Nederland een aaneengesloten karakter bezit, staat bekend als Heerenveen-keileem. Deze keileem is op de ondergrond afgezet nadat het Scandinavische landijs in het Saalien vanuit het noordoosten ons land binnenschoof en in een aantal fasen zijn uiterste zuidgrens bereikte in Midden-Nederland.

Het zwerfsteenspectrum van Heerenveen-keileem is uitgesproken West-Baltisch. De samenstelling van de zwerfstenen wordt vooral bepaald door gesteenten uit Midden- en Zuid-Zweden, de zuidelijke Oostzee, Denemarken en in zeer geringe mate door gesteenten uit het Oslo-gebied in Zuid-Noorwegen. Vuursteen is in grote aantallen aanwezig. Krijt-afzettingen in Denemarken en de zuidelijke Oostzee zijn het herkomstgebied van vuursteen.

Ondanks het uitgesproken West-Baltische karakter is het opmerkelijk dat Oost-Baltische zwerfsteensoorten als rapakivi's in Heerenveen-keileem niet zeldzaam zijn. Dit is strijdig met het veronderstelde stroompatroon van het landijs en het brongebied ervan in Scandinavië. De aanwezigheid van roodachtige rapakivi-granieten is hoogstwaarschijnlijk te danken aan de opname onderweg van eerder afgezet en dus ouder morenemateriaal.

 

 

Keileem in het Hondsrug-gebied

In het Hondsrug-gebied in Oost-Drenthe is de situatie wezenlijk anders. Op het laatst van de vergletsjering in het Saalien is dit gebied ingrijpend beïnvloed door de effecten van de Hondsrug-ijsstroom. Deze smalle rivier van ijs ontsprong in het Noordzeegebied en bewoog in zuidoostelijke richting over Groningen, Drenthe, het oosten van Overijssel tot in het Münsterland in Duitsland.

Deze ijsstroom heeft op de ondergrond, met name op de parallel verlopende zandruggen, ook keileem afgezet. Opmerkelijk is dat het relatief snelbewegende ijs de ondergrond sterk erosief beïnvloed heeft. Het bestaande reliëf werd afgevlakt, aanwezige glacigene afzettingen (zoals Heerenveen-keileem) werden grotendeels opgeruimd. In plaats hiervan zijn door de Hondsrug-ijsstroom op de ruggen van het Hondsrug-complex twee elkaar bedekkende keilemen afgezet, met in één ervan nog pakketten en schollen van een derde keileem-type.

 

IJsstromen zijn relatief smalle banen van ijs, waarin het gletsjerijs sneller stroomt dan het ijs er omheen. IJsstromen kunnen enige tientallen kilometers breed zijn, enige honderden meters dik en vele honderden kilometers lang.

Verweerde Hondsrug-keileem op ijstektonisch geplooide oudere afzettingen. - Emmerschans (Dr.)

Het ijs van de Hondsrug-ijsstroom bewoog erosief over de ondergrond. De afgezette keileem ligt met een scherpe overgang discordant op oudere afzettingen.

 

De ondergrond waarover de ijsstroom bewoog is door het ijs in de bewegingsrichting gedeformeerd. Hierbij ontstonden een reeks vlakke, parallel lopende keileemruggen, gescheiden door laagtes.

De basis van de Hondsrug-keilemen wordt gevormd door Noordhorn-keileem. Deze keileem is uit de zool van de ijsstroom op de ondergrond afgezet. Uit de lithologische samenstelling blijkt dat dit een echte grondmorene is. Het zwerfsteenspectrum van deze keileem is Oost-Baltisch en is dus anders samengesteld dan de keileem westelijk van het Hondsrug-complex.

Boven op deze Noordhorn-keileem is nog een tweede type keileem afgezet. Deze staat bekend als Nieuweschoot-keileem. Over grote delen van de zandruggen in het Hondsrug-complex is deze zandige, stenenrijke keileem alleen aan zijn zwerfsteeninhoud te herkennen. De laagdikte varieert van 1-5 meter.

Op plaatsen waar de keileemafzetting een grote dikte bereikt, heeft Nieuweschoot-keileem het karakter van een ‘melt-out tillen mogelijk ook van een ‘flow-till. Op deze plaatsen is de keileemafzetting in sedimentair opzicht chaotisch te noemen. Het glacigene pakket afzettingen bezit alle kenmerken van een uitsmeltingskeileem, die uit stagnerend en afsmeltend ijs van de Hondsrug-ijsstroom bovenop de onderliggende Noordhorn-keileem is terecht gekomen en daarbij vervormd. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de beweging van de ijsstroom op het laatst van de Saale-ijstijd, door gebeurtenissen stroomafwaarts, minstens eenmaal, maar waarschijnlijk vaker, stagneerde.

 

Terzijde:

Door verwering en uitloging is keileem na afzetting, vooral op plaatsen waar de laagdikte vrij gering is, ontkalkt geraakt. Op plaatsen waar keileem een grote dikte bereikt, is alleen de bovenste 1-2 meter ontkalkt. In de weergave van keileemtypen in Nederland wordt hiermee rekening gehouden. In het geval van Emmen/Nieuweschoot-keileem heeft de eerste naam betrekking op het kalkvrije type, de tweede naam is de onverweerde, kalkrijke versie. In wezen hebben we dus met één keileemsoort te maken. Ten tijde van hun afzetting in het Saalien waren alle keileemtypen in Nederland kalkrijk.

 

Profiel in Assen-keileem bij Gieten (Dr.)

Het pakket Assen-keileem bestaat hier uit twee afzonderlijke afzettingen. De  onderste keileemlaag is iets lichter getint en is ook zandiger dan de keileem erboven.

Profiel in Assen-keileem bij Gieten (Dr.)

De scheidingslaag tussen beide keileemafzettingen bestaat uit een roestig zandlaagje met daarin en daaronder in de keileem deformatieverschijnselen. Het kleurverschil tussen beide keileemafzettingen is goed te zien.

 

Profiel in Assen-keileem bij Gieten (Dr.)

Opvallend is dat zwerfstenen boven en onder de scheidingslaag met behoud van hun eigen vorm tot in de kern  gekraakt waren. De lepel van de graafmachine groef er gewoon doorheen.

Hoewel de gedragingen van het ijs van de Hondsrug-ijsstroom niet goed bekend zijn, lijkt er sprake te zijn geweest van onderbrekingen. Tijdens een stagnatie-fase was het ijs van de Hondsrug-ijsstroom, net als de omgeving van het landijs waarin het bewoog, aan degeneratie en afsmelting onderhevig. Smeltwatervorming en erosie hebben de Nieuweschoot-keileem geërodeerd en uitgespoeld. Dit verklaart vooral op plaatsen waar keileem een grote dikte bereikt (Noordhorn, Groningen, Gieten en Emmen), de aanwezigheid van samengespoelde keienpakkingen en fijn tot grofkorrelige en grindhoudende smeltwaterafzettingen. Ook fijnkorrelige smeltwaterzanden met talrijke dropstones, getuigen van smeltprocessen op en in het ijs.

Erosie, uitspoeling en sedimentatie van glaciaal materiaal vond plaats op en in het ijs van de Hondsrug-ijsstroom. Hierbij is glaciaal materiaal uit en mogelijk plaatselijk ook op het ijslichaam naar beneden gegleden en op de onderliggende morene terechtgekomen. Nadat het ijs van de Hondsrug-ijsstroom weer op gang kwam, werden de gevormde keileemafzettingen glaciaal geërodeerd. Dit verklaart niet alleen de aangetoonde deformatieverschijnselen in keileem en bijbehorende smeltwaterafzettingen in de Nieuweschoot-keileem, daarnaast is het totale pakket van beide keileemsoorten op de zandruggen van het Hondsrug-complex is door de beweging van het ijs glaciaal geërodeerd.

 

Doorgraving oostelijke Hondsrugtak bij Gieten (Dr.)

Bij het doorgraven van de oostelijke Hondsrugtak bij Gieten werd onder afdekking van dekzand een metersdikke laag Nieuweschoot-keileem weggegraven. Daaronder bevond zich een pakket leverbruin geoxideerde Noordhorn-keileem.

Nieuweschoot- en Noordhorn-keileem langs de N33 bij Gieten (Dr.)

In profielen is het verschil tussen Nieuweschoot- en Noordhorn-keileem makkelijk vast te stellen. Noordhorn-keileem bevat minder zwerfstenen en is vuursteenhoudend. Nieuweschoot-keileem is veel grind- en stenenrijker. Vuursteen ontbreekt in deze keileem.

 

Voorstkeileem - N33 bij Gieten (Dr.)

Verspreid in Nieuweschoot-keileem komen onregelmatige, scherp begrensde schollen en slierten voor van kleirijke Voorstkeileem. Deze keileem bevat talrijke kalkconcreties. Ze herinneren in vorm aan kalkconcreties uit Limburgse löss (lösspoppetjes). Ontkalkte Voorst-keileem heet in de keileemclassificatie Oudemirdum-keileem.

Keileemtypen

Op grond van zwerfsteentellingen en aanvullend sediment-petrologisch onderzoek zijn in Drenthe en Groningen met zekerheid een zevental keileemtypen onderscheiden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kalkhoudende (=onverweerde) en door verwering ontkalkte varianten. Op grond van deze verschillen is onderstaande keileem-classificatie ingevoerd. De onderverdeling in subtypen en de beschrijving daarvan volgt hieronder in aparte hoofdstukken.

 

Keileemgroep Keileem-type, kalkrijk Keileem-type, ontkalkt
Heerenveen Heerenveen-keileem
Emmen Nieuweschoot-keileem Emmen-keileem
Assen Noordhorn-keileem Assen-keileem
Voorst Voorst-keileem Oudemirdum-keileem