Noordhorn-keileem

Noordhorn keileem is de kalkrijke variant van Assenkeileem. Deze keileem is op het eind van het Saalien door de Hondsrug-ijsstroom op de ondergrond afgezet en was oorspronkelijk overal in het Hondsrug-gebied kalkrijk. Door chemische verwering is Noordhorn-keileem langzamerhand uitgeloogd. De opgeloste kalk verdween met wegzijgend grondwater naar dieper gelegen afzettingen. Noordhorn- en Assen-keileem vormen in feite een en dezelfde keileem.

 

Ontsluiting in Noordhorn/Assen-keileem in de oostelijke Hondsrug-tak langs de N33 bij Gieten (Dr.)

Bovenop Noordhorn/Assen-keileem ligt een onregelmatig, vrij dun, roestkleurig pakket Emmen-keileem, dat door cryoturbatie met zand en Assen-keileem vermengd is. In het profiel neemt het kalkgehalte in de keileem naar boven toe af. De ontkalking is het gevolg van oplossing door wegzijgend regenwater.

 

Binnen het Hondsrugsysteem komt Noordhorn-keileem samen met keileem van het Nieuweschoot-type voor op de noordeinden van de Hondsrug, de Tynaarlorug en de zandrug van Rolde, respectievelijk tussen de plaatsen Haren en Groningen, bij Hoogkerk en op de keileemhoogte van Zuid- en Noordhorn. Beide keileemsoorten werden ook aangetroffen bij Gieten (N33) en in Emmen (Hondsrugweg en op het terrein van Wildlands).

 

Twee keileemsoorten - Bouwput Prefectenhof, Kreupelstraat, Groningen

De foto is diagonaal in tweeën te verdelen. Rechts is leverbruin geoxideerde Noordhorn-keileem ontsloten. Deze keileem maakt een veel homogenere indruk dan de Nieuweschoot-keileem links. De afzetting van Nieuweschoot-keileem toont een afwisseling van licht rossig-bruine smeltwaterafzettingen en opeengehoopte, wellicht samengespoelde keienpakkingen. Het pakket Nieuweschootkeileem op de vloer van de bouwput ligt in bijna 90 graden gekantelde positie.

 

Noordhorn-keileem is een homogeen en zandig keileem-type. Onverweerd, in natte toestand, kleurt de leem donkergrijs, in droge toestand is deze lichtgrijs. Door oxidatie van ijzerhoudende bestanddelen verandert de kleur naar leverbruin en zelfs roestbruin. In gereduceerde vorm kleurt de keileem opvallend grijsgroen of zelfs grijsblauw. Het karakter van grondmorene blijkt uit afslibbingsproeven. Het zandige residu bevat talrijke Paleozoïsche mesofossielen, vergezeld van kleine witte, Cretaceïsche bryozoën. Verder worden regelmatig Tertiaire (Miocene) foraminiferen en fragmenten van mollusken aangetroffen. Opvallend in ieder monster zijn talrijke kleine bruinzwarte bruinkoolpartikeltjes. Tertiaire forams, mollusken en bruinkoolfragmentjes zijn ongetwijfeld door het ijs opgenomen uit afzettingen in het noorden van Duitsland en in Denemarken.

De aanwezigheid van Cretaceïsche en Tertiaire mesofossielen die vergezeld gaan van talrijke donkere bruinkoolpartikeltjes, wijst er op dat Noordhorn-keileem een normale zandige grondmorene is, die uit de zool van het ijs op de ruggen van het Hondsrug-complex is afgezet. Een vergelijkbaar type keileem wordt nergens buiten dit gebied aangetroffen.

 

Profiel in Noordhorn-keileem - N33 bij Gieten (Dr.)

Noordhorn-keileem is een zandig keileem-type met relatief weinig zwerfstenen. In profielen maakt deze keileem een gelijkmatige, homogene indruk. In tegenstelling tot Nieuweschoot/Emmen-keileem is Noordhorn/Assen-keileem vuursteenhoudend.

Noordhorn-keileem - Oosterweg, Haren (Gr.)

Onverweerd bevat Noordhorn-keileem talrijke ordovicische en Silurische kalkstenen. De rolsteen linksonder op de foto, is een Silurische kalksteen.

 

Noordhorn-keileem - Kreupelstraat, Groningen.

In de zandige keileem zijn kalk- en vuurstenen met pijlen aangegeven. In afslibmonsters komen talrijke bryozoën en andere mesofossielen uit het Boven-Krijt voor. Ook foraminiferen en fragmenten van mollusken uit het Tertiair (Mioceen) zijn niet erg zeldzaam. Bijzonder zijn de talloze kleine zwarte bruinkoolpartikels, die soms vergezeld gaan van barnsteen.

 

De gemiddelde dikte van Noordhorn-keileem bedraagt tussen Haren en Groningen zo’n 4 meter, in de stad Groningen plaatselijk ruim 10 meter. Zuidelijker op de Hondsrug komt voornamelijk het ontkalkte Assen keileem-type voor. De dikte van de afzetting is daar ook veel geringer. Onder meer tussen Annen en Anloo, Gasselte, Borger en Ees bedraagt de keileemdikte nauwelijks een meter. Langs de N33 bij Gieten bereikt de Noordhorn/Assenkeileem een dikte van maximaal 4,5 meter. Elders in het Hondsruggebied is deze keileem op veel plaatsen door uitwassing en uitwaaiing geheel verdwenen. In de plaats hiervan vinden we op deze locaties een dun niveau keizand met stenen.

 

Keileem-ontsluiting - N33 bij Gieten (Dr.)

Bij het doorgraven van de oostelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten, kwam over een groot oppervlak Noordhorn/Assen-keileem te voorschijn. Deze keileem-type vormt de onderste van twee keileemsoorten. Het afgegraven gedeelte op de foto toont voornamelijk licht leverbruin geoxideerde Noordhorn-keileem. Op sommige plaatsen is deze keileem door verwering ontkalkt. We spreken dan van Assen-keileem. 

 

Noordhorn/Assen-keileem - N33 bij Gieten (Dr.)

Noordhorn-keileem is een zandige, homogene keileem met relatief weinig zwerfstenen. Het bovenste deel van het keileemprofiel is ontkalkt en cryoturbaat verstoord.

Het zwerfsteengezelschap in Noordhorn-keileem is net als die in het Assen-type Oost-Baltisch van samenstelling. Rapakivigraniet en andere gidsgesteenten uit het noorden van Scandinavië bepalen voornamelijk het gidsgesteentebeeld. Kenmerkend is het voorkomen van kristallijne zwerfstenen uit Dalarne en vooral Småland. Hoewel wisselend in aantal, ontbreken ze in geen telling.

 

Pyterliet - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Pyterliet is een grootkorrelige, porfierische rapakivi-graniet. Veel van deze pyterlieten zijn afkomstig uit het kleine rapakivi-gebied van Kökar, zuidoostelijk van de Aland-eilanden.

Perniö-graniet - Zwerfsteen van Valthe (Dr.)

Perniö-graniet heeft in Zuidwest-Finland en op naburige eilanden een vrij grote verspreiding. Hoofdbestanddeel in deze graniet is kaliveldspaat (microklien). De variatie onder Perniö-graniet is groot. Karakteristiek is de aanwezigheid van rode granaat. 

 

Siljan-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Deze helderrode graniet is afkomstig uit de omgeving van het Siljanmeer in de provincie Dalarna in Midden-Zweden. 

Smaland-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

In Noordhorn-keileem is het voorkomen van granieten uit Smaland niet ongewoon. Bijzonder is dat de soortensamenstelling, duidelijk afwijkt van die in Heerenveen-keileem.

Het sedimentaire zwerfsteengezelschap

Ontkalking door verwering en uitloging is oorzaak dat de samenstelling van het gezelschap sedimentaire zwerfstenen in Noordhorn-keileem sterk afwijkt van dat uit het Assen-type. Noordhorn-keileem bevat een hoog percentage meest kleine Ordovicische en Silurische kalkstenen. Opvallend is dat in deze keileem Laat-Silurische en Devonische dolomietische kalkstenen vrijwel geheel ontbreken. Op de noordelijke Hondsrug tussen Haren en Groningen ligt het percentage onder de 1%. Ter vergelijking: In het Nieuweschoot keileem-type ligt het percentage dolomietische kalkstenen op 19% of meer.

Noordhornkeileem is net als het Assen-type rijk aan vuursteen. Ook in het zandige afslibbingsresidu komen talrijke kleine vuursteensplinters voor. In onverweerde Noordhorn-keileem zijn de meeste vuurstenen zwart, grijs of grijsbruin van kleur. Vooral de eerste kleurvariant komt veel voor, ook in grote stukken, vaak met een witte cortex en restanten aanhangend krijt. Het oorsprongsgebied van vuursteen uit deze keileem is een andere dan die uit Heerenveenkeileem. Fossielen worden er weinig in aangetroffen. De meeste stukken zijn fossielvrij. Bryozoënvuursteen wordt relatief weinig aangetroffen, maar is niettemin makkelijk herkenbaar.

 

Rode orthocerenkalk - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

Deze Ordovicische kalksteen is een zeldzame verschijning in Noordhorn-keileem. De herkomst is Zuid-Zweden (Kinnekulle en omgeving) of de omgeving van het Zweedse Oostzee-eiland Öland. 

 

Dolomiet - Zwerfsteen van Groningen

Dolomiet en dolomietische kalksteen zijn merendeels van Devonische ouderdom. Dolomieten stammen uit het Oost-Balticum. Zwerfstenen ervan komen talrijk voor in Nieuweschoot-keileem, in Noordhorn-keileem ontbreken ze.

Zwarte vuursteen - Zwerfsteen van Groningen

Zwarte vuursteen, vaak met een witte cortex en soms met aanhangend schrijfkrijt, komt relatief veel voor in Noordhorn-keileem.

Bryozoënvuursteen - Zwerfsteen van Groningen

Vuursteen in Noordhorn-keileem bevat doorgaans weinig fossielen. Bryozoënvuursteen komt relatief weinig voor.

West-Baltische invloeden in Noordhorn-keileem blijken ook uit de aanwezigheid van Ordovicische Rode Orthocerenkalk. Deze roodbruine kalksteensoort komt voor op en rond het Zweedse eiland Öland in de Oostzee en verder op een aantal locaties in Zuid-Zweden, onder meer aan de Kinnekulle. Opmerkelijk is verder dat zwerfsteen-typen als Tessini-zandsteen (=Paradoxides-zandsteen), Kalmarsund-zandsteen, buizen-zandsteen met Skolithos, maar ook Laat-Cambrische stinkkalk, op een enkele uitzondering na, zowel in het Noordhorn als in het Assen keileem-type ontbreken. Blijkbaar is de baan van het landijs met materiaal van dit keileemtype een andere geweest dan die van Heerenveen-keileem.

 

Kalmarsund-zandsteen - Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.)

Kalmarsundzandsteen is een bijzonder fraai zandsteensoort met bruinviolette infiltratie-strepen en banden van  ijzeroxide. 

Paradoxides (Tessini)-zandsteen - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Deze Midden-Cambrische zandsteen is afkomstig van het eiland Öland in de Oostzee bij Zweden. In deze zandsteen komen soms afdrukken voor van de trilobiet Paradoxides. 

 

Buizen-zandsteen - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

De naam van dit zandsteen-type spreekt voor zich. De dicht opeenstaande buizen zijn achtergelaten door een onbekend organisme. Buizen-zandsteen dateert uit het Vroeg-Cambrium.

Cambrische stinkkalk - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

Stinkkalk komt in Noordhorn-keileem zeer zelden voor. De kalksteen vormt concreties in zwarte Midden- en Laat-Cambrische aluinschalie. De zwartgrijze kleur komt door bitumen. Bij het doorslaan komt de geur van rotte eieren te voorschijn (zwavel-sulfide). In stinkkalken komen vaak grote aantallen vervellingsresten voor van trilobieten.

 

De mogelijkheid is niet uitgesloten dat de aanwezigheid van West-Baltische kristallijne en sedimentaire zwerfstenen verklaard kan worden, doordat het landijs deze zwerfstenen uit oudere afzettingen op de bodem van de Oostzee of in de Noordduitse Laagvlakte heeft opgenomen. Vreemd blijft dat karakteristieke kristallijne zwerfsteensoorten als Siljangraniet en de vrijwel identieke variant uit Smaland, verschillende typen Smalandgraniet, Smaland-porfier en dito helleflint in het zwerfsteengezelschap ontbreken.