Glimmer

Glimmer is een verzamelnaam voor een aantal veelvoorkomende, dunsplijtende mineralen, die opvallen door hun sterke glanzende splijtvlakjes. 

 

Silicaten zijn mineralen die siliciumdioxide bevatten. Glimmers zijn silicaten. Bekend zijn vooral soorten als het heldere muscoviet en het donkere biotiet. In gesteenten vormt glimmer zeszijdige kristallen, die langs één vlak een volmaakte splijting vertonen. Men noemt glimmers daarom ook wel bladsplijters. De glimmerpakketjes zijn met een naald of met een fijn mesje in heel dunne, buigzame blaadjes te splijten. Schilfertjes glimmer vormen altijd glinsterende blaadjes en nooit korreltjes, zoals hoornblende.

 

Biotiet uit pegmatiet - Evje, Zuid-Noorwegen

 

 

Muscoviet uit pegmatiet - Evje, Zuid-Noorwegen

Biotiet-graniet - Zwerfsteen van Sellingerbeetse (Gr.)

De meeste granieten die we als zwerfsteen oprapen zijn biotietgranieten. De biotiet vormt zwarte spikkels en vlekjes in het gesteente.

Grijze Revsund-graniet - Zwerfsteen van Emmen (Dr.)

De biotiet vormt in dit gidsgesteente relatief dikke pakketjes die door verwering roestig goudglanzend zijn. Sommige van de pakketjes zijn zeskantig, de eigen kristalvorm van biotiet.

 

In zwerfstenen zijn twee glimmersoorten van belang: muscoviet en biotiet. In graniet komt vooral het zwarte biotiet voor, soms vergezeld van zilverkleurige muscoviet. Pegmatiet daarentegen bevat vaak alleen muscoviet. Aan de buitenzijde van pegmatietzwerfstenen kleuren dikke pakketjes muscoviet vaak (grijs)bruinachtig.

 

Terzijde

Glimmer in pegmatiet en migmatiet

Zwerfstenen van pegmatiet zijn niet zeldzaam. De meeste bevatten als glimmer zilverwitte muscoviet. Toch komen we ook zwerfstenen van pegmatiet tegen die in plaats van muscoviet veel zwarte biotiet bevatten. Dit is voor pegmatiet ongebruikelijk.

Pegmatiet is een grof- tot grootkorrelig gesteente dat uit de restsmelt van grotendeels gekristalliseerd granietmagma ontstaat. Dit restmagma is uiterst beweeglijk. Het bevat veel zeldzame en vluchtige stoffen die maar moeilijk kristalliseren. De afwezigheid van grote aantallen kristalkiemen veroorzaakt dat in pegmatiet grote kristallen kunnen ontstaan. Kaliveldspaat en kwarts zijn de belangrijkste bestanddelen. De kristallisatietemperatuur van pegmatiet uit een restsmelt is relatief laag, in sommige gevallen zelfs vanaf 350 C.. De glimmersoort die hierbij ontstaat is muscoviet. 

Er komen ook zwerfstenen voor van pegmatiet die inplaats van muscoviet zwarte biotiet bevatten of soms beide. Deze pegmatieten zijn voor het grootste deel afkomstig uit migmatieten. Migmatiet is een hoog metamorf gesteente. Het wordt ook wel menggneis genoemd, omdat het gesteente uit een donkerder component (paleosoom) bestaat, dat metamorf is, vergezeld van een lichter gekleurd deel (neosoom) dat het karakter heeft van een (granietisch) stollinggesteente. De afzondering tussen het donkere en het lichtere deel ontstaat door het gedeeltelijk opsmelten van bestanddelen uit de paleosoom (=gneis), die vervolgens in de gneis in de vorm van banden, strepen en vlekken tot een stollingsgesteente kristalliseert.

In migmatieten vindt in aanwezigheid van water opsmelting van veldspaat en kwarts plaats vanaf ca. 650 graden Celsius. Dit gebeurt meestal op grote diepte in de aardkorst onder hoge druk. Migmatietcomplexen zijn dikwijls vele tientallen kilometers groot. Zij vormen de diep begraven kernen van grote gebergten. Door langdurige verwering komen migmatietgesteenten tenslotte aan het aardoppervlak te liggen, een situatie die momenteel op veel plaatsen in Scandinavië het geval is. De migmatieten daar zijn te beschouwen als de oude wortels van reeds lang verdwenen Precambrische hooggebergten.

De lichtkleurige banden en vlekken in migmatiet bestaan doorgaans uit een granietische mengsel van veldspaat en kwarts. Muscoviet treffen we er niet vaak in aan omdat deze glimmersoort bij temperaturen boven 670 C. instabiel wordt en over gaat in kaliveldspaat en water. Biotiet komt bij hogere ontstaanstemperaturen wel in de lichtkleurige granietische en pegmatietische neosomen in migmatiet voor. De korrelgrootte van het gesteente van de neosoom bepaalt of we dit pegmatiet mogen noemen. De ondergrens ligt bij 2,5cm. Pegmatiet met zwarte biotiet ontstaat dus niet uit restsmelten van grotendeels gestolde granietlichamen, maar zijn afkomstig uit neosomen van migmatietvoorkomens in Zweden en Finland.

 

 

Muscoviet-pegmatiet - Zwerfsteen van Ees (Dr.)

Het percentage zilverwitte muscoviet is in deze pegmatiet bijzonder hoog.

 

 

Muscoviet-pegmatiet, detail van de zwerfsteen hiernaast

Muscoviet vormt relatief dikke pakketjes in het gesteente. De bladerige structuur blijkt duidelijk.

Tweeglimmer-pegmatiet - Zwerfsteen van Schoonoord (Dr.)

Deze lichtkleurige pegmatiet bevat zowel zwarte biotiet als zilverwitte muscoviet. Vooral dit laatste mineraal valt op doordat de kristallen vaak radiaire, uitwaaierende aggregaten vormt. De pegmatiet grenst heel scherp aan een donkergrijze, fijnkorrelige biotietgneis. Dit feit maakt dat we hier te maken hebben met migamtiet. De scherpe overgang tussen beide gesteenten doet vermoeden dat de pegmatiet door injectie van restmagma in de gneis is gedrongen. 

 

 

Detail van de pegmatiet van hiernaast.

Zwarte biotiet vormt vlakke donkere aggregaten, in tegenstelling tot de zilverwitte muscoviet. Dit mineraal vormt op de foto een fraai radiar uitwaaierend aggregaat te midden van wittte kaliveldspaat. 

Tweeglimmer-graniet - Zwerfsteen van Drogeham (Fr.)

Uit de naam wordt duidelijk dat het gesteente twee glimmersoorten bevat: zwarte biotiet en zilverwitte muscoviet. Op gepolijste oppervlakken is muscoviet vaak rookkleurig bruin. Dit graniettype komt uit het hoge noorden van Zweden. Angermanland aan de Botnische Golf is de streek waar deze graniet vandaan komt. Als gidsgesteente staat deze graniet dan ook bekend als tweeglimmergraniet van Angermanland.

 

 

Detail van foto hiernaast

Biotiet is te herkennen aan de smalle zwarte streepjes. Muscoviet is bruin van kleur.

Tweeglimmer-graniet (Harnögraniet) - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

In het Hondsruggebied zijn tweeglimmergranieten niet erg zeldzaam.Toch wijken de meeste vondsten af van het bekendere type tweeglimmergraniet van Angermanland . Harnögraniet komt uit dezelfde omgeving en onderscheidt zich door een grovere korreling en soms (rose)roodachtige kaliveldspaat.

Tweeglimmer-graniet (Harnögraniet), grijs type - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

De zilverwitte muscoviet valt in dit iets grovere type tweeglimmergraniet duidelijk op. Bijzonder is dat witte Harnögraniet vaak goed zichtbare kristallen bevat van blauwgroene apatiet.

 

Muscoviet, ook wel mica genoemd, komt verder veel voor in laag-metamorfe gesteenten, zoals in schisten en kwartsietschisten. In deze gesteenten vormt het een hoofdbestandeel. In zeer fijne vorm wordt muscoviet wel sericiet genoemd. Deze gesteenten noemt men sericietschist.

 

Muscoviet-schist - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.)

Schist is een glimmerrijk, makkelijk splijtend, metamorf gesteente. Het breukvlak is vrijwel geheel bedekt met  schitterende schubjes zilverwitte muscoviet. Het breukvlak van schisten is door de rijkdom aan glimmerblaadjes meestal vlak. Schist verschillen van gneis doordat de eerste geen veldspaat bevatten.

 

Biotiet-gneis - Zwerfsteen van Stocksee (Dld.)

De gelijkenis van sommige typen glimmergneis met glimmerschist is groot. Met de loep zijn in deze biotietgneis echter makkelijk korrelige plagioklaaskristallen te ontdekken. Deze ontbreken in glimmerschist.

Tweeglimmer-gneis - Zwerfsteen van Groningen

De fijn verdeelde zwarte biotiet is aanwezig in de meer donkere delen van de gneis. De zilverwitte schubjes van muscoviet zijn iets grover en glinsteren opvallend sterk.

Tweeglimmer-gneis - Zwerfsteen van Kasseedorf (Dld.)

Biotiet vormt opvallende donkere, onregelmatig golvende strepen en slierten in het gesteente. De zilverwit glanzende muscoviet is meer verspreid in het gesteente aanwezig.

 

Zijn naam dankt muscoviet aan de Russische stad Moskou. Het mineraal werd vroeger toegepast in Russische lantaarns, die via Moskou werden geëxporteerd. Mica was de naam voor dun gespleten en op maat geknipte plaatjes muscoviet, die vroeger als raampjes in kolenkachels werden toegepast.

Bijzonder is dat muscoviet net als kwarts chemisch bijzonder resistent is. Bij verwering wordt het alleen mechanisch verkleind. Dit verklaart de aanwezigheid van muscoviet in allerlei soorten zandsteen. Laagvlakken van zandsteen kunnen soms opmerkelijk glinsteren. De sterk glinsterende kleine micaschubjes vinden we in Drenthe in grote aantallen in het bekende fijne, geelwitte Peelozand, een smeltwaterafzetting uit de Elster-ijstijd. Dit zand staat ook bekend als ‘poesjeszand’ of ‘glinsterzand’.

 

Het Balloërveld bij Rolde is een uitgestrekt heideveld, doorsneden door brede zandwegen, die hier en daar uitmonden in zandverstuivingen. Het zand dat hier aan de dag treedt is veelal zeer fijn glimmerhoudend smeltwaterzand (Peelozand) uit de Ester-ijstijd. Het zand voelt zacht in de hand aan vandaar de naam 'poesjeszand' .

Glimmerhoudend Peelozand komt op veel plaatsen voor in de ondiepe ondergrond van Friesland, Groningen en Drenthe. Het wordt veel gebruikt als vulzand voor wegaanleg, ophoogzand en als zandbakzand. 

 

De kleur van muscoviet is zilverachtig, soms met een lichtgroene kleurzweem, soms geelachtig. Biotiet daarentegen is zwart of zwartbruin van kleur. Deze glimmer komt als sterk glanzende, zwarte schubjes en spikkels veel voor in graniet. In tegenstelling tot muscoviet verweert biotiet makkelijk, het bevat ijzer en magnesium. Biotiet kleurt door vrijkomend ijzer soms prachtig goudgeel. Sommige biotietglimmerschisten en dito gneizen lijken soms voor een deel uit ‘goud’ te bestaan. Om die reden zijn in het verleden meermalen zwerfstenen opgeraapt en meegenomen. Het rijke gevoel verdween echter snel.

 

Muscoviet-pegmatiet - Zwerfsteen van Groningen

Pegmatiet is een grof- tot grootkorrelig, lichtkleurig granietachtig gesteente. Het bestaat voornamelijk uit kaliveldspaat en kwarts. Als glimmersoort is vaak muscoviet aanwezig, hier te herkennen aan de bruinachtige en spiegelende vlekken in het gesteente.

Biotiet-graniet - Zwerfsteen van Groningen

Op de detailfoto zijn tussen de rose kaliveldspaat en de bruine kwarts talrijke goudglanzend verweerde schubjes biotiet te herkennen.

 

In sommige zwerfsteensoorten is biotiet omgezet in doffe, groenzwarte chloriet. In de chlorietvlekken is meestal geen structuur te ontdekken. Hoewel biotiet in de meeste kristallijne zwerfstenen zwart van kleur is, komt het soms in een sterk lakglanzende vorm voor. Deze zeer ijzerrijke, donkerbruin gekleurde variant noemt men lepidomelaan.

 

Zwerfstenen met bijzondere glimmersoorten

Lepidoliet

Lepidoliet-pegmatiet - Zwerfsteen van Mücheln, Plön (Dld.)

Lepidoliet is aan zijn karakteristieke kleur makkelijk te herkennen. Zwerfstenen met deze glimmersoort zijn echter uitermate zeldzaam. Lepidoliet is grondstof voor lithium, een zilverwit zacht en zeer reactief metaal. Lithium is de lichtste onder de metaalsoorten.

 

Lepidoliet-pegmatiet - Zwerfsteen van Mücheln, Plön (Dld.)

Detailopname van vorige foto

Fuchsiet en sericiet

Kwartsiet met fuchsiet - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Fuchsiet is een variëteit van muscoviet. Het dankt zijn groene kleur aan geringe verontreinigingen van chroom. De herkomst van deze zwerfsteen is onbekend, vermoedelijk Zweden.

Sericiet-kwartsiet - Zwerfsteen van Groningen

Zeer fijne, zilverwit glanzende muscoviet noemt men wel sericiet. Het komt veel voor in laagmetamorfe gesteenten als (lei)kwartsiet, phylliet en schist. Het oppervlak van de steen op de foto is bovendien fraai gerimpeld. Het is een structuur die uit kleine plooitjes bestaat. Deze ontstaan door deformatie. In de geologie noemt men deze rimpeling wel crenulatie.