Veldspaatvervangers

Veldspaatvervangers? Zijn die er ook? En zijn dit ook mineralen? Ja, en ook in zwerfstenen, maar zeldzaam. Veldspaten hebben een chemische samenstelling waar silicium een vast onderdeel van uitmaakt. Zonder silicium geen veldspaat. Soms bevat magma te weinig silicium om alle veldspaten te vormen en dan ontstaan vanzelf veldspaatvervangers.
 

Veldspaatvervangers noemt men in de geologie foïden. Het bekendst is nefelien, dat in sommige basalten voorkomt. Nefelien is in zichtbare kristallen vooral bekend van zwerfsteensoorten als lardaliet en foyaiet, beide nefeliensyenieten uit het Oslo-gebied in Zuid-Noorwegen.

 

Nefelien-syeniet (Lardaliet) - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Lardaliet is een grootkorrelig type syeniet met soms vrij veel nefelien. Het mineraal is te herkennen aan de putten die het achter laat bij verwering. Het mineraal verweert veel sneller dan kaliveldspaat.

 

 

Lardaliet, zelfde steen als vorige foto. De nefelien vormt hier grote, verdiept liggende, bruinachtig verweerde aggregaten.

Nefelien-syeniet (Foyaiet) - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Dit is het ganggesteente van lardaliet. Beide gesteenten vormen een ca. 26 km2 groot gebied binnen het larvikietmassief in het Oslogebied in Zuid-Noorwegen. De geel-bruine verdiept liggende vlekjes in het gesteente zijn van verweerde nefelien.

 

 

Hetzelfde gesteente als hiernaast. Duidelijk is te zien dat de witte kaliveldspaat het raamwerk vormt waartussen de geel-bruin verweerde nefelien, samen met de donkere mineralen hun plaats zijn ingeklemd.

Nefelien - Barkevik, Oslogebied, Zuid-Noorwegen

Het breukvlak van nefelien bezit een typische vetglans. Dergelijke grote kristalfragmenten van nefelien komen voor in nefeliensyenietpegmatiet.

Nefelien-syeniet (Foyaiet) - Werpeloh (Dld.)

Op het geslepen en gepolijste oppervlak zijn de talloze kristallen van rookbruine nefelien  te zien.

 

Foïden komen nooit voor samen met kwarts. Beide mineralen sluiten elkaar uit. Vrije kwarts komt alleen in gesteenten voor als er sprake is van een overmaat aan silica. Na de vorming van veldspaten kristalliseert de resterende SiO2 uit als vrije kwarts. Kristallen hiervan vullen in graniet meestal de overgebleven ruimten op tussen andere eerder gekristalliseerde mineralen. Bevat een gesteente kwarts, dan ontbreekt nefelien ten ene male. Graniet met zijn vele kwarts bevat nooit nefelien.

Nefelien vormt dikwijls onregelmatige, soms idiomorfe, zuilvormige kristallen. Deze zijn melkachtig-grijs troebel, grijsbruin of zelfs oranjerood van kleur. Het breukvlak is onregelmatig en bezit een typisch vettige, olie-achtige glans.

Nefelien verweert makkelijk. Het laat putten na in het oppervlak, die deels gevuld zijn met een geelachtig verweringsresidu. Bij zwerfsteensoorten als foyaiet en lardaliet is dit laatste vaak het geval. Nefelien is ook minder hard dan kaliveldspaat en plagioklaas. Het is met een mes te bekrassen. Bij twijfel geeft een behandeling met verwarmd zoutzuur uitslag: nefelien verandert hierdoor in een soort kiezelgel.

 

Nefelien-basalt - Zwerfsteen van Haddorf (Dld.)

Ook in basalt komt nefelien voor, tenminste in onderverzadigde, silica-arme typen. Nefelien verweert vrij snel, hetgeen te zien is aan de vuil geel-grijze vlekken op het oppervlak.

Nefelien-basalt - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

In deze basalt zijn de vlekjes van nefelien kleiner. In het Rijngebied in Duitsland komen ook nefelienbasalten voor. Ze worden in Midden-Nederland geregeld als zuidelijke zwerfsteen gevonden. In het Keienboek van Van der Lijn lezen we dat arbeiders in de Duitse basaltgroeven dergelijke typen basalt wel 'Basalt met zonnebrand' noemen.