Sedimentaire gesteenten in het kort

 

De meest bekende sedimentaire zwerfstenen zijn zandsteen, kwartsiet, kalksteen en vooral vursteen. Zij vormen de derde groep gesteenten. Al deze gesteenten zijn ontstaan uit losse verweringsproducten (klei en zand) of opeenhopingen van organogeen materiaal (kalkslib) die op de bodem van ondiepe zeeën werden afgezet.

Zand en klei, de eerste al of niet vermengd met grind, kunnen ook door stromend rivierwater op land worden afgezet. Ook de afzetting van door wind verplaatst zand en stof kan onder omstandigheden groot zijn. In het algemeen worden al deze losse verweringsproducten in dunne of dikke lagen boven elkaar afgezet. Sedimentgesteenten zijn daarom vaak gelaagd. Men duidt deze groep daarom aan als afzettings- of sedimentgesteenten, kortweg ook wel sedimenten genoemd.

Door het aaneen kitten ofwel verharden verandert zand in zandsteen en kalkslib in kalksteen. Plastische klei wordt kleisteen of kleischalie. Kwartsiet is vaak een bijzonder sterk door kiezel verkit zandgesteente. Dit type sedimentaire kwartsiet moeten we wel onderscheiden van de echte kwartsieten. Die zijn metamorf.

 

Zandstenen kunnen door een sterke verkiezeling veranderen in glazige, dichte kwartsgesteenten. Dit noemt men diagenetische kwartsieten.

Kwartsiet is per definitie een metamorf gesteente.

 

In zee leven allerlei dieren. Bij hun dood raken hun schelpen, huisjes en skeletjes vaak in het zand of slib van de zeebodem begraven. Na miljoenen jaren kunnen ze, versteend en wel, door verwering weer tevoorschijn komen. We noemen ze dan fossielen. Fossielen vind je dus bij voorkeur in afzettingsgesteenten.

In Zuid-Scandinavië liggen op talloze plaatsen zandsteenlagen aan het oppervlak. Ze dateren veelal uit een vroege periode van de aardgeschiedenis toen de zeeën al bevolkt werden door allerlei soorten organismen. Wat ooit los zeebodemzand was veranderde in keiharde zandsteen, waarin heel vaak fossiele graafgangen van wormen, kreeftachtigen en slakken te vinden zijn. Van de dieren zelf is niets overgebleven. Alleen hun buis- en trechtervormige 'zandwoningen' bleven bewaard. 

Ook deze graaf- en woonsporen noemen we fossielen. Zwerfstenen ervan zijn gemakkelijk te vinden, in westelijk Drenthe meer dan in het Hondsruggebied. Het meest algemene type is buizenzandsteen.

 

Vuursteen

Vuursteen is een apart soort afzettingsgesteente. Het vormt niet zoals de meeste andere gesteenten rotsen of bergen. Ook vormt het geen aaneengesloten laagpakketten. Vuursteen is op een ingewikkelde chemische wijze in kalksteenlagen ontstaan. Daarin komt het voor als knollen, pijpen, lenzen en platen, meestal zeer onregelmatig van vorm.

Vuursteen bestaat uit kiezel (=silica) en is zeer hard en dicht. Het breekt als glas met scherpe randen. Van vuursteen maakte men in de prehistorie werktuigen. Om de veelzijdige toepassingsmogelijkheden noemt men het gesteente wel het 'staal van de oudheid'. Hoewel het makkelijk breekt, verweert vuursteen niet of nauwelijks. Glimmende bruine en grijze vuursteentjes zijn bijna overal in Drenthe te vinden. Heel dikwijls zijn er fossielen in te vinden.