Melafier en melafieramandelsteen

Basalt is een bijzonder veel voorkomend gesteente. In bijna ieder land in Europa komt het wel op een of andere manier voor. Zelfs in ons land is basalt een bekend gesteente. Bij zwerfsteenliefhebbers omdat basalt zowel onder zuidelijke als noordelijke zwerfstenen voorkomt.

Niet ver van ons land, in Duitsland is een basaltgebied bekend dat onder mineralen- en stenenverzamelaars en sieraadmakers een heel bijzondere klank heeft. Daar gaat dit hoofdstuk over.

 

Basaltgesteenten die door ouderdom een  ander uiterlijk hebben gekregen en die voor amateurgeologen en mineraalverzamelaars een heel bijzondere betekenis hebben, moeten we zoeken in West-Duitsland. Al sinds de Romeinse tijd is het Nahedal in Duitsland bekend om zijn prachtige agaten. Een bekende plaats in dit rivierdal is Idar-Oberstein, waar men al eeuwenlang deze en andere sierstenen verwerkt en bewerkt.

 

Idar-Oberstein is al sinds mensenheugenis de plaats waar sier- en edelstenen verwerkt worden. In oude basaltgesteenten in de omgeving komen agaten voor naast geodes die van binnen bekleed zijn met kwarts- en amethistkristallen. Dank zij de aanwezigheid van riviertjes kon men de agaten in lokale slijperijen op grote door water aangedreven slijpstenen bewerken en polijsten. De agaten rond Idar staan bekend om hun prachtige kleuren en structuren. 

Idar-Oberstein ligt in het Nahedal, aan de rand van de Hunsruck. Hier bevinden zich talrijke oude basaltvoorkomens. In het Vroeg-Perm heerste hier een uitbundig vulkanisme, waarbij vooral veel basalt uit spleten aan het aardoppervlak uitvloeide. Deze basalten bevatten dikwijls kleine en grote gasblazen. Deze zijn in de loop van de tijd door circulerend bodemwater met daarin opgeloste kiezelverbindingen opgevuld met agaat, jaspis, kwarts en amethist. Zo op het oog herinnert niets in het huidige landschap aan dit vulkanisme.

 

Agaten zijn bijzonder fraai gekleurde, keiharde, dichte knollen van chalcedoon met een prachtige concentrisch, fijngebande kleur- en structuurtekening. Agaten zijn vanwege hun kleuren en structuren zeer gewaardeerde sier- en halfedelstenen. Niet één agaat is hetzelfde. Kleur en tekening variëren eindeloos.

 

Geslepen agaten uit de omgeving van Idar Oberstein.

Deze sierstenen zijn afkomstig uit uit oude Permische paleobasalten in het Nahedal bij Idar-Oberstein, waarin gasblazen zaten. Bodemwater met opgeloste ijzerzouten en silica heeft deze holten in de loop van de tijd laagje na laagje opgevuld. Geen agaat ziet er hetzelfde uit. De variatie is enorm.

 

In de omgeving van Idar-Oberstein komen oude Permische basalten voor die op verschillende plaatsen rijk zijn aan agaten. Deze waren al sinds de oudheid erg in trek vanwege hun prachtige roodachtige kleuren en kleurwisselingen. Romeinen, slepen er vazen, bokalen en allerlei sieraden en gebruiksvoorwerpen van. Beroemd zijn de prachtig minutieus uitgesneden camees. Dit zijn geselecteerde agaten waarbij de achtergrond in een agaat met graveertechnieken wordt weggeslepen. Dit doet men om een bepaalde voorstelling in reliëf te laten uitkomen. Het werd veel gedaan om hangers en ringen te maken. 

 

 

Niet alle basalt in het Nahedal bevatten agaat. Sommige basaltafzettingen, zoals melafier, zijn niet vesiculair ontwikkeld. Hierin ontbreken agaten. Ook kunnen de gasholtes ontwikkeld zijn tot geodes, waarbij de wanden van de gasblazen bekleed zijn met een combinatie van al of niet fijngebande chalcedoon, kwartskristallen, amethist en of calciet. Sinds jaar en dag is de basaltgroeve Juchem bij Niederwörresbach in trek bij kristal- en mineraalverzamelaars om de talrijke fraaie en soms ook grote kwarts- en amethistgeodes die in de fijnkorrelige basalt voorkomen.

 

In de Steinkaulenberg bij Idar Oberstein heeft men in de melafier-amandelsteen eeuwenlang naar agaten gemijnd. De kleurige kiezelknollen en amethistgeodes werden ondergronds uit het harde basalt gebikt. Op de foto de ingang van een oude mijngang.

De Steinkaulenberg is in de loop van tijd doortrokken geraakt van mijngangen en grote en kleinere 'zalen'. Het voormalige mijnbouwbedrijf is opgesteld voor bezoekers. Agaten worden er niet meer gedolven.

Het harde basaltgesteente in de Steinkaulenberg bevatte prachtig gekleurde agaten en met kristallen gevulde geoden. Deze werden tot allerlei (sier)voorwerpen verslepen in slijperijen die in de omgeving van Idar Oberstein bij tientallen langs de beken stonden. Waterkracht dreef de zware slijpstenen van zandsteen aan waarop de agaten geslepen werden.

 

Bezoekers lopen op hun wandeling door oude verlichte mijngangen langs basaltwanden met daarin prachtige geodes met amethistkristallen.

Amethistgeode in melafier-amandelsteen in de Steinkaulenberg bij Idar Oberstein.

 

Basaltgesteenten in het Nahedal worden melafier en melafier-amandelsteen genoemd. Melafier is door zijn ouderdom een omgezette groenzwart, maar vaker roodbruin tot violetrood gekleurde basalt. De toevoeging ‘amandelsteen’ duidt op zeer talrijke, kleine en grotere gasblazen, waarvan de wandjes bekleed zijn met het groene mineraal delessiet. Deze kleurcombinatie en de getoonde structuur maakt de melafier-amandelsteen uit het Nahedal onder liefhebbers van gesteenten beroemd. Van de fraaist gekleurde varianten maakt men zelfs allerlei (sier)voorwerpen. Deze worden in souvenirwinkels in de omgeving verkocht. 

 

Melafier-amandelsteen met kwarts/calcietgeode - Idar Oberstein

De rondachtige vlekken in het gesteente zijn voormalige gasblazen. Deze kunnen zijn opgevuld met secundaire mineralen als kwarts, chalcedoon, agaat en calciet. Geologisch oude basalten met deze structuur noemt men tegenwoordig amygdaloïdale paleobasalt.

 

Melafier-amandelsteen (Amygdaloïdale paleo-basalt) met deels opgevulde gasblazen - Idar Oberstein

Door omzetting van de oorspronkelijk zwarte basalt zijn door circulerend poriewater nieuwe mineralen gevormd en deels afgezet in de gasholten. Het kopergroene mineraal is delessiet. 

Melafier-amandelsteen (Amygdaloïdale paleo-basalt) - Idar Oberstein

In de grote steengroeve van Juchem bij Niederwörresbach komen in oude gasblazen prachtige agaten en geoden met kwarts/amethyst en calciet voor.

Grote steengroeve van Juchem bij Niederwörresbach (Idar Oberstein)

In het weekend als er niet gesprongen wordt , kunnen mineralenzoekers hun gang gaan om te zoeken naar agaten en kristalgeodes. Gewoon zoeken kan, maar met hamers en beitels lukt het beter om mooie exemplaren te bemachtigen. Het is hard werken om de mineralen uit het keiharde gesteente te beitelen.

 

Amethist/kwartsgeode in harde basalt van Juchem in Niederwörresbach

Geslepen fijngebande agaat - Basaltgroeve Juchem Niederwörresbach

 

De naam melafier danken we aan de bekende petroloog Harry Rosenbusch( 1836 – 1914). Hij maakte onderscheid tussen in Duitsland voorkomende basaltgesteenten. Waren deze van Tertiaire ouderdom dan noemde hij die basalt. Dit is het dichte zwarte gesteente dat wij in ons land het best kennen van de basaltzuilen die in dijken, strekdammen en kademuren zijn verwerkt. Tertiaire basalt is geologisch nog zo jong dat de mineralogische samenstelling niet is veranderd.

 

Karl Heinrich Ferdinand Rosenbusch (1836-1914) was een beroemde Duitse petroloog en mineraloog. Bij leven werd hij Harry Rosenbusch genoemd. Aan hem danken we talrijke beschrijvingen van Duitse vulkanische gesteenten, waaronder de door hem benoemde en beschreven melafier-amandelsteen uit het Nahegebied in Duitsland.

 

 

In Duitsland zijn geen voorkomens bekend van Mesozoïsche basalt. Deze langdurige era  is vooral bekend door de bloeitijd van dinosauriers. De aardkorst in het gebied dat nu Duitsland vormt verkeerde toen in rust. Vulkanen kwamen niet voor. Op korte afstand echter wel. Bij boringen in de Waddenzee is onder Vlieland bij het eiland Griend op ruim 2000 meter diepte een door jongere sedimenten begraven vulkaan ontdekt, compleet met vulkanische gesteenten. Deze Zuidwalvulkaan is niet meer actief sinds de late Jura (ca. 160-145 Ma geleden).

In Duitsland komen wel basaltgesteenten voor van Devonische en Permische ouderdom (Rotliegendes). Het Perm is de laatste periode van het Paleozoïcum, voorafgaand aan het Mesozoïcum. Rosenbusch noemde deze oudere basaltgesteenten ‘Melaphyr’ en ‘Melaphyr-mandelstein’. Bij ons werd dat melafier en melafier-amandelsteen.

Deze Permische basalten in het Nahedal hebben een heel ander uiterlijk dan Tertiaire basalt. Door circulerend (heet) bodemwater zijn mineralen in deze basaltgesteenten hydrothermaal via microporiën opgelost of van samenstelling veranderd. Hierbij ontstonden soms geheel nieuwe mineralen.  

 

Melafier-amandelsteen met groene delessiet - Idar Oberstein (Dld.)

De oude basalten in het Nahedal bij Idar Oberstein verschillend sterk van kleur en structuur. Basaltlagen hebben vaak een eigen structuur en uiterlijk. Ook het aantal gasblazen en de grootte ervan wisselt sterk. De melafier-amandelsteen op de foto is een omgezette basalt met daarin amandels die aan de buitenzijde omgeven zijn door een dunne huid van kopergroene delessiet.

 

Hoewel melafier en melafier-amandelsteen als naam verouderd zijn en in de petrografie grotendeels in onbruik zijn geraakt, worden beide namen door zwerfsteenverzamelaars nog veel gebruikt. Al was het maar om jongere, onveranderde, zwarte basaltzwerfstenen uit Zuid-Zweden of die uit het westen van Duitsland te onderscheiden van (veel) oudere, chemisch omgezette, meer roodbruin gekleurde typen. Op zich is op het gebruik van verouderde namen onder verzamelaars niets tegen, zolang duidelijk is wat ermee bedoeld wordt. Het verzamelen van zwerfstenen dient een ander doel dan petrografisch onderzoek aan gesteenten door middel van slijpplaatjes, hoewel beide goed samen kunnen gaan.

In de huidige petrografie worden namen als melafier en melafier-amandelsteen respectievelijk paleobasalt en amygdaloïdale paleobasalt genoemd. De oorsponkelijke namen zijn verouderd. Zwerfsteenliefhebbers gebruiken echter nog steeds deze oude namen. Zolang bekend is wat men daarmee bedoelt is hier niets op tegen.