Basalt(zwerfstenen) van Mesozoïsche ouderdom

 Basalt van Mesozoïsche ouderdom komt voor in de provincie Skane (Schonen) in Zuid-Zweden. Vergeleken met de Precambrische (paleo)basalten op het Baltisch schild zijn de basaltvoorkomens in Skane geologisch gezien nog vrij jong. Ze ontstonden met intervallen in een periode van vanaf het Midden-Jura tot in het Laat-Krijt, 167–80 miljoen jaar geleden. Zwerfstenen van basalt die in de noordelijke helft van ons land voorkomen, zijn op een enkele uitzondering na (Oslogebied, Noorwegen) afkomstig uit Skane.

 

Zuilenbasalt – Gällabjärr, Rostanga, Zuid-Zweden

 

 

Basalt in Skane vormt vaak kleine, geïsoleerde voorkomens. Het zijn geërodeerde kratervullingen of koepels die kleine heuvels in het landschap vormen. Noordelijk van de Ringsjön bij Höör in Zuid-Zweden zijn bij karteringen in een gebied van 20 bij 30 km meer dan 120 voorkomens van basalt ontdekt, waarvan ca. vijftig in de vorm van vlakke geërodeerde koepels. Het meeste basalt in deze ontsluitingen manifesteert zich als zuilenbasalt.

In de ijstijd zijn uit dit Zuid-Zweedse gebied talrijke zwerfstenen zuidwaarts door het landijs meegevoerd. Vaak zijn de zwerfstenen hoekig afgerond, maar soms vinden we zwerfstenen waarin de kantige zuilvorm nog te herkennen is.

 

Geologische kaart van Zuid-Zweden, bewerkt naar M.Bräunlich (www.kristallin.de)

De basaltvoorkomens in Skane beperken zich tot een klein gebied tussen de Ringsjön en Höör. In dit gebied zijn ruim 100 oude basaltische kratervullingen aangetoond.

 

Allapsbjärr – Skane, Zuid-Zweden

De beboste heuvel bestaat uit een tweetal uit basalt bestaande kratervullingen. De basalt is slecht ontsloten, maar bestaat uit zuilenbasalt.

Basaltontsluiting – Ulfsbjär, Skane, Zuid-Zweden

Een stukje geschiedenis

Het aangezicht van de aarde verandert voortdurend. In de loop van miljoenen jaren verschuiven en botsen continenten, ontstaan imposante gebergten en uitgestrekte oceanen, die na verloop van tijd ook weer verdwijnen. De huidige verdeling van land en zee op aarde is een 'momentopname'. 

Rond 220 miljoen jaar geleden vormden alle continenten één groot supercontinent, Pangea genaamd. Miljoenen jaren later, in het begin van de Jura-periode, brak het grote Pangea op in het zuidelijke Gondwanaland en het noordelijk daarvan gelegen Laurasia. Laurasia bestond grotendeels uit Noord-Amerika en Europa.

 

Het opbreken van het supercontinent Pangea in het zuidelijke Gondwanaland en het noordelijk daarvan gelegen Laurasia veroorzaakte na verloop van tijd een totaal nieuwe verdeling van land en zee.

 

Het opbreken van het supercontinent Pangea ging gepaard met grote spanningen in de aardkorst. Door van rek ontstonden plaatselijk diep reikende breuken in de aardkorst. Rekspanningen traden ook op in rotsgesteenten op het zuidelijke deel van het Baltisch schild, de plaats waar het huidige Zuid-Zweden zich bevindt. Er ontstonden reeksen zeer diep reikende breuken, waarlangs basaltisch magma van grote diepte naar boven drong. Waar basaltmagma het aardoppervlak bereikte ontstonden vulkanen. In Skane waren dit er meer dan honderd.

 

De Ulfsbjär vormt een koepelvormige heuvel in het sterk beboste landschap.

 

Het vulkanisme in Zuid-Zweden is inmiddels lang geleden. Laurasië dat na het opbreken van Pangea eerst nog een aaneengesloten continent vormde, brak na verloop van tijd  ook in tweeën. Beide delen (Noord-Amerika en Europa) bewogen uit elkaar, waarbij de huidige Atlantische Oceaan ontstond. 

Ondanks dat het basaltisch vulkanisme al lang verleden tijd is, zijn resten van deze oude basaltvulkanen nog steeds in het landschap van Skane zichtbaar. De vulkanen zelf zijn vrijwel geheel verdwenen. Na miljoenen jaren verwering zijn alleen de kratervullingen overgebleven, die uit het harde basalt bestonden. Talrijke vulkaankraters bleven gevuld met basaltisch magma, dat tot fijnkorrelig basalt kristalliseerde. Door verdere afkoeling van het inmiddels gestolde gesteente vormde zich op veel plaatsen typische zuilenbasalt. 

In het nationale park van Söderasen in Skane zijn een flink aantal van deze oude kratervullingen nog in het landschap herkenbaar. Ze vormen lage, koepelvormige heuvels in een overigens sterk bebost landschap. Op een aantal plaatsen komt zuilenbasalt nog aan het oppervlak voor.

 

Het meeste basalt dat in de kratermonden kristalliseerde is dicht tot zeer fijnkorrelig. De lichtkleurige randen zijn verweerde basalt.

Allapsbjärr – Skane, Zuid-Zweden

In het bos op de heuveltop zijn sterk bemoste basaltzuilen ontsloten.

 

Ongeveer 80 miljoen jaar geleden begon de botsing van de Afrikaanse aardkorstplaat met die van Europa. Het gevolg was dat de tussengelegen grote Tethys-oceaan geleidelijk verdween. De huidige Middellandse Zee vormt hiervan een restant. Het naderen van beide continenten leidde onder meer tot de vorming van het Alpengebergte. De botsing van beide aardkorstplaten gaat tot op de dag van vandaag door.

Het botsen van grote landmassa’s veroorzaakt grote spanningen in de aardkorst. In Europe uitte dit zich in het plaatselijk opheffen van landgebieden Dit gebeurde ook in Zuid-Zweden. Opzij van de vulkaanresten ontstonden een paar brede valleien met langs de randen basaltkliffen. In het Pleistoceen tenslotte zijn deze oude basaltische vulkaanresten door de eroderende werking van de ijstijdgletsjers nog verder aangetast en afgesleten.  

 

Verweerd fragment van een basaltzuiltje – Zwerfsteen van Haddorf (Dld.)

Augietbasalt – Zwerfsteen van Hogersmilde (Dr.)

Veel basaltzwerfstenen uit Zuid-Zweden zijn enigszins kantig van vorm.

 

 

Verweerde dichte basalt – Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Porfierische olivijn-basalt – Zwerfsteen van Haddorf (Dld.)

In het dichte gesteente zijn eerstelingkristallen zichtbaar van zwarte augiet en bruinrode omgezette olivijn.

Porfierische olivijn-basalt – Zwerfsteen van Klutzhöved, Oostzee (Dld.)

In het gesteente zijn zwarte augiet en oranjebruine olivijn als eerstelingen aanwezig. Dit basalttype wordt wel ‘ankaramiet’ genoemd.

 

 

Nefelien-basalt – Zwerfsteen van Gasselternijveen (Dr.)

Nefelien is een (basalt)mineraal dat pas optreedt als er sprake is van een tekort aan silica. Hierdoor kan normale veldspaat zich niet vormen. In plaats daarvan ontstaan kristallen die ‘veldspaatvervangers’ genoemd worden. Nefelien is een veldspaatvervanger.

 

 

Nefelien-basalt – Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Nefelien verweert relatief snel. In doorlatende zandbodems lost het geheel op waardoor het kleine putten in de steen achter laat. In de steen op de foto is de nefelien te herkennen aan de talloze lichte vlekjes.

Dichte basalt – Zwerfsteen van Hogersmilde (Dr.)

In het gesteente zijn voornamelijk kleine, zwarte eerstelingkristallen te zien van augiet.