Dioriet

Dioriet is, enigszins verweerd, een uitgesproken wit-zwart gesteente. Zwerfstenen zijn daarom niet moeilijk te herkennen, vooral als deze uit keileem te voorschijn komen. Uit doorlatend zand of als akkersteen is dioriet donkerder door het verdwijnen/oplossen van de plagioklaas. Zwerfstenen van dioriet komen minder vaak voor dan graniet en gabbro, hoewel ze niet zeldzaam zijn.

 

Dioriet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

 

Dioriet is een tamelijk algemeen zwerfsteentype. Wat samenstelling betreft houdt het gesteente het midden tussen graniet gabbro. Dioriet bestaat zo op het oog uit slechts twee mineralen: witte plagioklaas en zwarte hoornblende. Verder kunnen in geringe percentages kwarts, biotiet en kaliveldspaat aanwezig zijn. Zwerfstenen van dioriet zijn, afhankelijk van de verweringsgraad, zwartbont, grijszwart of donkergrijs. Kleurige vormen bestaan niet.

Aan de kleurstelling wit-zwart dankt dioriet ook zijn naam. Het gesteente werd voor het eerst in 1822 genoemd door Abbé Hauy, een Frans mineraloog. Hauy was één van de grondleggers van de geometrische kristallografie. De naam is afgeleid van het Griekse 'diorizein', dat 'onderscheid' of 'verschillend' betekent. Dit wijst op de witte veldspaat in dioriet. Deze is makkelijk te onderscheiden van de zwarte hoornblende.

 

René Just Haüy (Saint-Just-en-Chaussée28 februari 1743 - Parijs3 juni 1822) 

Haüy was één van de grondleggers van de kristallografische mineralogie. Van hem komt ook de naam 'dioriet'. Hij bewees dat de uitwendige vorm van een kristal het resultaat is van een opeenstapeling van zeer kleine bouwstenen volgens een vast patroon. Deze bouwstenen noemde hij 'molécules intégrantes . Zijn ontdekking beruste op een ongelukje. Het verhaal gaat dat hij een zeshoekig prisma van calciet uit zijn handen liet vallen. Bij het opruimen van de brokstukjes, viel het hem op dat deze dezelfde vorm hadden als het oorspronkelijke kristal. Daarnaast raapte hij kleine fragmenten op die de vorm hadden van IJslands-spaat. 

 

Afhankelijk van de vindplaats, als akkersteen, uit keizand, keileem of als strandvondst, zijn zwerfsteendiorieten meer of minder verweerd. Plagioklaas is gevoelig voor chemische verwering. Hoornblende is dat veel minder. Plagioklaas kleurt door verwering krijtwit en lost daarbij geleidelijk op. Het laat putjes na in het zwerfsteenoppervlak. Verweerde dioriet bezit daardoor een tamelijk ruw oppervlak door de naar buiten stekende zwarte hoornblende.

Dioriet maakt doorgaans een gelijkmatige, korrelige indruk. De structuur van het gesteente is klein- tot middelkorrelig en vergelijkbaar met die van graniet. Daarnaast komen ongelijkkorrelige en zelfs grofkorrelige zwerfsteentypen voor. Porfierische en pegmatietische diorieten zijn zeldzaam. Plagioklaas en hoornblende bezitten doorgaans geen eigen kristalvorm. Een enkele maal vinden we typen waarin hoornblende meer of minder duidelijke zwarte zuiltjes vormt. Dioriet komt verspreid in Scandinavië op talrijke plaatsen voor. De voorkomens zijn doorgaans aan de kleine kant en zijn vaak geassocieerd aan graniet. De variatie onder zwerfsteendiorieten is vrij groot.

 

Dioriet - Zwerfsteen Groningen

Niet alleen aan de verweerde buitenzijde van zwerfstenen, ook op het breukvlak kleurt plagioklaas in dioriet lichter dan in gabbro. Is verder naast zwarte hoornblende ook nog biotiet en kwarts aanwezig, dan hebben we ongetwijfeld met dioriet te maken. 

Dioriet - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Het witte bestanddeel is plagioklaas. Het donkere mineraal in deze steen is zwarte hoornblende. Hier en daar vormt dit mineraal onregelmatige zuiltjes. De meerderheid van de hoornblende-kristallen vormt aggregaten. In het gesteente zijn een paar kleine xenolieten zichtbaar van kleinkorrelige dioriet. Grijze kwarts komt verspreid in het gesteente voor. 

 

 

Dioriet - Zwerfsteen borger (Dr.)

Dioriet vormt doorgaans korrelige gesteenten, waarin het percentage plagioklaas duidelijk hoger is dan die van zwarte hoornblende. Bij verwering lost plagioklaas op, hoornblende is hier minder gevoelig voor. Het oppervlak van verweerde dioriet voelt daarom ruw aan.

 

Dioriet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Dit is het typische beeld van dioriet: een korrelig gesteente met in verhouding veel wit en minder zwart. Het zwarte mineraal in deze zwerfsteen is hoornblende. Met de loep is verspreid in het gesteente grijze kwarts en biotiet zichtbaar.

Dioriet-pegmatiet - Zwerfsteen van Eeserverveen (Dr.)

Het linker deel van deze dioriet is als pegmatiet ontwikkeld: grootkorrelig met forse zwarte hoornblende-kristallen in een witte matrix van witte kristallen van plagioklaas.

 

Samenstelling van dioriet

Dioriet bestaat globaal voor 2/3 uit plagioklaas en voor 1/3 uit hoornblende. Geregeld vinden we zwerfstenen waarin ook biotiet aanwezig is. Op het breukvlak is deze glimmersoort aan de glanzend zwartbruine schubjes te herkennen. Aan de buitenkant van zwerfstenen verweert biotiet dikwijls goudglanzend. Is biotiet duidelijk aanwezig dan spreekt men wel van glimmerdioriet.

 

Dioriet - Zwerfsteen van Lathen (Dld.)

Niet in alle dioriet is kwarts aanwezig, met name als in het gesteente ook pyroxeen (=augiet) aanwezig is. De witte plagioklaas is ruw doordat het ten dele opgelost is door verwering.

Detail van de steen hiernaast

De meerderheid van de donkere bestanddelen is van zwarte hoornblende. De splijtreten van dit mineraal zijn goed zichtbaar. Hier en daar komen donkere aggregaten voor met een kern van (omgezette) augiet. Deze zijn roestkleurig of groenachtig bruin. 

 

Het donkere mineraal in dioriet is hoornblende. In sommige diorietzwerfstenen komt naast hoornblende ook pyroxeen (augiet) voor. Beide mineralen zijn met de loep niet makkelijk van elkaar te onderscheiden. Herkenning op basis van kristalvorm is meestal niet mogelijk. Is dioriet kleinkorrelig, dan is het vrijwel onmogelijk hoornblende en augiet (pyroxeen) zonder slijpplaatjes van elkaar te onderscheiden.

 

Dioriet, pyroxeen-houdend - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

In een middelkorrelige massa van plagioklaas en hoornblende zijn een aantal grotere, vlekvormige aggregaten van pyroxeen (augiet) in het verweerde oppervlak te herkennen aan hun iets donkerder tint. 

Dioriet, pyroxeen-houdend, breukvlak - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Op het grijszwarte breukvlak zijn bronskleurig-bruine aggregaten van pyroxeen met pijlen aangegeven.

 

 

Met de loep is makkelijk vast te stellen dat dioriet soms enige kwarts bevat. De aanwezigheid van kwarts blijkt vooral aan de verweerde buitenkant van zwerfstenen. Het is een kwestie van inschatten, maar bij een percentage minder dan 5% noemt men het gesteente dioriet. Is het kwartsgehalte hoger dan 5%, dan hebben we met kwartsdioriet te maken. Bij 20% of meer kwarts spreken we van tonaliet. Tonaliet komt onder noordelijke zwerfstenen geregeld voor, maar wordt weinig gemeld. Het onaantrekkelijke uiterlijk zal hieraan debet zijn. Ook kaliveldspaat is hier en daar in een enkel kristalletje in dioriet aanwezig. Komt kaliveldspaat in een hoger percentage voor, dan gaat het gesteente over in (kwarts)monzo-dioriet.

 

Dioriet, kwartshoudend - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Ligt het percentage kwarts in dioriet onder de 5 %, dan noemt men het gesteente kwartshoudend. Daarboven heet het gesteente kwartsdioriet. Deze kwartshoudende diorieten bevatten naast kwarts vaak ook een piets kaliveldspaat en biotiet. 

 

 

Dioriet, kwartshoudend, detail van de steen hiernaast

De kleine kwartskristalletjes zijn te herkennen aan hun grijze tot bruingele kleur.

 

Tonaliet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Tonaliet is een plagioklaasgraniet. De veldspaat bestaat uit witte, natriumrijke plagioklaas. Kwarts is rijkelijk aanwezig. 

Tonaliet, detail van de steen hiernaast

Kwarts vormt onregelmatige, grote en kleine kristallen. Het percentage kwarts ligt ruim boven de 20% van alle samenstellende mineralen. Daarom is het een graniet.

Tonaliet, breukvlak - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

De kwartsrijkdom is aan het vetglanzende karakter van het breukvlak duidelijk zichtbaar. Biotiet is het donkere bestanddeel, vergezeld van enige hoornblende.

 

 

Kwarts monzo-dioriet - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Van monzo-dioriet is sprake als meer dan 5% van de veldspaat in het gesteente uit kaliveldspaat bestaat. Verder is tussen de veldspaten enige kwarts aanwezig.

Kwarts monzo-dioriet, breukvlak - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Het hoofdbestanddeel is grijze of groenwitte plagioklaas. De groenachtige tint wijst op hydrothermale omzetting. Hierbij ontstaat fijnverdeelde epidoot. Dit veroorzaakt de grijsgroene kleur.

 

 

Monzoniet - Zwerfsteen van Gammel Pol, Als (Dk.)

Monzoniet is een intermediair, syenietisch gesteente. Kaliveldspaat en plagioklaas zijn in ongeveer gelijke hoeveelheden aanwezig. Kwarts komt weinig voor of ontbreekt. Donkere mineralen worden ingenomen door biotiet en hoornblende.

 

 

Zwerfsteenverzamelaars zullen hun diorietzwerfstenen goed moeten bekijken om tot meer gespecificeerde determinaties te komen. Hierbij let men op de aanwezigheid van kwarts, kaliveldspaat, biotiet, pyroxeen en groene epidoot. De aanwezigheid van dit laatste mineraal is een teken van beginnende metamorfose.

 

Ornoïet - Zwerfsteen van Langö, Hindsholm (Dk.)

Ornoïet is een ongelijkmatig korrelig gesteente met grove partijen, die ietwat pegmatietisch aandoen. Zwerfstenen van ornoïet hebben een sterk wisselend uiterlijk.  Grote zwarte kristallen van hoornblende liggen in een witte, borstplaatachtige, vergruisde massa van plagioklaas. Daarnaast vormt plagioklaas ook grotere kristallen. Het gesteente komt voor op het Zweedse eiland Ornö, ten zuidoosten van Stockholm.

 

 

Voorkomen

Dioriet dankt zijn ontstaan, vaak in samenhang met graniet en granodioriet aan magmatische processen in subductiezones door 1) opsmelting van oorspronkelijk sedimentaire gesteenten, 2) magma-differentiatie van mafisch magma, 3) assimilatie van basische gesteenten door graniet of 4) omgekeerd, door assimilatie van granietisch materiaal door basisch magma).

Het gesteente vormt aan de randen van graniet- en granodioriet-complexen kleine voorkomens, vaak aangeduid als rand-faciës. Daarnaast vormt het ook zelfstandige voorkomens. In tegenstelling tot gabbro zijn intrusie-lichamen van dioriet nooit groot. Het gesteente vormt sills (plaatvormige intrusies tussen andere gesteentelagen), stocks en gangen. Stocks zijn relatief kleine, koepelvormige uitstulpingen van graniet-batholieten. Ook vormen stocks gekristalliseerde magmareservoirs in de aardkorst onder oude vulkanen. In graniet en granodioriet komen vaak insluitsels (=xenolieten) voor van kleinkorrelige dioriet. Dit is vooral het geval in sommige Smaland-granieten (Växiö-graniet). Ook in Uppland- en Norrland-graniet komen vaak xenolieten voor van dioriet.

 

Rode Växiö-graniet met insluitsel (=xenoliet) van dioriet - Zwerfsteen Sassnitz, Rügen (Dld.)

Smaland-graniet met insluitsels van dioriet - Langö, Hindsholm (Dk.)

 

 

Dioriet, amfiboliet of gabbro?

Hoewel dioriet op het oog makkelijk te herkennen is, zijn zwerfstenen soms met moeite van gabbro en amfiboliet te onderscheiden. Amfiboliet is weliswaar een metamorf gesteente, maar het metamorfe karakter is niet altijd duidelijk. Amfiboliet bestaat grotendeels uit dezelfde mineralen en ze bezitten dikwijls een ‘peper- en zoutstructuur’. Het gesteente bevat geen kwarts. Is roodachtige granaat aanwezig, dan hebben we vrijwel zeker met amfiboliet te maken. Tenslotte is het goed mogelijk dat zwerfstenen van gabbro voor dioriet gehouden worden en andersom. Vooral verweerde plagioklaasrijke gabbro’s lijken sterk op dioriet.

 

Granaat-amfiboliet - Zwerfsteen van Mommark, Als (Dk.)

Dit zwart-wit gestreepte gesteente is metamorf. Amfiboliet kan bij progressieve metamorfose uit kalkhoudende, kleiïge gesteenten zijn ontstaan. We spreken van amfiboliet indien het percentage hoornblende duidelijk hoger is dan dat van plagioklaas. Is deze laatste in de meerderheid dan spreken we van hoornblende-gneis. De naamgeving is in dit geval wat arbitrair. Granaat vormt kleine korrels in het gesteente. 

 

Granaat-amfiboliet, detail van de steen hiernaast

Zonder granaat ziet het gesteente er onder de loep uit als dioriet. De gerichtheid van de afzonderlijke mineralen is bij vergroting onduidelijk. De aanwezigheid van granaat en het ontbreken van kwarts maakt duidelijk dat we hier met een metamorf gesteente te maken hebben.

Amfiboliet met 'peper- en zoutstructuur' - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Kleinkorrelige zwerfstenen van amfiboliet lijken soms sterk op dioriet. Toch is meestal van enige gerichtheid sprake. Hier komt nog bij dat de zwarte hoornblende in amfiboliet altijd een harde glasglans toont. Kwarts ontbreekt. De gelijkmatige zwartwitte spikkeling van het gesteente wordt aangeduid als 'peper- en zoutstructuur'. 

 

Het probleem die zwerfsteenverzamelaars bij het determineren ondervinden is dat dioriet en gabbro macroscopisch niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.Het werkelijke verschil tussen beide gesteenten zit hem namelijk in de samenstelling van de plagioklaas. Dit wordt pas duidelijk bij microscopisch onderzoek aan slijp- of korrelpreparaten. Dit laatste valt buiten bereik van de meeste zwerfsteenverzamelaars.

Zwerfsteenliefhebbers hanteren andere criteria. Zo zijn de kleurindruk van het gesteente, met name die van plagioklaas, maar ook de percentages van de aanwezige mineralen belangrijke criteria. Verder is de aanwezigheid van kwarts en in iets mindere mate biotiet een aanwijzing dat we met dioriet te maken hebben.

Plagioklaas vormt net als kaliveldspaat mengkristallen. Plagioklaas is niet anders dan de generieke aanduiding voor een aantal in samenstelling verschillende natron-kalkveldspaten. In gabbro’s zijn vooral grijs gewolkte, donkerder gekleurde, calciumrijke plagioklaas-typen aanwezig. In dioriet is de plagioklaas natriumrijker en daardoor witter. In verweerde dioriet is plagioklaas altijd wit. In gabbro’s is deze veldspaat meer grijs, donkergrijs gewolkt of zelfs violetgrijs.

 

Dioriet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

 

Dioriet - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Dioriet, pyroxeenhoudend - Zwerfsteen van Langö, Hindsholm (Dk.)

Op steenstranden afgeronde zwerfkeien hebben een fris uiterlijk. Deze zwerfstenen hebben daardoor een heel ander uiterlijk dan die uit een zandige bodem of als akkersteen. De plagioklaas in het gesteente is grijs. De zwarte bestanddelen zijn meest van hoornblende. Daarnaast komt ook augiet (pyroxeen) verspreid in het gesteente voor. Deze zijn te herkennen aan de iets andere, meer bruin met zwarte tint. 

 

Veldspaat-gabbro - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Verweerde, veldspaatrijke gabbro's zijn in het veld niet of nauwelijks van dioriet te onderscheiden. Vaak is de plagioklaas wolkig grijswit en meer weggevreten dan die in dioriet. De donkere mineralen vormen hier en daar grotere, groenzwarte aggregaten. Hierbij is sprake van oeralitisering. De oorspronkelijke pyroxeen (augiet) is omgezet in zwartgroene vezelige hoornblende. 

 

 

Veldspaat-gabbro - Zwerfsteen het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Deze zwerfsteen lijkt eveneens veel op dioriet, maar is op grond van de donkere bestanddelen en het ontbreken van kwarts en kaliveldspaat als gabbro te determineren. In veel dioriet komt naast enige kwarts ook hier en daar een heel klein beetje kaliveldspaat voor.

Veldspaat-gabbro - Zwerfsteen van Drouwen (Dr.)

De veldspaatrijkdom ten spijt, aan de grauwgrijze kleur van de plagioklaas valt op te maken dat we hier niet met dioriet, maar met gabbro te maken hebben. De plagioklaas ligt door verwering en oplossing ietwat verdiept in het oppervlak. Hoornblende-kristallen zijn veel minder gevoelig voor verwering.

 

Labradoriet-gabbro - Zwerfsteen van Rönbjerg, Limfjord (Dk.)

De wolkig-grijze structuur van de plagioklaas en de grijsviolette kleur ervan maakt duidelijk dat we in combinatie met de onregelmatige donkere mineraal-aggregaten met een gabbro te maken hebben. Door omzetting hebben veel donkere mineralen een iets lichter getinte groenige tint, omgeven door een donkere zoom (corona-vorming). Dit laatste is een aanwizjing dat de oorspronkelijk aanwezige pyroxeen hydrothermaal is omgezet in vezelige, actinolietische hoornblende (= oeralitisering).

 

In gabbro is het donkere mineraal meestal pyroxeen (augiet). Daarnaast komen onder zwerfstenen ook talrijke hoornblende-gabbro’s voor. Meestal is hoornblende in gabbro diepzwart van kleur, zijn de kristallen groter dan in dioriet en toont het mineraal een sterke glasglans. Augiet is meer metaalglanzend en zwart of zwartgroen. Desondanks zijn beide mineralen met moeite van elkaar te onderscheiden. Hier komt nog bij en dat is tegelijk een addertje onder het gras, veel Scandinavische gabbro’s zijn in geologisch gezien oude gesteenten. De meeste stammen uit het Precambrium. In Precambrische gabbro’s is pyroxeen hydrothermaal, door wateropname, geheel of gedeeltelijk omgezet in zwartgroene, actinolietische amfibool (hoornblende). Zwerfstenen van zogenoemde ‘oeraliet-gabbro’ hebben in verweerde toestand een donkergroene, blauwgroene of zelfs grijsgroene kleur. Vooral gabbro’s die we op zandige akkers aantreffen zijn vaak groenig verweerd.

Een vuistregel voor zwerfsteenverzamelaars om dioriet en gabbro van elkaar te onderscheiden is het percentage plagioklaas. In dioriet is dat vrijwel altijd hoger dan hoornblende. Globaal bestaat dit gesteente voor 2/3 uit plagioklaas, de rest is voornamelijk zwarte hoornblende. Bij gabbro's liggen deze percentages net andersom. Zwerfstenen van gabbro zijn daarom (veel) donkerder dan dioriet. Bovendien is gabbro meestal grofkorreliger dan dioriet.

 

'Dioriet of gabbro' - Zwerfsteen van Lathen (Dld.)

In een diorietische, meest kleinkorrelige grondmassa van voornamelijk witte plagioklaas en zwarte hoornblende liggen tamelijk regelmatig verspreid grotere, rondachtige en onregelmatige donkere mineraal-aggregaten. Het zijn granoblasten van hoornblende. De grootte, kleur en vorm hiervan duidt op metamorfose. 

 

Afhankelijk van de aanwezige mineralen onderscheiden we onder zwerfstenen naast gewone dioriet ook kwartsdioriet (dioriet met meer dan 5% kwarts), biotietkwarts-dioriet en (kwarts)monzo-dioriet. Deze laatste bevat naast plagioklaas een percentage kaliveldspaat als tweede veldspaat. Zwerfstenen hiervan zijn echter zeldzaam. Tonaliet tenslotte is de meest kwartsrijke vertegenwoordiger; eigenlijk is het een plagioklaas-graniet (plagio-graniet), omdat de veldspaat in het gesteente uit plagioklaas bestaat en er verder 20% of meer kwarts aanwezig is, naast (enige) hoornblende en biotiet.

 

Kogel-dioriet

Dit is een zeer zeldzaam voorkomende variant van dioriet. Fraai ontwikkelde kogel-dioriet is goed bekend van Sainte Lucie de Tallano op het Franse eiland Corsica in de Middellandse Zee. Ook uit Zuid-Finland zijn prachtige voorbeelden bekend.

 

Kogel-dioriet - Sainte Lucie de Tallano, Corsica (Fr.)

 

Kogel-dioriet - Esbö, Zuid-Finland

Deze Zuidfinse orbiculiet is door zijn contrastrijke tekening één van de mooiste orbiculieten in Scandinavië.

 

Kogelgesteenten ofwel orbiculieten zijn zeldzame gesteenten. Hoewel ze relatief veel voorkomen in Zuidwest-Finland, zijn de voorkomens ervan erg klein, vaak niet meer dan enige duizenden vierkante meters. De kans om een zwerfsteen van orbiculiet te vinden is dan ook bijzonder klein. Desondanks zijn in de loop van de tijd in Denemarken, in Duitsland en ook in ons land zwerfstenen van orbiculiet gevonden. De samenstelling ervan varieert van graniet, monzo-graniet, grano-dioriet tot dioriet.

 

Kogel-dioriet - Zwerfsteen van Eext (Dr.)

De vondst van deze orbiculiet was een buitenkansje. De steen is in de beginjaren 30 van de vorige eeuw langs het erf van een boerderij gevonden. Jammer dat een dergelijke fraaie steen zo slordig gezaagd is.

 

Kogel-dioriet - Zwerfsteen van Eext (Dr.)

Verweerde buitenzijde van de zwerfsteen. In tegenstelling tot de binnenzijde is de schalige structuur van de verweerde orbiculen slecht herkenbaar.

 

 

Van kogel-dioriet zijn tot dusver een drietal zwerfstenen bekend. Een fraai, groot exemplaar werd in de vorige eeuw bij Eext op de Hondsrug in Drenthe gevonden. Deze zwerfsteen is in een paar delen gezaagd en gepolijst. Eén helft is opgesteld in het museum Wonderrijck in Denekamp. Bij Haddorf in Duitsland is een kleine zwerfsteen van kogel-dioriet gevonden. Het is een wit-zwart gesteente met een aantal meer of minder duidelijke, tot 4 cm grote, radiair-concentrisch gebouwde kogelschalen ofwel orbiculen. De kogels in de zwerfsteen zijn opgebouwd uit een lichtkleurige kern met enigszins radiair uitwaaierende grove kristallen van hoornblende en plagioklaas, omgeven door één of meer schalen van witte plagioklaas en donkere mineralen.

 

Kogel-dioriet - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Kogel-dioriet, detail van de afbeelding hiernaast

 

Een derde exemplaar betreft een groot zwerfblok, dat bij het bergen in twee stukken is gebroken. De zwerfsteen werd gevonden op één van de steenstranden van het eiland Mön in Denemarken. Deze kogel-dioriet maakt door zijn donkere kleur een gabbroïde indruk. Het gesteente bevat een groot aantal zwartwitte ronde tot ovale orbiculen (zie bijgeplaatste foto’s). De bouw van de orbiculen is te vergelijken met die in de zwerfsteen van Haddorf. Hoewel fors, is deze orbiculiet niet de grootste zwerfsteen die bekend is. De kogelgraniet van Nieuw-Schoonebeek moet oorspronkelijke een kleine kubieke meter groot zijn geweest.

 

Kogel-dioriet - Zwerfsteen van Mön (Dk.)

Kogel-dioriet, vergroting van de afbeelding hiernaast

Kogel-dioriet, detail van de afbeelding hiernaast