Graniet

Graniet is naast basalt het bekendste gesteente op aarde, ook in spreekwoordelijke zin. De uitdrukking 'zo hard als graniet' kent vrijwel iedereen. Graniet is het belangrijkste stollingsgesteente op continenten, terwijl basalt dat is in oceaangebieden. In Noord-Europa worden grote delen van landen als Zweden en Finland door graniet ingenomen. Dit zien we terug onder noordelijke zwerfstenen. Meer nog dan gneis en zandsteen is graniet in Noord-Nederland de meest voorkomende zwerfsteensoort.

 

Granietrotsen aan de noordkust van Bretagne (Fr.)

De noordkust van Bretagne, tussen Louannec en Plestin-les-grèves, wordt 'Côte de Granit Rose' genoemd. De specifieke kleur van de granietrotsen komt maar op drie plaatsen voor in de wereld: Bretagne, Corsica en China. Het dorp La Clarté heeft er zelfs haar naam aan te danken.

 

 

De naam graniet is afgeleid van het Latijnse ‘granum’, dat korrel betekent. In het verleden werden korrelige marmersoorten wel aangeduid als ‘granitum’. In het Italiaans veranderde dit in ‘granito’. Het begrip ‘granito’ kennen we ook van oude betonnen aanrechten met een glad geschuurde laag van aan elkaar gekitte steensplinters van marmer, graniet, zandsteen of kwarts. In de betekenis van stollingsgesteente werd graniet voor het eerst in 1596 gebruikt door de Italiaanse mineraloog Andrea Cezalpino.

 

'Balmoral red' is een granietsoort uit Zuidwest-Finland. Bij de plaats Uhlu in het Vehmaa-gebied wordt het al tientallen jaren gewonnen. Kleur, gelijkmatige korreling en duurzaamheid zijn reden dat dit gesteente veel aan gebouwen wordt toegepast. Ook maakt met er vloeren en aanrechten van.

Granito ofwel terrazzo is samengesteld uit kleine gesteentesplinters, in dit geval van kwarts. De scherpkantige korrels zijn gebonden in een dicht hard soort cement, dat in een dunne laag wordt aangebracht op beton. Na uitharding wordt de toplaag glanzend geslepen. Terrazzo is en wordt nog steeds gebruikt voor aanrechten en vloeren.

 

 

Wat is het en waar komt graniet voor?

Graniet ontstaat in de onderste delen van de aardkorst. Onder afdekking van duizenden meters dikke deklagen van metamorf en sedimentair gesteente koelt granietmagma in magma-reservoirs heel langzaam af. Hierbij vormen zich kristallen, die met het blote oog te zien zijn. Graniet is een massief gesteente, dat geheel uit kristallen is opgebouwd. Ook op macroschaal maakt het gesteente een gelijkmatige, homogene indruk. De enorme druk van bovenliggende gesteenten veroorzaakt, dat bij de vorming van graniet geen holten ontstaan. De kristallen liggen ongeordend, als in een mozaïek, zonder porieruimte dicht tegen elkaar aan.

 

Biotiet-graniet (syeno-graniet) - Zwerfsteen van Walchum (Dld.)

Normale granieten kunnen onderverdeeld worden in syeno-graniet en monzo-graniet. Syeno-graniet bevat minstens 65% kleurige kali-veldspaat.

Biotiet-graniet (monzo-graniet) - Zwerfsteen van Walchum (Dld.)

Monzo-graniet is duidelijk rijker aan plagioklaas dan syeno-graniet. Het gehalte aan kaliveldspaat is daardoor minder dan 65%.

Siljan-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

De kristallen in graniet zijn als in een mozaïek ongeordend. De kristallen sluiten nauw aaneen. Soms zijn ze met elkaar vergroeid. 

 

De hoofdbestanddelen van graniet zijn veldspaat, kwarts en glimmer, vandaar ook de uitdrukking “kwarts, veldspaat en glimmer, die drie vergeet ik nimmer’. Dat aan het aardoppervlak weinig graniet en veel vaker zand, klei en zandsteen voorkomt, komt omdat deze uit verweringsproducten van gesteenten bestaan, die door water en wind in lagen boven elkaar zijn afgezet. Dit vindt plaats aan het aardoppervlak. Afzettingsgesteenten ofwel sedimenten bedekken daardoor andere gesteenten. In de ondergrond van ons land komt ongetwijfeld ook graniet voor, alleen onbereikbaar diep. In diepboringen is graniet nog nooit aangetroffen.

 

Perniö-graniet - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Dit zijn veel voorkomende granieten in Oost-Baltische zwerfsteengezelschappen. Vooral in het Hondsrug-gebied in Oost-Drenthe zijn ze algemeen te vinden. Het zijn scherpkristallijne gesteenten, waarin de afzonderlijke mineralen goed te zien zijn. Vaak bevatten deze granieten granaat (roestkleurige vlekken). 

 

Perniö-graniet, detail - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Kleurige kaliveldspaat onderscheidt zich duidelijk van de veel lichtere, geelwitte plagioklaas. Biotiet vormt verspreid zwarte spikkels in het gesteente.

We kunnen stellen dat graniet het belangrijkste gesteente is in de continentale aardkorst. Hoewel we op alle continenten meer sedimentaire gesteenten vinden, kunnen deze laatste qua volume niet in de schaduw staan van graniet en aanverwante gesteenten. De aardkorst is tientallen kilometers dik. Sedimenten nemen alleen de bovenste paar kilometers hiervan in.

Samen met een aantal nauw verwante gesteenten vormt graniet grote voorkomens (batholieten) in de aardkorst, sommige zijn tienduizenden vierkante kilometers groot. Graniet komt daarnaast ook voor in de vorm van stocks. Dit zijn intrusies die meestal in doorsnede niet groter zijn dan zo’n 100 vierkante kilometer. Stocks zijn in feite gestolde magma-reservoirs onder vulkanen of vormen onregelmatige uitstulpingen van dieper gelegen batholieten.

 

 

Op de bodem van oceanen komt graniet vrijwel niet voor. Dit heeft te maken met de ontstaanswijze van de oceaanbodem. Graniet ontstaat bij plaattektonische processen langs actieve plaatranden boven subductie-zones en bij continentale botsingen. Bij deze laatste gebeurtenissen ontstaan indrukwekkende hooggebergten, zoals de Alpen en het Himalaya-gebergte. De kern en ook de wortels van deze gebergten bestaan voornamelijk uit graniet, omgeven door migmatieten. Deze laatste zijn ultra-metamorfe gesteenten.

Graniet is bepalend voor continenten, de bodem van oceanen bestaat uit basalt. Graniet komt op een paar uitzonderingen na niet op de oceaanbodem voor. Een uitzondering vormen de Seychellen-eilanden in de Indische Oceaan. De binnen-eilanden van deze archipel bestaan uit graniet. Ook op IJsland vinden we gesteenten van granietische samenstelling. Langs spreidingszones in het midden van mid-oceanische ruggen komt uitsluitend basaltlava tevoorschijn. Deze onderzeese bergruggen markeren de plaats waar twee aardkorstplaten uit elkaar bewegen. De ruimte die hierdoor langs de breukzone ontstaat wordt opgevuld met basaltlava. De basaltische oceaankorst is ongeveer 10 kilometer dik, vele malen minder dan die onder continenten.

Graniet ontstaat op diepten van vele kilometers in de aardkorst. Desondanks komt het gesteente op talloze plaatsen op aarde aan het aardoppervlak voor. Ook in Scandinavië. In de loop van vele honderden miljoenen jaren verweren hooggebergten door tektonische opheffing en verwering/denudatie tot rompgebergten, zoals de Vogezen en het Zwarte Woud. Hierbij zijn kilometers dikke lagen dekgesteente door erosie verdwenen. Uiteindelijk blijft een zwak golvende schiervlakte over waar graniet en migmatiet-complexen naast elkaar aan de oppervlakte liggen. Het oeroude Precambrische rotslandschap van Zweden en Finland is hiervan een fraai voorbeeld. In die landen hebben we te maken met de wortels van ooit aanwezige hooggebergten. Het hoeft dus niet te verbazen dat het landijs in het Pleistoceen veel brokstukken graniet en gneis als zwerfsteen naar ons land heeft vervoerd.

 

Havsviden op Aland (Finland)

De harde granietrotsen van rapakivi-graniet zijn in de laatste ijstijd door het landijs afgeslepen. De bewegingsrichting van het ijs was van links naar rechts. Deze granieten zijn ongeveer 1540 miljoen jaar oud. Ze zijn ontstaan uit magma dat afkomstig was uit de onderste regionen van de aardkorst.

 

Granietrotsen langs de kust van Bohuslan in Zuidwest-Zweden

De graniet hier is geologisch gezien veel jonger dan die op het Baltisch schild in overig Zweden en Finland. Het gesteente is ontstaan tijdens de Sveco-Noorse gebergtevorming van zo'n 1100-900 miljoen jaar geleden.

Sörfjärden in Hälsingland - Botnische Golf, Zweden

In dit gebied liggen oeroude rotsgesteenten van ongeveer 1800 miljoen jaar oud aan het oppervlak. Deze granietische en migmatietische gesteenten zijn wellicht van tientallen kilometers diepte heel geleidelijk omhoog gekomen door het verdwijnen van het hooggebergte erboven. We hebben hier te maken met de wortelgesteenten van het Svecofennidisch gebergte.

 

Graniet een magmatisch dieptesteente

Graniet is net als basalt een magmatisch gesteente. Het is door stolling/kristallisatie ontstaan uit langzaam afkoelend magma. In tijdsbestekken van honderdduizenden tot wellicht miljoenen jaren kristalliseert magma diep in de aardkorst tot hard gesteente. De oorsprong van het magma kan primair zijn, wat zeggen wil dat het door opsmelting en differentiatie afkomstig is uit de onderste regionen van de aardkorst, maar magma kan ook door complete opsmelting uit sedimentaire gesteenten ontstaan. In beide gevallen vormen zich magma-reservoirs in de aardkorst. Deze kunnen enorme afmetingen bereiken. In de Sierra Nevada, een bergketen in het zuidoosten van de USA, zijn voorkomens van graniet bekend van tienduizenden vierkante kilometers.

Door zijn geringere dichtheid zal magma in veel gevallen langzaam in de aardkorst opstijgen. Hierbij worden vaak delen van het omringende vaste gesteente opgesmolten. Naarmate magma op hogere niveaus in de aardkorst belandt, nemen druk en temperatuur af, waardoor het begint te kristalliseren. Regelmatig komen we zwerfstenen tegen waarbij de graniet kleine en grotere ingesloten en deels opgesmolten en/of gemetamorfoseerde fragmenten nevengesteente bevat. Deze vreemde elementen in graniet noemt men xenolieten. Omdat graniet op kilometers diepte in de aardkorst ontstaat, noemt men het een dieptegesteente ofwel een plutoniet.

 

Half Dome in Yosemite National Park, USA

Deze massieve granietrots dankt zijn vorm aan het verdwijnen van gletsjers, die in de ijstijd de vallei opvulden. Door het verdwijnen van tegendruk storte de granietberg in. 

Graniet in Yosemite National Park is onderdeel van een reusachtig voorkomen van graniet in de Sierra Nevada in het zuidwesten van de USA.

 

Cap rock in Joshua National Park (USA)

In het hete en droge Joshua National Park is graniet verweerd tot schilderachtige rotsformaties.

Granietrotsen op één van de eilanden van de Seychellengroep in de Indische Oceaan

Op zo'n 1000 km afstand van het dichtstbijzijnde continent, is het vreemd dat een deel van de archipel uit eilanden bestaat van graniet. 

Exfoliatie van graniet op Half Dome in Yosemite National Park (USA)

Door het verdwijnen van bedekkende rotsgesteenten, verdwijnt gewicht. Hierdoor kan het onderliggende graniet iets uitzetten. Dit veroorzaakt evenwijdig aan het oppervlak ontspanningsscheuren, waarlangs het graniet afbladdert.

Rode Växiö-graniet met basische xenolieten - Langö (Dk.)

In deze Smaland-granieten komen regelmatig donkere insluitsels voor van diorietische gesteenten. Aan de rand van het grote insluitsel is te zien dat deze deels is opgesmolten/geassimileerd. De vaag zichtbare xenoliet direct rechts van het linker insluitsel met de seismische breuk is voor een belangrijk deel geassimileerd.

 

Het hoge percentage kiezelzuur (SiO2) is oorzaak dat granietisch magma zeer visceus is en nauwelijks vloeit. In combinatie met opgeloste gassen verlopen vulkanische uitbarstingen van granietisch magma daarom vaak zeer explosief. Hierbij komt het niet of nauwelijks tot de vorming van lavastromen. Vrijwel al het uitgestoten magma verstuift explosief tot vulkanisch as en zeer kleine magmadruppeltjes. Samen met vulkanische gassen, atmosferische lucht en uit de krater losgerukte steenfragmenten vormen zich hieruit pyroklastische stromen (gloedwolken), die als lawines langs de vulkaanhellingen naar beneden stromen en nagenoeg alles op hun weg verwoesten.

 

Uitbarsting van de vulkaan Soufrière op Montserat in het Caraïbisch gebied

De Soufrière is een actieve stratovulkaan op het zuidelijke gedeelte van het eiland Montserat. De uitbarstingen van deze vulkaan zijn te vergelijken met die van de Vesuvius in Italië. In 1995 bewogen een aantal pyroklastische stromen met grote snelheid langs de vulkaanhelling naar beneden, waarbij grote verwoestingen werden aangericht.

 

 

Bij langzame afkoeling ontstaan onderaards in granietmagma uiterst kleine kristalkiemen. Deze groeien, afhankelijk van de omstandigheden, uit tot kleine of juist centimeters grote kristallen. Van graniet wordt gezegd dat het een korrelig gesteente is. Deze korrels zijn in feite kristallen, die heel compact, zonder porie-ruimte tegen elkaar aan sluiten. Met elkaar vormen ze een soort mozaïek. Kristallen in graniet bestaan uit een gering aantal verschillende mineralen. De belangrijkste zijn kaliveldspaat, plagioklaas, kwarts, biotiet en hoornblende.

Verdieping

Uit het talrijke voorkomen van graniet op aarde zou verwacht mogen worden dat het gesteente bij vulkanische uitbarstingen veelvuldig als lava aan het aardoppervlak uitvloeit. Dit is niet het geval. Rhyoliet, het uitvloeiingsgesteente van graniet, komt in verhouding weinig voor, meestal in gangen in de aardkorst en als kratervulling. Dat lavastromen van graniet nauwelijks bekend is, hangt samen met de eigenschappen van het silicarijke magma.

Magma van graniet is bijzonder stroperig ofwel taai vloeibaar. Door het hoge gehalte aan silica (SiO2) bezit het een hoge viscositeit. Granietmagma bevat doorgaans vrij veel water en andere gassen, veel meer dan basaltisch magma. De aanwezigheid van water vermindert weliswaar de stroperigheid, maar zo dunvloeibaar als basaltlava wordt het nooit.

Bij het opstijgen van granietmagma in de aardkorst neemt de druk af, waardoor water en andere gassen minder goed opgelost blijven. Het gas vormt steeds meer en ook grotere bellen. Door de taaiheid van het magma kunnen die maar slecht ontsnappen. Het gevolg is vaak zeer explosie vulkaanuitbarstingen, soms met dramatische gevolgen.

 

Samenstelling en structuur

Graniet is geheel opgebouwd uit kristallen. Het wordt daarom een kristallijn gesteente genoemd. Kristallen in graniet zijn doorgaans zo groot dat deze met het blote oog te zien zijn. De kristallen bestaan uit een gering aantal mineralen. Opvallend is het hoge gehalte aan lichtkleurige mineralen. Donkere mineralen ontbreken weliswaar niet, maar het percentage ervan bedraagt meestal niet meer dan 20%. Granieten zijn daarom lichtkleurige gesteenten, ongeacht of ze nu wit, geel, grijs, roodgrijs, oranje, bruinachtig of rood zijn. In lichtkleurige graniet-typen vallen de zwarte spikkels en vlekjes van biotiet in het oog. Bohuslan- en prick-graniet zijn hiervan voorbeelden.

 

Bohuslan-graniet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Prick-graniet - Zwerfsteen van Groningen

Garberg-graniet - Zwerfsteen van Peest (Dr.) 

Haga-graniet - Zwerfsteen van Drachten (Fr.)

Kwarts

Graniet bevat veel kwarts, minstens 20% van de minerale bestanddelen. Meer mag, maar minder niet, eenvoudig omdat het gesteente dan niet langer graniet genoemd mag worden. Het onderscheid van gesteenten wordt bepaald door het sortiment mineralen en hun percentages.

Kwarts vormt in graniet meestal kleurloze of glazig grijze, grijsblauwe, vaak gebarsten korrels of aggregaten. Ze liggen ongeordend tussen de overige mineralen. De glazige kleur beïnvloedt in veel gevallen daardoor de kleur van het gesteente niet wezenlijk. Kwarts breekt onregelmatig of schelpvormig, waarbij de breukvlakken een typische vetglans vertonen. Kwarts is ook hard, het laat zich met een stalen mes niet bekrassen. Verder is het ongevoelig voor chemische verwering. Dit laatste is duidelijk aan de naar buiten stekende kwartsaggregaten in sterk verweerde zwerfstenen te zien.

Behalve kleurloze en grijze kwarts komen onder zwerfstenen ook tal van granieten voor met rookkleurige of bijna zwarte kwarts, zoals in sommige rapakivi-granieten. Zonder loep is het vaak moeilijk om donker rookkleurige kwarts van zwarte biotiet te onderscheiden.

 

Rode Växiö-graniet met blauwe kwarts - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.)

Växiö-graniet is een verzamelnaam voor een groot aantal graniet-typen in de provincie Smaland in Zuid-Zweden. Växiö-graniet bezit vaak blauwgrijze tot hemelblauwe kwarts.

 

 

Pyterliet (porfierische rapakivi-graniet) met grijze kwarts - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.)

Vänge-graniet met gele kwarts - Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.)

Uthammer-graniet met witte kwarts - Zwerfsteen van Damsdorf (Dld.)

 

 

Kökar rapakivi-graniet met zwarte kwarts - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Biotiet-graniet met rode kwarts - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

 

 

Bijzonder is dat onder Zweedse en Finse granieten talrijke typen voorkomen met blauwe of blauwgrijze kwarts. Vooral Smaland- en Uppland-granieten en sommige rapakivi’s staan erom bekend. Waarom granieten met blauwe kwarts relatief veel in Scandinavië voorkomen en niet of veel minder in de rest van Europa, is niet bekend.

 

Blauwkwarts eersteling in biotiet-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Kinda-graniet met blauwgrijze kwarts - Zwerfsteen van Hubertsberg, Oostzee (Dld.)

 

Blauw gezoneerde kwartseersteling in rapakivi-graniet - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Veldspaat

Veldspaat is het hoofdbestanddeel in graniet. In granietzwerfstenen komen we meestal twee veldspaatsoorten tegen: kaliveldspaat en plagioklaas. Op het verse breukvlak zijn de spiegelende vlakjes van beide veldspaten goed te herkennen, vooral als de steen in de hand bewogen wordt. Veldspaten zijn langer dan breed. Dit valt vooral aan de tabletvormige eerstelingen goed te zien. Afhankelijk van de hoek waaronder veldspaatkristallen in het gesteente zijn aangesneden, wisselt ook de vorm. Dikwijls vormen veldspaten onregelmatig begrensde aggregaten in gesteente, met name in (graniet)porfieren.

 

Porfierische biotiet-graniet - Zwerfsteen van Eeserveen (Dr.)

De tabletvormige eersteling-kristallen van kaliveldspaat vormen veelal Karlsbader tweelingen. Zie hieronder. De evenwijdige rangschikking duidt op stroming van het magma waarin de veldspaatkristallen dreven.

 

 

Porfierische Kökarrapakivi-graniet - Zwerfsteen van Klazienaveen (Dr.)

Beide veldspaatsoorten, kaliveldspaat en plagioklaas zijn in deze zwerfsteen moeiteloos van elkaar te onderscheiden. De eerstelingen van plagioklaas zijn door omzetting groenachtig door fijnverdeelde epidoot. Kwarts vormt rondachtige blawgrijs gezoneerde eerstelingen.

Porfierische Kökarrapakivi-graniet - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

In rapakivi-graniet is de plagioklaas vaak donkerder gekleurd dan kaliveldspaat. Vaak is de plagioklaas rood, violetrood of bruinrood. De kaliveldspaten zijn deels met kleine roodbruine plagioklaaskristallen 'verontreinigd'. 

 

Kaliveldspaat

Kaliveldspaat kan verschillende kleuren bezitten. Behalve wit worden de andere kleuren  veroorzaakt door sporen metaaloxiden en kleine insluitsels in de kristallen. Fijn verdeelde hoornblende veroorzaakt een groenachtige kleur. Epidoot doet hetzelfde in omgezette plagioklaas. De oranje, roze tot rode kleur van kaliveldspaat is te danken aan ijzeroxide (hematiet), waarvan zeer kleine hoeveelheden in het kristalrooster zijn ingebouwd. Het kleurend vermogen van hematiet is bijzonder groot. Kaliveldspaat met 0,7 – 1% hematiet is dieprood. Bij een gehalte van 0,3-0,4% hematiet is graniet lichter rood of meer roze. Het zijn vooral de kleurverschillen en hun nuances, die, samen met de verschillende korrelgroottes van de mineralen, de enorme verscheidenheid aan granieten veroorzaken.

 

Kaliveldspaat uit een zwerfsteenpegmatiet - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.) 

De fijne adertekening is perthiet. 

Kaliveldspaat uit een zwerfsteenpegmatiet - Zwerfsteen van Groningen

De rode kleur komt door hematiet (ijzeroxide)

 

 

Kaliveldspaat in Pegmatiet - Zwerfsteen van Haren (Gr.)

Kaliveldspaat bezit vaak een stoeptrede-achtig breukvlak.

Karlsbader tweeling van kaliveldspaat - Zwerfsteen van Groningen

Tabletvormige eersteling-kristallen van kaliveldspaat vormen vaak tweelingen. Twee afzonderlijke kristallen zijn om en om met elkaar vergroeid. Op het breukvlak spiegelt telkens een helft. Draai de steen om en de andere helft spiegelt. 

 

 

Kaliveldspaat met perthiet - Zwerfsteen van Groningen

Perthiet is een vergroeiing van kaliveldspaat en fijne albietlamellen. De structuur is ontstaan door ontmenging van de veldspaat, toen het al gekristalliseerd was. Veldspaten vormen mengkristallen die alleen onder bepaalde omstandigheden gemengd blijven. De ontmenging vindt plaats in vaste toestand.

Kristallen van kaliveldspaat uit een zwerfsteen van Kristalzuilen-syenietporfier - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Kristalzuilen-syenietporfier is een zeldzaam zwerfsteentype afkomstig uit de Zuidzweedse provincie Smaland. De eersteling-kristallen in deze porfier zijn slecht gebonden door de omgevende matrix. Op doorslag puilen de eerstelingen vaak naar buiten. In sommige gevallen kunnen de kristallen losgepeuterd worden.

 

 

De moeilijkheid bij de herkenning van veldspaten is, dat op het breukvlak een min of meer tweedimensionaal beeld te zien is, een vlakke doorsnede eigenlijk door het gesteente. Kristallen in graniet liggen zonder enige ordening naast elkaar. Met elkaar vormen ze een mozaïekstructuur. In deze massa kristallen ligt elk veldspaatkristal met zijn lengte-as in een andere richting. Dat veroorzaakt de verschillende doorsneden en dus de vele vormen van veldspaat.

Aan de verweerde buitenzijde van zwerfstenen is van een levendige spiegeling van veldspaten meestal geen sprake. Daar moeten we het hebben van de kleurverschillen tussen beide veldspaatsoorten. Op één van de foto's hieronder zijn beide veldspaatsoorten met pijlen aangegeven.

 

Siljan-graniet - Zwerfsteen van Lieveren (Dr.)

Dit graniettype is een gidsgesteente, afkomstig uit de provincie Dalarna in Midden-Zweden. Het gesteente komt in een aantal typen voor in de omgeving van het Siljanmeer.  In de provincie Smaland in Zuid-Zweden komen vrijwel identieke graniettypen voor. Het ziet er naar uit dat de meeste gedetermineerde Siljan-granieten in werkelijkheid Smaland-granieten zijn. Ook de afgebeelde 'Siljan-graniet'op de foto.

 

Siljan-graniet - Zwerfsteen van Lieveren (Dr.)

Met pijlen zijn de verschillende minerale bestanddelen aangegeven. Het kleurverschil tussen rode kaliveldspaat en geelwitte en olijfgroene plagioklaas is groot. 

Plagioklaas

Plagioklaas is de andere veldspaatsoort. Meestal is het mineraal in een geringer percentage aanwezig dan kaliveldspaat. Karakteristiek aan plagioklaas is dat het wit verweert. Vooral aan de buitenzijde van zwerfstenen valt dit op. Hoewel plagioklaas in onverweerde toestand kleurloos is, is het in zwerfstenen door veroudering en omzetting vaak troebel wit, grijsgroen, grijs-blauw of vuilgroen. In sommige granieten, waaronder sommige rapakivi-granieten, is plagioklaas door aanwezigheid van hematiet rood of violetrood. Ook rode plagioklaas verweert wit.

 

Aland-rapakivi - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

De witte ringen om de rondachtige kaliveldspaten (ovoïden) zijn van plagioklaas. Dit veldspaatmineraal verweert chemisch vrij makkelijk en kleurt daarbij wit, ongeacht de uitgangskleur.

Plagioklaas, witverweerd in granietporfierische rapakivi - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Het plagioklaaskristal bevat talrijke kleine insluitsels van donkere mineralen (biotiet en hoornblende). Het kristal toont een gezoneerdheid, deels veroorzaakt door zeer kleine zwarte insluitseltjes. Deze zijn in een eerder stadium van de groei van het plagioklaaskristal op het oppervlak  van het kristal gegroeid. Bij de verdere groei van het eerstelingkristal werden deze ingesloten.

 

 

Garberg-graniet met witverwerende plagioklaaskristallen - Zwerfsteen van Peest (Dr.)

De plagioklaas in deze rapakivi-graniet vormt zowel vrije zelfstandige kristallen als dunne mantels om de kaliveldspaat. 

Norrland-graniet (Edefors-type) - Zwerfsteen van Valthe (Dr.)

Plagioklaas in Norrlandgranieten is heel vaak groenachtig als gevolg van omzetting. Bij de omzetting wordt epidoot gevormd. Dit mineraal kleurt groen. 

 

 

Detail van de Norrland-graniet hiernaast

Naast troebel witte plagioklaaskristallen zijn talrijke pistachegroene, omgezette plagioklazen aanwezig. De groene kleur is niet gelijkelijk verdeeld.

Porfierische Kökar rapakivi-graniet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Vooral in rapakivi-granieten uit de Kökar-archipel is de plagioklaas vaak rood, scharlaken rood, bruinrood of violetrood. 

Detailopname van de rapakivi-graniet hiernaast

Op de foto zijn een drietal eerstelingen zichtbaar. Linksboven een rondachtige blauwgrijze eersteling van kwarts. Daaronder een idiomorf, rechthoekig kristal van plagioklaas. Rechts is een ovoïde van lichtkleurige kaliveldspaat zichtbaar met een relatief dikke rand van bruinrode plagioklaas.

 

Rapakivi-graniet van Kökar - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Verspreid in het gesteente komen grote roodachtige kristallen voor van plagioklaas. In de matrix er omheen zijn verspreid talrijke kleine rode plagioklazen aanwezig.

Een zeker herkenningspunt van plagioklaas is dat op spiegelende splijtvlakken een haardunne, parallelle streping te zien is. De fijne streping is het gevolg van een bepaalde vergroeiing van plagioklaaskristallen. Deze vormen tweelingen die zich steeds herhalen. Men noemt dit wel polysynthetische tweelingvorming. In zwerfstenen is de typische streping van plagioklaas met een loep wel te ontdekken. Plagioklaas is van beide veldspaatsoorten vrijwel altijd het lichtst van kleur, zowel aan de buitenzijde van de stenen als op het breukvlak.

 

Plagioklaas met tweelingstreping - Rogaland, Noorwegen

Tweelingstreping van plagioklaas in gabbro - Tensfeld (Dld.)

Plagioklaas met tweelingstreping - Evje, Zuid-Noorwegen

 

 

Hoewel graniet in de meeste gevallen twee veldspaatsoorten bevat, wisselen de percentages. Onder zwerfstenen komen uitgesproken plagioklaasarme granieten en zelfs plagioklaasvrije granieten voor. Granieten zonder kaliveldspaat zijn ook bekend. Graniet zonder plagioklaas noemt men alkaliveldspaat-graniet. We komen alkaliveldspaat-graniet tegen onder zwerfstenen van Smaland-graniet. Ook onder Finse Haga-graniet en Pyterliet komen typen voor die alkaliveldspaat-granieten genoemd mogen worden. Omgekeerd zijn plagioklaasrijke granieten onder zwerfstenen ook niet zeldzaam. Dergelijke granieten noemt men granodioriet. Mondiaal gezien is granodioriet zelfs het meest voorkomende graniet-type. Granodioriet is doorgaans minder kleurrijk dan ‘gewone’ graniet. Ook bevat het vaak een hoger percentage donkere mineralen. Granodiorieten zijn somber ogende granieten. Zweedse Uppsala-graniet is hiervan een goed voorbeeld. Van het Deense Oostzee-eiland Bornholm kennen we Rönne-graniet als een typische grijs-zwarte granodioriet.

Is tenslotte vrijwel uitsluitend plagioklaas aanwezig en bevat het gesteente minstens 20% kwarts, dan heet dit gesteente tonaliet. De naam 'plagio-graniet' wordt vrijwel niet gebruikt. Zwerfstenen van tonaliet komen weliswaar regelmatig voor, maar worden door hun onbekendheid door de meesten niet herkend. Het onaantrekkelijke uiterlijk en sterke verwering speelt hierbij zeker een rol.

 

Fotogalerei van granietische gesteenten

Alkaliveldspaat-graniet, graniet, granodioriet en tonaliet zijn zogenoemde granitoïden ofwel granietische gesteenten. Alle bezitten minstens 20% kwarts. De overige minerale bestanddelen varieren, zowel in sortiment als in percentages.

Normale graniet wordt vaak als biotiet-graniet aangeduid. Het is het meest voorkomende type onder graniet-zwerfstenen. Biotiet-graniet kan onderverdeeld worden in syeno-graniet en monzo-graniet. In beide gesteentesoorten verschillen de percentages kaliveldspaat en plagioklaas. In syeno-graniet overheerst kaliveldspaat, in monzo-graniet zijn beide veldspaatsoorten min of meer in gelijke hoeveelheden aanwezig. 

 

Alkaliveldspaat-graniet - Haren (Gr.)

Dit type graniet bevat vrijwel uitsluitend kaliveldspaat, naast kwarts en biotiet.

Alkaliveldspaat-graniet - Ellertshaar (Dr.)

Pyterliet is een rapakivi-graniet. Sommige typen bevatten vrijwel geen plagioklaas.

 

 

Biotiet-graniet (Syeno-graniet) - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Uitdrukkingen als syeno- en monzo-graniet worden niet veel gebruikt. De namen hebben betrekking op graniet-typen met een verschillend percentage plagioklaas.

Smaland-graniet (Syeno-graniet) - Hubertsberg (Dld.)

Een fraaie graniet met veel blauwe kwarts. Kaliveldspaat is bruinviolet. De grotere veldspaten zijn soms gezoneerd. Syeno-graniet bevat minstens 65% kaliveldspaat.

 

 

Bohuslan-graniet (Syeno-graniet)- Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

De meeste zwerfstenen van graniet zijn syeno-granieten. Deze bevatten altijd meer kaliveldspaat dan plagioklaas. 

Biotiet-graniet (Monzo-graniet) - Zwerfsteen van Walchum (Dld.)

Monzo-graniet bevat altijd meer plagioklaas dan kaliveldspaat. Voor het overige zijn het normale lichtkleurige biotiet-granieten.

 

Biotiet-graniet (Monzo-graniet) - Zwerfsteen van Walchum (Dld.)

Bij deze zwerfsteen is duidelijk dat het gehalte aan witte plagioklaas duidelijk groter is dan rode kaliveldspaat.

Biotiet-graniet (Monzo-graniet) - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Bij witte graniet-zwerfstenen zijn beide veldspaatsoorten alleen van dichtbij van elkaar te onderscheiden.

Granodioriet - Zwerfsteen van Wippingen (Dld.)

Het 'wit' is voornamelijk sterk verweerde, poederig afgevende plagioklaas. Het geelbruine mineraal is kwarts. Biotiet vormt samen met hoornblende donkere aggregaten. 

 

 

Granodioriet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Granodioriet vormt de overgang van graniet naar dioriet. Het gesteente bevat dikwijls donkere, hoornblenderijke insluitsels (xenolieten).

Granodioriet (Rönne-graniet) - Zwerfsteen van Amerika, Norg (Dr.)

Rönne-graniet komt voor in het westen van het Deense eiland Bornholm, in de Oostzee. 

Granodioriet (Uppsala-graniet) - Zwerfsteen van Zeyen (Dr.)

Uppsala-graniet is een gidsgesteente uit Uppland, noordwestelijk van de Zweedse stad Stockholm. Karakteristiek voor deze graniet is blauwgrijze kwarts. Ook bevat het gesteente vrij veel zwarte hoornblende.

 

Granodioriet, breukvlak - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Granodioriet is op het breukvlak vaak ietwat roodachtig. De rode kleur komt in dit geval voor rekening van plagioklaas. Kaliveldspaat is weinig aanwezig. Het zwarte mineraal is voornamelijk hoornblende.

Tonaliet - Zwerfsteen van Weissenhaus, Oostzee (Dld).

In dit gesteente bestaat de veldspaat vrijwel uitsluitend uit plagioklaas. Daarnaast is veel kwarts aanwezig. Het type op de foto is een grofkorrelig, porfierisch type. Het donkere mineraal bestaat voornamelijk uit biotiet. Hoornblende is weinig aanwezig.

 

 

Tonaliet - Zwerfsteen van Weissenhaus, Oostzee (Dld.)

Tonaliet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

 


Terzijde
In publicaties over zwerfstenen waar veldspaat ter sprake komt, wordt vaak gesproken van orthoklaas, microklien, andesien, oligoklaas enz. Allemaal namen voor verschillende veldspaten. Deze namen zijn voor de meeste zwerfsteenverzamelaars echter van academische waarde. Veldspaten hebben geen vaste samenstelling, ze vormen mengreeksen en overgangen. Zonder specifieke optische hulpmiddelen is het niet mogelijk om de afzonderlijke veldspaatsoorten van elkaar te onderscheiden. Bij zwerfstenen is het daarom juister en ook beter om het bij kaliveldspaat en plagioklaas te houden.

Glimmer en hoornblende

Graniet bevat ook donkere mineralen. In de meeste gevallen is dit biotiet. Het mineraal vormt zwarte spikkeltjes of onregelmatige donkere aggregaten in het gesteente. Biotiet is glimmer, dat makkelijk in schubjes splijt. Minder vaak komt hoornblende voor. Vaak vormt dit zwarte mineraal samen met biotiet korrelige aggregaten. Een combinatie van biotiet en hoornblende komt vaak voor in granodioriet.

Sommige granieten vallen op doordat ze naast zwarte biotiet ook zilverwitte muscoviet (mica) bevatten. In die gevallen hebben we met tweeglimmer-graniet te maken. Zwerfsteensoorten als Hernö-graniet en Tweeglimmer-graniet van Angermanland zijn goede voorbeelden.

 

Tweeglimmer-graniet van Angermanland - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

 

 

Tweeglimmer-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

Hernö tweeglimmer-graniet - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Hernö tweeglimmer-graniet - Zwerfsteen van Groningen

 

Een enkele maal bevat graniet accessorische mineralen als granaat, cordiriet, epidoot, toermalijn, hematiet, magnetiet, fluoriet en zelfs augiet. De aanwezigheid hiervan zien we terug in de naamgeving. Zo is er toermalijn-graniet, epidoot-graniet, hematiethoudende graniet, etc. Het verschil tussen ‘toermalijn-graniet’ en ‘toermalijnhoudende graniet’ ligt aan het percentage toermalijn. Is het minder dan 5%, dan is het toermalijnhoudende graniet, is het meer dan noemen we het gesteente toermalijn-graniet. Hetzelfde geldt voor de andere mineralen.

Korreling en structuur van graniet
Graniet is een korrelig kristallijn gesteente. De naam duidt hier ook op, hoewel van korrels geen sprake is. ‘Korrels’ in graniet zijn immers kristallen. Een ordening is afwezig, de kristallen liggen chaotisch door elkaar. Hoewel gelaagdheid ontbreekt, is in sommige granieten van enige gerichtheid sprake door de parallelle rangschikking van grote, rechthoekige eerstelingen van kaliveldspaat. De evenwijdige rangschikking van de  veldspaat-eerstelingen is veroorzaakt door stroming van het magma, toen deze nog een gloeiend hete kristalbrij vormde.

 

Biotiet-graniet - Zwerfsteen van Groningen

De minerale bestanddelen in deze graniet liggen ongeordend als in een mozaïek naast elkaar. Hoe de steen ook gedraaid wordt, het beeld blijft hetzelfde.

 

Biotiet-graniet, detail van de foto hiernaast

De afzonderlijke mineralen zijn goed van elkaar te onderscheiden. Oranje is kaliveldspaat, geelwit is plagioklaas, zwart is biotiet en geelbruin is kwarts.

Porfierische biotiet-graniet - Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg (Dr.)

In deze Zuidwest-Finse graniet liggen de idiomorfe kaliveldspaatkristallen meer of minder evenwijdig aan elkaar. Dit is het gevolg van magmatische stroming. Ze liggen ingebed in een kristallijne massa van veldspaat, kwarts en biotiet. 

Porfierische biotiet-graniet, breukvlak van de steen hiernaast

Zuidwest-Finse biotiet-granieten zijn meestal scherp-kristallijn. De afzonderlijke mineralen zijn goed van elkaar te onderscheiden. Ook op het breukvlak is te zien dat de eersteling-kristallen van kaliveldspaat parallel gerangschikt zijn.

 

In zwerfstenen van graniet is makkelijk te zien dat mineralen ongericht in het gesteente liggen en geen strepen, banden of vlekken vormen. Is dit wel het geval, dan hebben we met een metamorf gesteente (gneis en/of migmatiet) te maken. Alleen op geologische schaal, zoals in rotswanden en in steengroeves is soms iets te zien van vaag begrensde strepen, banden en vlekken. Kortom, bekijken we een zwerfsteengraniet vanuit verschillende richtingen, dan blijft het totaalbeeld nagenoeg ongewijzigd.

De kristalgrootte in graniet varieert sterk. Bij sommige zwerfsteengranieten is sprake van gelijkkorreligheid. De kristallen in het gesteente zijn in dit geval min of meer even groot, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die van veldspaat vrijwel altijd iets groter zijn. Bekijken we graniet van dichtbij, dan zien we dat veldspaat en kwarts geen eigen kristalvorm bezitten. De kristallen hinderden elkaar bij de groei. Het ontbreken van eigen kristalvorm noemt men ‘xenomorf’.

Veldspaatkristallen kunnen in graniet relatief grote afmetingen bereiken. Hoe langer kristallen de tijd kregen om in het magma te groeien, des te groter ze zijn. We hebben het dan over eerstelingen of eersteling-kristallen, in de geologie fenokristen genoemd. Eerstelingen liggen verspreid in een matrix van kleinere kristallen. Graniet met deze structuur noemt men porfierisch.

 

Biotiet-gneis - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

In tegenstelling tot graniet zijn de minerale bestanddelen in gneis als gevolg van gerichte druk evenwijdig gerangschikt. Zo ontstaat een gelaagde indruk. 

Gelijkkorrelige rapakivi-graniet van Kökar - Zwerfsteen van Emmerschans (Dld.)

De minerale bestanddelen in deze graniet zijn uitermate gelijkmatig verdeeld. Ook tonen ze op een paar kaliveldspaatkristallen na geen eigen vorm. Dit noemt men xenomorf.

Porfierische rapakivi-graniet van Kökar - Zwerfsteen van Groningen

Het grote kaliveldspaatkristal was oorspronkelijk een eivormige ovoïde met talrijke kleine zwarte insluitsels van biotiet en hoornblende. De eivorm was het gevolg van resorptie/oplossing. Vervolgens heeft in het magma hergroei plaatsgevonden, waarbij het veldspaatkristal kristallografische begrenzingen kreeg. 

 

 

Grijze Revsund-graniet - Zwerfsteen van Heiligenhafen, Oostzee (Dld.)

In Revsund-graniet kunnen de grijswitte kaliveldspaten afmetingen tot 8 cm. bereiken. Men spreekt dan van megakristen.

Pyterlietische rapakivi-graniet van Laitila - Zwerfsteen van Haddorf (Dld.)

In deze graniet zijn de grote tabletvormige kaliveldspaten idiomorf, d.w.z. ze tonen hun eigen vorm. De veldspaten vormen vanwege hun grootte megakristen.

 

Soms bereiken eersteling-kristallen een grootte van meer dan 5cm. In die gevallen spreken we van megakristen. In grijze Revsund-graniet en in sommige rapakivi-granieten bereiken kaliveldspaten afmetingen tot 8cm! Porfierische granieten zijn onder zwerfstenen niet zeldzaam. Verspreid komen deze gesteenten overal in Zweden en Finland voor. Verder is er ook nog sprake van ongelijkkorrelige granieten, als de kristallen verschillend van grootte zijn.

 

Verdieping
Vooral grootkorrelige rapakivi’s staan er om bekend, dat sommige kaliveldspaten een gezoneerde bouw bezitten. Het is alsof de kristallen uit een aantal opeenvolgende ringen/zones bestaan, die evenwijdig aan de buitenomtrek verlopen. Ook in andere zwerfsteengranieten komen we dit verschijnsel tegen. In rapakivigraniet, met name in Viborgiet, bevatten grote, ronde veldspaateerstelingen talloze kleine donkere insluitsels. Ze zijn in concentrische banen gerangschikt. De ingesloten mineraaltjes versterken het beeld van zonaire bouw. Het verschijnsel is ontstaan door tijdelijke onderbrekingen in de groei van het kristal gevolgd door resorptie als gevolg van samenstellingsverschillen van het magma. Zonaire veldspaten komen voor in Smalandporfieren en dito granieten. Het mooist is de zonair geringde structuur te zien in Viborgiet, een grootkorrelige rapakivi-graniet.

 

 

Viborgiet 'Baltic Brown' met gezoneerde kaliveldspaat-ovoïden

Kaliveldspaat-ovoïde met talrijke insluitselringen in Viborgiet 'Baltic Brown'

Gezoneerde kaliveldspaat-ovoïde in Pyterliet - Zwerfsteen van Groningen

 

 

Gezoneerde kaliveldspaat eersteling in Smaland-graniet - Borger (Dr.)

Gezoneerde kaliveldspaat-eersteling in Paskallavikporfier - Zwerfsteen van Een-west, Norg (Dr.)

 

Naast bovenstaande begrippen onderscheidt men in graniet op basis van de gemiddelde grootte van de minerale bestanddelen fijnkorrelige, kleinkorrelige, middelkorrelige, grof- en grootkorrelige typen. Onder zwerfstenen zijn hiervan makkelijk voorbeelden te vinden.

Granieten vormen een uiterst boeiende groep zwerfstenen die door hun talrijkheid en gevarieerdheid vaak het startpunt zijn op weg naar herkenning van andere zwerfsteensoorten.

 

Gebruik van graniet

Graniet is een decoratief gesteente, vooral als het geslepen en gepolijst is. Het gesteente bezit een levendige structuur en is over het algemeen fraai van kleur. Graniet kan met diamantzagen, slijp- en polijstmachines in vrijwel ieder gewenst formaat en vorm bewerkt worden. We komen het gesteente veel tegen als puibekleding van gebouwen, als aanrechtbladen en in grafwerken. Graniet wordt wereldwijd in duizenden steengroeven geëxploiteerd. Alleen al in Duitsland bestaan zo’n 28 steengroeves waarin graniet gewonnen wordt. In iedere groeve is de kleur, korreling en structuur weer anders. De variatie is enorm. Graniet wordt samen met een zeer groot aantal andere gesteenten gewonnen en over de hele wereld verscheept. Vooral China is de laatste jaren een belangrijke leverancier geworden, zelfs van Finse en Zweedse granieten.

Het klinkt misschien vreemd, maar ook natuursteen is aan mode onderhevig. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd in ons land veel graniet van het type ‘Baltic brown’ toegepast. Dit is een ietwat ingetogen gekleurd gesteente met een opvallende structuur met ronde veldspaatballen. ‘Baltic brown’ is één van de vele typen viborgiet en is afkomstig uit Zuid-Finland. Tegenwoordig zie je het gesteente nauwelijks nog in de natuursteenhandel.

 

Steengroeve in 'Baltic Brown' bij Ylämaa in Zuid-Finland

'Baltic Brown' is de handelsnaam voor één van de vele variëteiten van Viborgiet in Zuid-Finland. Rond de Russische stad Viborg, op de grens met Finland, bevindt zich een zeer uitgestrekt rapakivivoorkomen, waarin Viborgiet het voornaamste type rapakivi-graniet is. 

 

Gepolijste steenplaten van Viborgiet "Baltic Brown'. De laatste jaren gebeurt het steeds meer dat grote steenblokken in de groeve zelf in platen worden gezaagd en gepolijst.

Viborgiet 'Baltic Brown'. Dit ietwat bleek grijsrode gesteente werd tot voor een paar jaar in enorme hoeveelheden gewonnen en over de hele wereld geëxporteerd. Inmiddels is het gesteente uit de mode geraakt. 

Karakteristiek voor Viborgiet zijn de vele grote en kleinere ronde tot eivormige eersteling-kristallen van kaliveldspaat (ovoïden). Veel ovoïden zijn omgeven door een smalle grijsblauwe mantel van plagioklaas. 

 

Vandaag de dag is vooral migmatiet in de mode, vanwege de prachtige, levendige structuur en de kleurwisselingen. Hier komt nog bij dat migmatiet in vrijwel iedere maat en in onbeperkte hoeveelheden kan worden geleverd. In kwaliteit doet het niet onder voor graniet. Het is net zo hard en duurzaam.

 

Migmatiet is een ultra-metamorf gesteente dat op zeer veel plaatsen op aarde voorkomt. Dit type is afkomstig uit Zuidwest-Zweden. Migmatieten gaan bij voortgaande metamorfose geleidelijk over in graniet.

De grillige, levendige tekening van migmatiet maakt dat deze gesteenten momenteel op grote schaal voor allerlei doeleinden worden gebruikt. Het gesteente is net zo hard en duurzaam als graniet.

 

Ook als plaveisel is graniet al tientallen jaren een veelgebruikt materiaal. Sinds het begin van de negentiende eeuw vervingen vierkant bekapte granietkeien op grote schaal bestratingen die uit zwerfstenen bestonden. In Noord-Nederland noemde men deze keien ‘kinderkopjes’. Graniet werd en wordt nog steeds handmatig bekapt tot gekantrechte keien en om er straatbanden van te maken. In het noorden van ons land zijn nog steeds vele duizenden vierkante meters kade, straat en plein ermee geplaveid. Veel van deze straatkeien komen uit granietgroeven langs de kust in de provincie Bohuslan in Zuidwest-Zweden. Ook van het eiland Bornholm in de Oostzee zijn vergelijkbare straatkeien (Rönne-graniet) afkomstig. In tuincentra en bij bestratingsbedrijven worden bekapte straat- en muurkeien van graniet verhandeld die vooral afkomstig zijn uit Portugal.

 

De Vismarkt in Groningen is geplaveid met granieten keien. De stenen zijn afkomstig uit Scandinavië. Ze werden door steenbewerkers met hamer en beitel op formaat gekapt. 

De meerderheid van de granieten keien in het plaveisel bestaat uit Bohuslan-graniet, afkomstig uit het kustgebied in Zuidwest-Zweden. In het plaveisel komen verder donkere keien van gneis voor, naast die van Rönne-graniet. Deze laatste komen van het Deense Oostzee-eiland Bornholm.