Keien in de Keientuin van Borger

Hieronder vindt U informatie, bijzonderheden over en nieuwe vondstmeldingen uit de Keientuin bij het Hunebedcentrum te Borger. 

 

In de keientuin liggen, groot en klein naast elkaar, vele duizenden Drentse zwerfkeien, die tijdens de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, door gletsjerijs naar Drenthe zijn vervoerd. U treft er een bijzonder grote variatie aan van verschillende gesteentetypen. Een aantal daarvan kunt U op deze site bekijken.

 

Keientuin van het Hunebedcentrum in Borger

Sinds een paar jaar is bij het Hunebedcentrum in Borger een enorme stenentuin ingericht met vele tienduizenden grote en kleine zwerfkeien. Het illustreert de enorme rijkdom aan Scandinavische keien die in de voorlaatste ijstijd met het gletsjerijs naar Drenthe zijn vervoerd.

De meeste zwerfkeien in de keientuin in Borger komen uit het Hondsruggebied in Oost-Drenthe. Roodachtige rapakivigranieten uit Zuidwest-Finland zijn het talrijkst.

 

De stenen in de keientuin liggen zonder enige regelmaat door elkaar. Dat is met opzet gedaan om de overweldigende indruk die de duizenden stenen maken, te benadrukken. Immers, toen het enorme pakket landijs in de voorlaatste ijstijd weg smolt, bleef een chaotische massa leem, zand en stenen achter. Geeft de Keientuin daarmee een getrouw beeld van de toestand toen? Nee, en misschien toch ook wel.

 

 

Het opvallendst in de keientuin is de enorme zwerfkei van Filipstadgraniet uit Midden-Zweden. Het is een gletsjerbodemsteen met een opvallend gladde vlakke bovenzijde. Kinderen spelen er graag op.

Rechts van het toegangspad naar het Hunebedcentrum liggen ook enorme zwerfstenen. Dit zijn 'exoten'. Deze stenen zijn een aantal jaren geleden ten behoeve van een culturele manifestatie uit Mecklenburg in het oosten van Duitsland aangevoerd.

 

In de loop van tientallen eeuwen hebben mensen in Drenthe op allerlei manieren en voor verschillende doeleinden keien gezocht en van hun ligplaats weggevoerd. We hoeven maar te denken aan de grote keien in de hunebedden. Miljoenen keien zijn in de 19e en vroeg 20e eeuw tot Macadam-gruis geklopt om daarmee wegen te verharden. Zo is bekend dat de dertig kilometer lange weg van Groningen naar Stadskanaal in de 19e eeuw verhard werd zwerfsteengruis.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog zijn door toenemende welvaart en de daarmee gepaard gaande intensivering van de landbouw zwerfstenen in snel tempo uit het landschap verdwenen. Na drie jaar oogsten zijn uit een nieuwe akker vrijwel alle stenen verdwenen. Hoewel ze niet echt verdwijnen, raken ze wel volkomen uit het zicht.

 

In de 19e eeuw zijn op de Oostelijke Hondrug bij Gasselte, Borger, Buinen, Exloo en Valthe vele duizenden veldkeien tot gruis geklopt. Het steenslag werd gebruikt voor de aanleg van macadamwegen en erfverharding. 

Zwerfkeien vormden in onze contreien het enige harde steenmateriaal dat voorhanden was. De rijkdom aan zwerfkeien was en is op de oostelijke Hondsrug enorm.

In Drenthe heeft men in de 19e en 20e eeuw vele tientallen kilometers zandweg verhard met 'flinten'.

 

Het valt het op hoe 'schoon' het landschap momenteel is. Nergens zie je nog akkers die vol liggen met grote en kleinere stenen. Drenthe was ooit de provincie met de meeste zwerfkeien. Om dat beeld levend te houden is de keientuin bij het Hunebedcentrum opgezet.

Lag het Drentse landschap er ooit zo bij als nu in de Keientuin gedemonstreerd wordt? Nee, op de meeste plaatsen waren de keien beslist minder talrijk. Alleen op de Hondsrug kwamen ze bijzonder veel voor. Toch is het beeld van de keientuin ook voor dit gebied wat veel van het goede, met één uitzondering: de noordelijke Hondsrug.

 

Al zo'n 5000 jaar geleden gebruikten hunebedbouwers grote en kleine zwerfstenen om hunebedden te bouwen.

Het middeleeuwse koor van de Margarethakerk in Odoorn is voor een belangrijk deel opgetrokken uit gekantrechte zwerfsteenblokken. De verschillend gekleurde stenen geven de muren een bijzonder uiterlijk. Zeker is dat een deel van de bouwblokken uit hunebedkeien zijn gemaakt. 

Vanaf 1731, toen de houten palendijken rond de voormalige Zuiderzee door paalworm werden aangetast, heeft men met grote inspanning en kosten de dijkglooiingen bekleed met veelal Drentse zwerfkeien.

 

In de bodem van de stad Groningen komen op veel plaatsen duizenden en nog eens duizenden zwerfstenen voor. Soms vormen ze metersdikke keienpakkingen, van grote en kleine stenen, die mannetje aan mannetje liggen. Zou men boven de keienpakkingen al het bedekkende zand weg halen, dan zou een beeld te zien zijn vergelijkbaar met dat in de Keientuin. De Martinitoren in de stad Groningen staat op zo'n laag keien. Weet U meteen waarom deze zware toren niet in de leemlaag wegzakt.