Zwerfstenen uit het zuiden.  Grind van Maas en Rijn.

Zwerfstenen van zuidelijke origine vind je in Midden- en Zuid-Nederland. Op de zandpaden op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug liggen ze plaatselijk voor het oprapen. Ook in Brabant en Limburg liggen op veel plaatsen zuidelijke grindstenen aan het oppervlak. Het meest in het oog springen witte kwartsen en kwartsieten, maar het sortiment steensoorten in zuidelijk grind is veel groter.

 

Op de Veluwe kom je op zandverstuivingen en op  zandpaden zuidelijke grindstenen tegen.

Het stuwwallenlandschap op de zuidelijke Veluwe is rijk aan zuidelijke grindstenen. De grindstenen zijn samen met het zand in de Saale-ijstijd door stuwing van gletsjerijs uit de ondergrond omhooggedrukt.

Op sommige plaatsen liggen de stenen voor het oprapen: witte kwarts, kwartsiet, radiolariet, zandsteen en nog veel meer.

Hoe komen die grindstenen hier en waar komen ze vandaan?

In het Pleistoceen (IJstijdvak) vervoerden Rijn en Maas vooral in koudeperioden bijzonder veel zand en grind naar ons land. Door het koude klimaat was er niet veel begroeiing. Strenge vorst en dooi maakten dat de verwering van gesteenten erg groot was. In Duitsland, Belgische Ardennen en Noord-Frankrijk, het stroomgebied van beide rivieren, zijn overal harde rotsgesteenten aanwezig. Veel van het verweerde gesteente kwam in rivieren terecht, waar het door onderlinge botsingen door het sneltromende water snel afsleet tot afgeronde grindstenen.

 

De bedding van rivieren als Rijn en Maas, maar ook van Elbe en Wezer zagen er in de ijstijd volstrekt anders uit. Het rivierwater stroomde sneller omdat de zeespiegel ruim 120 meter lager stond dan tegenwoordig. De wisselende waterafvoer en het aanbod aan veel verweringsmateriaal had tot gevolg dat deze rivieren een verwilderd patroon lieten zien van talrijke ondiepe stromen die van elkaar gescheiden waren door zand- en grindbanken. 

 

Maas en Rijn hadden in de ijstijd een volstrekt ander karakter dan nu. De lagere zeespiegelstand - veel water lag in de vorm van gletsjerijs op het land vast - was oorzaak dat het rivierwater veel sneller stroomde. Hierdoor kon er veel zand en grind stroomafwaarts vervoerd worden. Ook grotere stenen gingen op transport. Deze raakten ingevroren in bodemijs. In de zomerperiode dooide dit ijs met ingevroren grind en stenen los van de bodem en dreef stroomafwaarts.

In ons land en ook in Duitsland vormden Maas en Rijn brede riviervlakten met talloze stromen waar zand en grind werden afgezet. Toen het landijs in de Saale-ijstijd, zo'n 140.000 jaar geleden zijn meest zuidelijke grens bereikt had, stuwden imposante ijstongen de ondergrond opzij en omhoog tot heuvelreeksen. De belangrijkste stuwheuvels vinden we op de Veluwe. Ook de Utrechtse heuvelrug en het Montferland zijn op deze wijze ontstaan.

 

De zuidelijk Veluwe is in de Saale-ijstijd door de werking van ijstongen aan de voorrand van het landijs intensief gestuwd

Oorspronkelijk horizontaal door rivierwater afgezette zand- en grindlagen zijn door het gletsjerijs als een tafellaken opgefrommeld.

Ook het Montferland bij Nijmegen is in Saale-ijstijd tijd door de stuwende werking van gletsjerijs opgedrukt.

 

Zo komt het dat we op de zuidelijke en noordelijke Veluwe, in het Gooi en elders in Midden-Nederland allerlei stenen kunnen oprapen die afkomstig zijn uit de Belgische en Franse Ardennen en Midden-Duitsland.

Welke steensoorten vinden we in zuidelijk grind?

Het sortiment aan steensoorten in zuidelijk grind is verrassend groot. Zo op het oog lijkt het allemaal witte kwarts en grijze zandsteen, maar bekijken we een grindhoop wat dichterbij, dan vinden we met gemak tientallen soorten gesteente, waaronder ook fossielen. Rode ijzerkiezel (jaspis), radiolariet, lydiet, knollensteen, bontzandsteen, leikwartsiet en roodgevlekte taunuskwartsiet zijn niet zeldzaam. De meeste stenen zijn van sedimentaire oorsprong. Leisteen en fylliet zijn metamorf en evenmin zeldzaam. Zij ontstonden door hoge druk uit kleiïg materiaal.

 

Jaspis of roodijzerkiezel is door de Rijn uit het Lahn-Dillegebied in Duitsland aangevoerd.

Revinienkwartsiet met zijn vierkante indrukjes van pyriet komt uit de Franse Ardennen in Noord-Frankrijk.

Rode leisteen is door de Maas uit de belgische Ardennen aangevoerd.

 

Uit de Duitse Eifel en de Belgische Ardennen komen talrijke, meest grijze en soms roodachtige zandstenen met daarin afdrukken van fossiele brachiopoden, zeeleliestengeldelen en heel soms van een trilobiet. Bijzonder is dat zowel Rijn als Maas daarnaast ook talrijke vulkanische gesteenten uit hun stroomgebied naar ons land vervoerd hebben. Basalt uit Eifel en Westerwald, melafier en diverse porfieren het Nahegebied in Midden-Duitsland. Uit het stroomgebied van de Maas zijn ook allerlei porfieren in ons land beland. Zelfs komen we zo nu en dan rolstenen van dieptegesteenten als graniet uit de Franse Vogezen tegen. 

 

Stroomgebied van Maas en Rijn. Uit het stroomgebied
zuidelijk van Basel, waar de Rijn een scherpe bocht naar rechts
maakt, zijn geen grindstenen in ons land terecht gekomen. 

 

Hieronder zijn een aantal typische Maas- en Rijngesteenten afgebeeld. 

Bontzandsteen

Bontzandsteen met uitverweerde holten

Breccie

 

 

Conglomeraat

Gelaagde zandsteen

Gele ijzerkiezel

 

 

Vlekkenzandsteen

Ignimbrietische andesiet

Andesiet

 

 

Hematietkwarts

Hematietkwarts

Jaspisbreccie

 

 

Kwartsconglomeraat

Melafier van Kirn

Leisteen

 

 

Lydietbreccie

Kwartsiet

Kwartsconglomeraat

 

 

Radiolariet

Witte kwarts

Witte kwarts met chloriet

 

 

Stengelkwarts

Rozekwarts

Taunuskwartsiet

 

 

Conglomeratische toermalijnzandsteen

Vuursteen met witte cortex

Sferolietporfier (Lithofysenporfier)

 

 

Tektonische breccie (lydiet)

Tektonische breccie (zandsteen)

Kwartsiet met pyrietindrukken