De Eridanos, Europa's grootste rivier ooit

 

De Eridanos was ooit Europa's grootste rivier. Vandaar zijn bijnaam 'Europese Amazone'.  De rivier ontstond gedurende het Oligoceen, ongeveer 45 miljoen jaar geleden. Zijn oorsprong lag in Zweeds Lapland, in het uiterste noorden van Scandinavië. De Eridanos mondde in zijn grootste omvang uit aan de oostkust van Engeland, ongeveer 2700  km verderop. Bekende rivieren als Rijn, Wezer, Elbe, Oder, Weichsel en ook de Thames in Engeland waren destijds zijrivieren van de Eridanos. Ook ons land kreeg met deze rivier te maken. De Eridanos zelf of een van zijn zijarmen stroomde lange tijd door het noorden van ons land.

 

Miljoenen jaren achtereen was de Eridanos het bepalende afwateringssysteem in Noord- en Noordwest-Europa. Belangrijke zijrivieren destijds waren de Thames, Elbe, Wezer en Weichsel.

Uit het stroomgebied van de Eridanos is bijzonder veel barnsteen naar de Noordduitse laagvlakte verspoeld. In de zandige bodem van Noord-Polen, Noord-Duisland en ook in Noord-Nederland komt veel barnsteen voor.

De Eridanos als 'transportonderneming'.

De Eridanos moet destijds een machtige rivier zijn geweest. In aanleg bestond de rivier al vanaf het Oligoceen, ca. 45 miljoen jaar geleden. Samen met een aantal zijrivieren verzorgden deze de afwatering van een groot deel van Noord-Europa inclusief grote delen van Noord-Rusland. 

De Eridanos heeft in de loop van zijn bestaan een enorme hoeveelheid verweringspuin uit Scandinavië en Noordwest-Rusland afgevoerd richting Noordzeebekken. Dat het opbouwen van de delta in de zuidelijke Oostzee gevolgd werd de uitbouw ervan over grote delen van Noordwest-Europa tot aan de oostkust van Engeland, is inmiddels voldoende aangetoond.

Toch blijven er nog voldoende raadsels, hoe en waar de rivier ooit gestroomd heeft. We hoeven maar te denken aan het voorkomen van talrijke lavendelblauwe verkiezelingen die uit de bruinkoolgroeven in de Lausitz, in het zuidoosten van Duitsland te voorschijn zijn gekomen. Ook de enorme voorraden aan Baltisch barnsteen in mariene bruinkoolzanden bij Bitterfeld in het voormalige Oost-Duitsland zijn nog een puzzel die opgelost dient te worden.

 

In een groot deel van zijn leven was de Eridanos een verwilderde rivier met talrijke, vaak wisselende stromen.

De scheve gelaagdheid van de zandafzettingen en de grofkorreligheid van het meegevoerde zand getuigen van een milieu van snelstromend rivierwater. 

Het grind dat in smalle grindsnoeren in het zand is ingeschakeld is over het algemeen niet erg grofkorrelig. Vrijwel alle grindsteentjes bestaan uit kwarts en kwartsiet.

Eridanoszand is zeer zuiver kwartszand. Het bevat vrijwel geen verontreinigingen. Het zeer hoge kwartsgehalte is een aanwijzing voor  langdurige chemische verwering.

De Eridanos in Nederland

In het Boven-Plioceen, zo’n 3 tot 4 miljoen jaar geleden, bestond Nederland nog niet. In wat nu Noord-Nederland is lag destijds een van de mondingen van deze oerrivier. Met het zand dat de rivier transporteerde vormde de rivier een delta. Het grootste deel van ons land vormde destijds het ondiepe randgedeelte van de Noordzee. Hier werden in eerste instantie fijne glimmerhoudende zanden afgezet, hier en daar onderbroken door kleilagen en een enkele bruinkoollaag met veel verspoelde houtresten en barnsteen. 

 

De aanwezigheid van talrijke lichtblauwe kwartskorrels is een aanwijzing dat deze afkomstig zijn uit Scandinavische granieten. 

Kindagraniet - Zwerfsteen van Hubertsberg (Dld.)

Kinda- en ook Flivikgraniet uit Zuid-Zweden bevatten prachtig hemelsblauw gekleurde kwarts. 

In de afzettingen van de Eridanos zijn enkele bruinkoolhorizonten aanwezig. Het gaat hier om verspoelde houtresten, meest naaldhout. Tussen het fossiele bruinkoolhout komt vaak barnsteen voor. 

Baltisch barnsteen - Oostermeer(Fr.).

Barnsteen is erg licht. In koud water, vooral zeewater, verspoelt het heel makkelijk.  Barnsteen komt in Noord-Nederland veel voor in smeltwaterafzettingen uit het Elsterien.

 

Toen de koude van het IJstijdvak in alle hevigheid losbarstte, vervoerde de Eridanos steeds meer en ook grover zand, vaak vergezeld van wat grind en stenen. Het meeste grind en grotere stenen arriveerden hier ingevroren in drijvend grondijs. Na het afsmelten hiervan vielen grind en stenen op de rivierbodem.

Na een bestaan van tientallen miljoenen jaren verdween Europa's machtigste rivier van de landkaart. Opdringend Scandinavisch landijs nam 1,2 miljoen jaar geleden bezit van de rivierbedding en ruimde deze in opeenvolgende ijstijden uit tot de huidige Botnische Golf en de Oostzee.

 

In het Vroeg-Pleistoceen vormde de Eridanos een delta in Noordoost-Nederland. De aanvoer van zand en grind tijdens het Pleistoceen was bijzonder groot. Als gevolg hiervan schoof de kustlijn westwaarts op tot voorbij de huidige kustlijn. Vanuit het zuiden voerden Maas en vooral de Rijn veel zand en grind aan. Tijdens het Cromerien stopte de aanvoer uit het oosten. De invloed van de Rijn breidde zich toen uit tot over Noord-Nederland.

 

De aanwezigheid van de bijna 200 meter dikke afzettingen van grindhoudend zand in de ondergrond van Noord- en Oost-Nederland werd eerder wel in verband gebracht met de komst van het landijs in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden. Men zag de afzettingen aan voor smeltwaterzanden (sandr) die in een brede zone voor de rand van het landijs waren afgezet. Inmiddels is gebleken dat de afzettingen van veel oudere datum zijn en dat ze zijn afgezet door het rivierstelsel van de Eridanos. De afgezette zanden van de Eridanos zijn opvallend wit van kleur.

Op een paar plaatsen in Drenthe en Groningen komen afzettingen van de Eridanos door ijsstuwing tot vrij dicht onder de oppervlakte voor. Jaren achtereen kon het wit gekleurde zand bijzonder goed bestudeerd worden in de grote zandgroeve bij Emmerschans. Bij Finsterwolde in de provincie Groningen liggen zandafzettingen van de Eridanos ook dicht onder het oppervlak. Dit is te danken aan de stuwende werking van het landijs toen dit in de Saale-ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden een tijdlang min of meer stationair in Noordoost-Nederland lag en de ondergrond deformeerde en opstuwde. Gewoonlijk zijn de afzettingen van de Eridanos diep in de ondergrond begraven. De top van de zandafzettingen bevindt zich doorgaans op enige tientallen meters onder het aardoppervlak. 

De stenen van de Eridanos

Het witte, vaak grofkorrelige kwartszand uit Eridanosafzettingen bevat, bij ons althans, weinig grind. Het meeste grind komt in de vorm van dunne grindsnoeren in het zand voor. De samenstelling is voornamelijk witte kwarts. De kleur van de kwartskiezels is minder wit dan de witte kwarts uit oostelijk en zuidelijk grind. Gangkwartsen die in beide laatste grindgezelschappen de hoofdtoon voeren, komen in Eridanosgrind weinig voor. De meeste kwartsen zijn glazig, ietwat transparant en vaak vezelig van structuur. Magmatische kwarts is veel aanwezig.

 

 

Het zand dat de Eridanos uit Scandinavië aanvoerde is uitermate rijk aan kwarts en gezit een hoge graad van zuiverheid.  Verontreinigingen komen vrijwel niet voor. In zandzuigerij Het Noorden in het Oost-Groningse Alteveer wordt dit witte kwartszand voor laboratorium- en filterdoeleinder over de hele wereld geëxporteerd.

Het Eridanosgrind bevat bijzonder weinig witte gangkwarts, een kwartsvarieteit die heel veel voorkomt in grind dat door Elbe en Wezer, Maas en Rijn is aangevoerd. De kwartskiezels zijn vaak glazig halftransparant. Daarnaast bestaat het kwartsgrind voor een substantieel deel uit magmatische kwarts.

 

Naast witte kwarts komen verkiezelingen voor in de vorm van fragmenten verkiezelde kalksteen en verkiezelde fossielen. Zand en grind zijn overigens volkomen kalkvrij. Eventueel aanwezige kalkstenen, waarvan het vermoeden is dat die oorspronkelijk wel in het zand voorkwamen, zijn in de loop van de tijd volkomen opgelost. Wat restte waren in deze kalkstenen ingesloten verkiezelde fossielen. 

Veel verkiezelde fossielen bezitten een karakteristieke, zwarte, zwartblauwe of blauwgrijze kleur, vaak met een lichtpaarse kleurzweem. Al tientallen jaren staan deze fossielen bekend als lavendelblauwe verkiezelingen. Zeer waarschijnlijk is deze naam oorspronkelijk bedacht vanwege de soms hemelsblauwe tot lavendelblauwe kleur van het inwendige van massief verkiezelde fossielen, sponzen voorop. Gaandeweg heeft de hele groep verkiezelingen, ook al tonen die een combinatie van zwarte, zwartgrijze, grijsblauwe en zelfs witte kleuren, deze aanduiding door verzamelaars gekregen.

 

 

Lavendelblauwe verkiezelingen zijn vaak  zwaar verkiezeld en door hun transport over de rivierbodem bovendien beschadigd. Bovenstaande verkiezeling is nauwelijks nog als een stromatopoor te herkennen.

Bijzonder is dat in het Eridanosgrind soms fraaie agaten voorkomen. Vooral op het Duitse eiland Sylt zijn prachtige grote voorbeelden gevonden. 

 

In tegenstelling tot oostelijk en zuidelijk grind komen in het Eridanosgrind behalve witte kwartsen en lavendelblauwe verkiezelingen geen andere gesteenten voor. De enige afwijkingen zijn zeer zeldzame vondsten van kleine grindjes van rode kwartsiet en soms en enkel amethiststeentje. Dit blijven uitzonderingen.

De oorzaak van deze zeer eenzijdige samenstelling ligt in de bron van het materiaal. In het Tertiair was Scandinavië bedekt door een dichte (bos)vegetatie. Het warmvochtige klimaat in de voorafgaande Krijt-periode dat ook lange tijd gedurende het Tertiair heerste, heeft de rotsige ondergrond intensief chemisch verweerd. In de loop van de tijd zijn door verwering nagenoeg alle oplosbare mineralen verdwenen. Over bleef een zeer kwartsrijke afzetting, die door de langdurige chemische verwering wit van kleur was en nagenoeg vrij van andere bestanddelen. We moeten aannemen dat op het grondgebergte van Scandinavië en delen van Noordwest-Rusland in het Tertiair een verweringsdek heeft gelegen van kwartszand en dito grind. Door opheffing in het Tertiair van vooral het noordelijke deel van Scandinavië ontstond een afwateringssysteem dat zuidwaarts gericht was.

 

 

Lavendelblauw verkiezelde kalksteen - Noordbroek (Gr.).

Lavendelblauw verkiezelde kalksteen - Noordbroek (Gr.)

Op het breukvalk is een afdruk van een fijngeribbelde brachiopode te zien en een bewaard gebleven graafspoor  van een bodembewonend organisme.

Lavendelblauw verkiezelde kalksteen - Alteveer (Gr.).

In vrijwel alle gevallen gaat het bij deze verkiezelingen om kalkstenen en fossielen van Ordovicische ouderdom. Silurische verkiezelingen en fossielen worden zeer weinig gevonden.

Lavendelblauw verkiezelde cyclocrinuskalk - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.)

 

Staartstuk (pygidium) van een trilobiet (Chasmops macroura) - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.).

Lavendelblauw verkiezelde kalkoöliet - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.).

Kalkoöliet is een Laat-Silurische afzetting. De kleine kalkbolletjes ontstonden door golfwerking in een ondiepe warme zee.

 

De Eridanos ontstond lang geleden

Zo'n 45 miljoen jaar geleden in het Oligoceen ontstond de voorloper van de Eridanos. Eerst vormde de rivier een delta in het zuidelijke Oostzeegebied, waar onder meer veel door verwering uitgespoeld barnsteen werd afgezet. Door voortgaande afkoeling en klimaatverslechtering voerde de Eridanos steeds meer water en sediment af. Dit was vooral tijdens het Plioceen en in het Vroeg-Pleistoceen het geval. Door verwering, uitspoeling in combinatie met de toegenomen stroomsnelheid van het rivierwater is het kwartsrijke verweringsdek in de loop van de tijd geheel verdwenen. Al het materiaal is richting Noordzeebekken afgevoerd. Alleen al in de Noordzee heeft de Eridanos in het Vroeg-Pleistoceen ongeveer 65.000 kubieke kilometer sediment afgezet. Als we weten dat het fundament van Noord-Polen, Noord-Duitsland, grote delen van Denemarken en ook van half Nederland uit zeer dikke pakketten Eridanoszand bestaat, krijgen we een indruk van de enorme hoeveelheid sediment die dit riviersysteem in het Tertiair en het Pleistoceen uit Scandinavië heeft afgevoerd.

Lavendelblauw verkiezelde fossielen

De verkiezelde fossielen in het Eridanoszand en ook die, die door erosie en uitspoeling in jongere afzettingen van onder meer de Elbe en de Wezer zijn terecht gekomen, worden al vele tientallen jaren door verzamelaars gezocht en hogelijk gewaardeerd. Dit komt vooral omdat met name de verkiezelde sponzen uit het Ordovicium zulke aansprekende vormen bezitten. 

In afzettingen van de Eridanos zijn de fossielen vaak zeer zwaar verkiezeld, soms zo dat herkenning haast onmogelijk is. Meestal betreft het fragmenten, en zijn de fossielen door het lange transport sterk beschadigd en gebroken. De kleine ronde verkiezelde sponzen zijn nog het vaakst heel gebleven, hoewel ze doorgaans sterker zijn afgesleten dan de bekende groep van bruin gekleurde verkiezelingen die veel in Oost-Overijssel en in het grensgebied met Duitsland worden gevonden. Beide groepen verkiezelingen verschillen niet alleen in soortsamenstelling van elkaar, ook verschillen ze in ruimte en tijd. De bruine fossielen komen uit een ander herkomstgebied en zijn ook later in het Vroeg-Pleistoceen uit Scandinavië aangevoerd, wellicht het eerste traject door gletsjerijs.

 

Hieronder zijn enkele lavendelblauw verkiezelde fossielen afgebeeld. De fossielen dateren uit het Midden- en Laat-Ordovicium. De herkomst van deze en andere verkiezelingen ligt waarschijnlijk in Finland en Noordwest-Rusland, noordelijk van St. Petersburg.

 

Verkiezelde spons (Aulocopium aurantium) - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Onderzijde verkiezelde spons (Aulocopium aurantium) - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.)

Doorsnede verkiezelde spons (Caryospongia globosa) - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.).

 

Verkiezelde spons - Zwerfsteen van Alteveer (Gr.).

Afdruk van een brachiopode (Leptaena rhomboïdalis) - Zwerfsteen van Noordbroek(Gr.).

Verkiezelde stromatopoor (Clathrodictyon) - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.).

 

Trepostomate bryozo (Esthoniopora communis) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Tabulate koraal (Cryptolichenaria sp.) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Afdruk van een verkiezelde Helioliteskoraal (Acidolites sp.) - Zwerfsteen van Wilsum Dld.).

 

Verkiezelde helioliteskoraal (Agetolites mirabilis) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Verkiezelde helioliteskoraal (Agetolites mirabilis) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Lavendelblauw verkiezelde koralen gaan naar binnen toe over in een grovere kwartsverkiezeling die vaak wit gekleurd is. De buitenzijde is dichter en bestaat uit zwarte, (zwart)grijze of blauwgrijze chalcedoon.

 

Verkiezelde tabulate helioliteskoraal (Derivatolites parvistella) - Zwerfsteen van Braderup (Sylt-Dld.).

Verkiezelde helioliteskoraal (Derivatolites parvistella) - Zwerfsteen van Braderup (Sylt-Dld.).

Deze zeer fijn gebouwde helioliet bezit vaak knollige kolonievormen. Ze worden vaak voor stromatoporen gehouden omdat de zeer fijne skeletstructuur niet herkend wordt. Derivatolites komt tamelijk veel voor.

 

Derivatolites parvistella - Zwerfsteen van Braderup (Sylt-Dld.).

De dichte chalcedoonverkiezeling die de buitenkant van de fossiele koraalkolonie vormt, gaat naar binnen toe over in witte kwarts.

Derivatolites parvistella - Zwerfsteen van Braderup (Sylt-Dld.).

Op plaatsen waar het koraalskelet chalcedoonverkiezeld is, is de fijne koraalstructuur bij enige vergroting zeer goed te zien.

Verkiezelde helioliteskoraal (Propora conferta) - Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.).

Bovenaanzicht

Verkiezelde helioliteskoraal (Propora conferta) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Bovenaanzicht

 

Verkiezelde helioliteskoraal (Propora conferta) - Zwerfsteen van Wilsum.

Zijaanzicht

 

Verkiezelde tabulate koraal (Paleofavosites sp.) - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

Bovenaanzicht

Verkiezelde tabulate koraal (Paelofavosites sp.) - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

Zijaanzicht

Verkiezelde tabulate koraal (Paleofavosites sp.) - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

Zijaanzicht

 

Verkiezelde tabulate koraal (Sarcinula organum) - Zwerfsteen van Ellershaar (Dr.). 

Bovenaanzicht

Verkiezelde tabulate koraal (Sarcinula luhai) - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

Bovenaanzicht

Verkiezelde tabulate koraal (Sarcinula organum) - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

Zijaanzicht