Stromatoporen als zwerfsteen

Zwerfsteenstromatoporen zijn in ons land voornamelijk van noordelijke herkomst. Ze komen in twee duidelijk van elkaar gescheiden vondstgroepen voor: in verkiezelde vorm in het grind van Vroeg-Pleistocene rivier-afzettingen, merendeels in het oosten en noordoosten van ons land en als kalksteenfossiel in keileemafzettingen uit de Saale-ijstijd. 

In zwaar verkiezelde toestand komen stromatoporen als zogenoemde 'lavendelblauwe verkiezelingen', samen een reeks andere voornamelijk Ordovicische verkiezelde fossielen voor in uitgehord grind in zandzuigerijen in Noord- en Oost-Nederland.  

Zwaar verkiezelde lavendelblauwe stromatopoor - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Van de zijkant gezien toont deze paddestoelvormige stromatopoor een grof gelaagde bouw. De onderbrekingen zijn het gevolg van het afsterven van grote delen van het weefseloppervlak van de spons. Het sponsweefsel lag als een dunne gelei-achtige laag over het kalkskelet. Weefsel-afsterving bij stromatoporen en ook bij tabulate koralen en trepostomate bryozoën is een veel voorkomend verschijnsel. Vanuit de nog levende delen op het oppervlak, heeft het sponsorganisme afgestorven delen opnieuw gekoloniseerd. De structuur van deze stromatopoor komt overeen met die van Pachystylostroma.

Grijsblauw verkiezelde stromatopoor - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

De bobbels op de bovenzijde zijn mamelonen. Op de toppen ervan bevonden zich de uitstroomopeningen van deze sponsachtige organismen. 

Vrijwel onbeschadigde kegelvormige, verkiezelde stromatopoor  - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Ondanks dat verkiezelde stromatoporen soms goed bewaard zijn gebleven, zijn ze niet op naam te brengen. Het kegelvormige fossiel hierboven lijkt veel op een  Nodulipora, een tabulate koraal, maar heeft met deze echter niets te maken.

Zwaar verkiezelde stromatopoor - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

De typisch gelaagde, concentrische structuur van dit fossiel, maakt duidelijk dat we tegen de onderzijde van een stromatopoor aankijken. 

De zandafzettingen waar deze fossielen als grindstenen in voorkomen, zijn door Vroeg- en Midden-Pleistocene rivieren voornamelijk in het Midden- en Noorden van ons land  afgezet. Vooral de Vroeg-Pleistocene oerrivier Eridanos en zijrivieren hebben veel sediment uit het noorden van Scandianvië en het noordwesten van Rusland naar ons land vervoerd. Echter, het voorkomen van lavendelblauwe verkiezelingen in zowel Vroeg- als Midden-Pleistocene rivierafzettingen maakt duidelijk, dat zeker een deel ervan geremanieerd moeten zijn. Dit wil zeggen dat deze fossielen één of meerdere keren door rivierwater zijn verspoeld en elders weer afgezet. 

Vanaf het Oligoceen tot in het Vroeg-Pleistoceen zijn enorme hoeveelheden kwartszand met grindcomponenten uit Scandinavië en het noordwesten van Rusland door het riviersysteem van de Eridanos afgevoerd naar de zuidelijke Oostzee en het Noordzeebekken. In het grind komen sterk verkiezelde, zwarte, blauwgrijze tot grijze fossielen voor. Deze zogenoemde lavendelblauwe verkiezelingen zijn in Noord- en Midden-Nederland in het grind in zandzuigerijen te vinden.

Gedurende het Tertiair is vooral het noorden van Scandinavië door tektonische oorzaken vele honderden meters opgeheven. Als gevolg hiervan ontstonden in het Oligoceen nieuwe afwateringssystemen, die zuidwaarts gericht waren. Door het grotere verval ontstond in deze tijd het riviersysteem van de Eridanos. Deze rivier erodeerde samen met zijn zijrivieren het miljoenen jaren oude verweringsdek in Zweden, Finland en aangrenzend Rusland. Dit verweringsdek bestond uit chemisch sterk verweerde kwartszanden met daarin verkiezelde fossielen. 

Later in het Tertiair kreeg het riviersysteem van de Eridanos een grote omvang. Het was het grootste dat Europa ooit gekend heeft. De huidige Botnische Golf, de Finse Golf en de Oostzee geven de oorspronkelijke loop van de Eridanos en zijn zijrivieren aan.

In het Plioceen breidde de delta van de Eridanos zich in de zuidelijke Oostzee,  westwaarts uit. Het fundament van grote delen van Noord-Polen, Duitsland, Denemarken en ook van ons land, is door aanvoer van zand van de Eridanos ontstaan.

Zandwinningsbedrijf Vos en Zeldenrust in Ellertshaar (Dr.)

Zo'n vier miljoen jaar geleden, tijdens het Laat-Plioceen bereikte de Eridanosdelta wat nu Noordoost-Nederland is. In het ondiepe randgedeelte van de Noordzee werden dikke pakketten fijn wit kwartszand afgezet. In het Vroeg-Pleistoceen werden door verslechterende klimaatsomstandigheden vooral grote hoeveelheden grof kwartszand met grind aangevoerd. 

 

Het uitgehorde grind van de Eridanos is opmerkelijk licht van kleur. Dit komt door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid witte en grijze kwarts. In dit grind komen zwaar verkiezelde fossielen voor uit het noorden van Scandinavië en Rusland.

Het kwartszand van de Eridanos is opvallend wit van kleur, vergeleken met dat van Maas en Rijn. Het Eridanoszand is en wordt op talrijke plaatsen in Noord-Nederland en aangrenzend Duitsland als bouwzand gewonnen.

Morsumklif op Sylt (Dld.)

Op de foto zijn de kleurverschillen van de sedimenten die hier dagzomen opvallend. Op de voorgrond het Rode klif, bestaande uit roestood verweerde keileem en dito smeltwaterzanden. Op de achtergrond  scheef gelaagde Eridanos-zanden. Deze noemt men in Duitsland 'Kaolinsande'. De scheve gelaagheid komt doordat hier delen van de oude delta-afzettingen van de Eridanos ontsloten zijn. 

Wit Eridanoszand - Braderup op Sylt (Dld.)

De zandafzettingen op Sylt geven blijk van een verwilderd riviersysteem met talrijke ondiepe zijtakken, zand- en grindbanken. De wisselende stroomsnelheden, verandering van stroomrichting plus de aanvoer van veel sediment, is oorzaak van snel veranderende sedimentatie-omstandigheden, waaronder erosie van eerder afgezet materiaal. Hierdoor ontstond het zeer onrustig beeld van de zandafzettingen.

Lavendelblauwe verkiezelde fossielen zijn al vanaf het Mioceen, samen met een grote hoeveelheid kwartszand en grind, door rivieren uit Scandinavië en het noordoosten van het huidige Rusland zuidwaarts getransporteerd. In Miocene bruinkoolzanden in de Lausitz, in het oosten Duitsland, komen ze al voor. Het bekendst en ook in grootste sortering worden lavendelblauwe verkiezelingen gevonden in Pliocene 'Kaolinzanden' in het noorden van Duitsland.

Jarenlang werden in zandgroeven en op de stranden op het Duitse eiland Sylt veel verkiezelde fossielen gevonden. Ook op een aantal andere locaties in Noord-Duitsland zijn lavendelblauwe verkiezelingen gevonden. Geërodeerd en verspoeld komen lavendelblauwe verkiezelingen in vrij grote aantallen voor in smeltwaterzanden uit de Elster-ijstijd. De inmiddels gesloten zandzuigerij bij het Nije Hemelriek bij Gasselte in Drenthe stond er om bekend. Ook elders op de Hondsrug en in smeltwaterzanden (Sandr) in het Emsland in Duitsland komen ze in sterk beschadigde toestand regelmatig voor. 

De harde, chemisch robuuste verkiezelingsvorm heeft er voor gezorgd dat lavendelblauwe verkiezelde fossielen de slijtageslag naar ons land hebben overleefd. Bij sommige tabulate koralen en stromatoporen is de oorspronkelijke kolonievorm bewaard gebleven.

Lavendelblauwe verkiezeling van Paleofavosites - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

De foto toont het bovenaanzicht van deze tabulate koraal. De dichte pakking van koraalbuisjes doet aan een honingraat denken. 

Paleofavosites sp. - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Zijaanzicht met verticale koraalbuisjes. Deze zijn door dwarsplaatjes (=tabulae) onderverdeeld. 

Lavendelblauw verkiezelde stromatopoor (Ecclimadictyon) - Zwerfsteen van Itterbeck (Dld.)

Stromatoporen van het genus Ecclimadictyon bezitten in zijaanzicht een fijn maaswerk van  onregelmatig rechthoekige en ietwat golvende structuurtjes. Vaak verlopen de skeletstructuren enigzins zigzag. Soms is het skelet sterk geplooid door de aanwezigheid van mamelonen. 

Protoheliolites dubius - zwerfsteen van Sylt (Dld.)

De kleur van lavendelblauwe verkiezelingen varieert nogal. Overheersend zijn blauwgrijze, donkerblauwe tot bijna zwarte verkiezelingen. Witte, grijze en grijsbruine tinten komen ook voor.

De verkiezelde fossielen zijn variabel van kleur, van bijna wit, grijs, blauwgrijs tot bijna zwart. In de meeste gevallen zijn de fossielen beschadigd en sterk afgerold. Meestal worden koloniefragmenten gevonden, afkomstig van sterk verkiezelde buitendelen van oorspronkelijk grotere koraal- en stromatoporenkolonies.

Is het determineren van verkizelde tabulate koralen niet makkelijk, het herkennen van van verkiezelde stromatoporen is nog een slag moeilijker. Door de sterke verkiezeling zijn bij deze fossielen veel details verloren gegaan. 

Clathrodictyon - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

De zeer regelmatig gelaagde structuur van deze verkiezeling wordt veroorzaakt door dicht opeen gelegen latilaminae.

 

Clathrodictyon, detail van de steen hiernaast

Uit de fijne skeletstructuur blijkt dat we hier met een Clathrodictyon te maken hebben. Deze stromatoporen kwamen al voor in het Laat-Ordovicium. 

Betrekkelijk gaaf bewaard gebleven bovenzijde van een lavendelblauw verkiezelde stromatopoor (Ecclimadictyon) - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.) 

Ecclimadictyon - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Zijaanzicht van het fossiel hiernaast.

Ecclimadictyon - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Detail in zijaanzicht van dezelfde zwerfsteen. De meerderheid van lavendelblauwe stromatoporen wordt samengesteld door Ecclimadictyon.

Verkiezeld hoekig fragment van een Ecclimadictyon  - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Detail van de foto hiernaast met een goed herkenbare skeletstructuur 

Uit vondsten blijkt dat het verkiezelingsproces zich bij deze fossielen al moet hebben voltrokken in de kalksteenpakketten waarin ze voorkwamen. Bij verwering van deze kalksteenafzettingen, vooral tijdens het Krijt en het Tertiair, bleven de verkiezelde stromatoporen als verkiezeld residu over. Doordat ze uit silica bestaan zijn lavendelblauwe verkiezelingen chemisch zeer resistent. Vervolgens maakten de verkiezelde fossielen miljoenen jaren deel uit van een dik verweringsdek, dat grote delen van Noord-Scandinavië en aangrenzend Rusland bedekte. Dit verweringsdek is chemisch sterk verweerd waardoor vrijwel uitsluitend verkiezelingen, kwartsgrind en dito zand overbleven.

Ecclimadictyon sp. - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Ecclimadictyon sp. - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Fossielen van dit genus bezitten vaak onregelmatige vormen met talrijke knobbelvormige uitwassen. Het zouden mamelonen kunnen zijn, aan de top waarvan zich in het bedekkende zachte sponsweefsel uitstroomopeningen bevonden.

Ecclimadictyon sp. - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Fragment van een groter kalkskelet, met regelmatig verspreide mamelonen. 

Lavendelblauw verkiezelde stromatopoor - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Door het verkiezelingsproces zijn de fijnere details vaak verdwenen of zijn zo onduidelijk dat een betrouwbare determinatie niet mogelijk is.

 

Idem. onderzijde van dezelfde zwerfsteen

De onderzijde van stromatoporen uit mergelige afzettingen, bezitten heel vaak een vlakke, gerimpelde onderzijde. De afzonderlijke ringen duiden seizoensmatige? groeistadia aan.

 

Door het gemis aan duidelijk herkenbare skeletstructuren zijn de sterk verkiezelde lavendelblauwe stromatoporen bij verzamelaars niet populair. Toch loont het de moeite de vondsten meer nauwgezet te bekijken. Hierbij is een loep vaak niet voldoende. Met een binoculair zijn sterkere vergrotingen mogelijk. De fijne skeletstructuren zijn dan beter zichtbaar. Ecclimadictyon en Clathrodictyon zijn veel voorkomende soorten in het Pleistocene grindgezelschap.

Verkiezelde stromatopoor - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Op het oppervlak van deze stromatopoor zijn een vijftal relatief grote stervormige structuren zichtbaar. Ze vormen verhevenheden op het oppervlak. Het zijn astrorhizae, afdrukken in het skelet van uitstroomsystemen, die in het sponsweefsel erboven aanwezig waren. De structuren en kleuren van dit fossiel zijn digitaal aangezet om deze duidelijker zichtbaar te maken. Het verkiezelde fossiel vormt een deel van een groter exemplaar, dat langs een latilamina-vlak is gebroken.

Verkiezelde stromatopoor - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

In het oppervlak zijn heel vaag radiaire structuren zichtbaar die aan astrorhizae doen denken. Kleur, en mate van verkiezeling doen vermoeden dat dit fossiel van Mesozoïsche ouderdom is.

Kalksteenstromatoporen

Talrijker, zowel in aantal, conserveringstoestand als in sortiment, zijn stromatoporen als kalkzwerfsteen in keileemafzettingen in Noord-Nederland. Ze zijn vooral bekend van de noordelijke Hondsrug, bij Groningen en Haren. In de keileem daar zijn het veel voorkomende fossielen. Ook in de kalkrijke keileem bij Gieten en in Emmen zijn talrijke stromatoporen gevonden.

Bruine kalksteenstromatopoor (Densastroma) - Zwerfsteen van Groningen

De dichte kalkskeletten van dit genus zijn in onverweerde toestand vaak bruin gekleurd. Alleen als de fossielen zijn geëtst, is er bij deze soorten iets van skeletstructuur te zien.

Kalksteenstromatopoor - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Stromatoporen uit onverweerde keileemafzettingen zijn normale gletsjerkeien. Dat betekent dat door afschuring meestal weinig van de oorspronkelijke kolonievorm overgebleven. Zwerfsteen-stromatoporen vormen vaak massieve knolvormige fossielen met heel weinig zichtbare skeletstructuren. Dat maakt deze fossielen bij zwerfsteenliefhebbers niet geliefd. Men kan er weinig mee, is de heersende mening. Ten onrechte. 

Kalkige stromatopoor - Zwerfsteen van Groningen

Stromatoporen bezitten meeestal een fraai gelaagde bouw. Deze komt bij verwering door gedeeltelijke oplossing van de kalk soms fraai tot uiting. De lijnen in het skelet duiden op seizoensmatige? groeistadia. Men noemt ze latilaminae.  

Densastroma - Zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Onverweerd zijn keileemvondsten van Densastroma vaak onaanzienlijke, grijsbruin tot bruine afgesleten kalkstenen, die op doorslag een matglanzende breuk vertonen, vaak zonder enige structuur. 

Densastroma - zwerfsteen van Gieten (Dr.)

Dichte stromatoporen als Densastroma veranderen bij verwering in fraai gelaagde fossielen, waaraan de groeistructuren goed zichtbaar zijn. 

In kalkige toestand zijn stromatoporen aan hun compacte, knollige vorm en aan hun egaal witte, geelachtige tot bruine kleur te herkennen. Het zijn dichte, harde kalkstenen, die op het breukvlak een ietwat spekachtige of vettige glans vertonen. In verweerde toestand kleuren ze wit en valt vooral de concentrisch gelaagde skeletstructuur op. De meeste vondsten tonen echter weinig structuur. Alleen als ze nat zijn valt aan de kalkstenen soms een vaag zichtbare, zeer fijne rechthoekige maasstructuur te herkennen. Geen kenmerken dus die borg staan voor een vlotte herkenning en determinatie.

Bij graafwerkzaamheden in de Hondsrug bij Gieten kwamen onverwacht zeer dikke keileemafzettingen aan het licht. De dikte bedroeg minimaal 7 meter. De keileem bevatte talrijke Ordovicische en Silurische kalkstenen, waaronder veel stromatoporen. Sommige stromatoporen vertonen karstverschijnselen, veroorzaakt door de oplossende werking van langzaam doorsijpelend regenwater. Deze grillig gevormde zwerfsteen is een restant van een grote zwerfsteen van de stromatopoor Densastroma.

Zwerfstenen versus vaste rots

Zwerfsteenstromatoporen zijn per definitie losse objecten. De kalkafzettingen waaruit ze  afkomstig zijn, bestaan (deels) niet meer. Wel is duidelijk dat veruit de meeste zwerfsteen-stromatoporen uit het Oostzeegebied komen, grofweg tussen het Zweedse eiland Gotland en het vasteland van Estland. De fossiele skeletten zijn van Ordovicische en Silurische ouderdom, maar onbekend is uit welke lagen de hier gevonden fossielen precies stammen.

Aan de westkust van het Zweedse Oostzee-eiland Gotland zijn een groot aantal fossiele 'koraalriffen' ontsloten. Ze steken als kapen soms tientallen meters boven het zeeniveau uit. Met zijn 48 meter is de Högklint, zuidelijk van de stad Visby, het hoogst. De riffen bestaan voornamelijk uit fossiele stromatoporen. Koralen spelen een ondergeschikte rol. Feitelijk zijn het dus stromatoporenriffen. Opzij van het rif zijn groengrijze, gelaagde mergelige kalkafzettingen aanwezig. Hierin zijn de mooiste tabulaten, bryozoën en vooral ook veel fraaie stromatoporen te vinden.

Het Panga kalksteenklif aan de noordkust van Saarema  bestaat uit gelaagde Silurische kalksteen- en mergel-afzettingen. Hierin komen veel fossielen voor van stromatoporen en tabulate koralen. 

Panga kalksteenklif op Saaremaa

De mooiste uitverweerde fossielen zijn aan de voet van het klif te vinden. In de brandingszone zijn de meeste kalkstenen, stromatoporen en tabulaten sterk afgerond. 

De eilanden Saaremaa, Hiiumaa en Vormsi, voor de kust van het vasteland van Estland, bestaan in zijn geheel uit kalksteen. Op Saaremaa en Vormsi komen uitsluitend Silurische afzettingen voor. Het noordelijke deel van Hiiumaa bestaat uit Ordovicische kalksteenafzettingen.

Vooral de Silurische afzettingen op de Oostzee-eilanden Gotland, Saaremaa, Hiiumaa en Vormsi zijn bijzonder rijk aan stromatoporen. Afhankelijk van het type afzetting tonen ze uiteenlopende vormen: afgeplat, halfbolvormig, peervormig tot konisch in mergelige afzettingen. In rifkalken zijn de stromatoporen veel onregelmatiger van vorm en meestal ook veel groter. Uit onderzoek blijkt dat de soortassemblages in de afzonderlijke laageenheden verschillen. Sommige soorten zijn beperkt tot één afzetting, andere daarentegen zijn ‘doorlopers’. Over en weer bestaan in het sortiment stromatoporen op beide eilanden veel overeenkomsten, waardoor laageenheden op basis van hun inhoud aan deze fossielen met elkaar kunnen worden vergeleken en gecorreleerd.

De Paleozoïsche afzettingen op de bodem van de Oostzee liggen op het kristallijne grondgebergte. Het grootste deel ervan is bedekt door het water van de Oostzee en is daarom niet toegankelijk. Op de eilanden Gotland, Hiuumaa, Vormsi en het direct zuidelijk daarvan gelegen eiland Saarema komen Silurische kalksteenafzettingen voor met daarin veel stromatoporen. De stranden liggen er vol mee.

Een ander gegeven is dat uit de kalkafzettingen in het Oostzeegebied in de loop van de tijd zeer veel stromatoporen zijn beschreven. Van sommige soorten, die onder verschillende namen door het leven gaan, is inmiddels duidelijk dat deze tot dezelfde soort moeten behoren. Bij weer andere is de status niet zeker, omdat de taxonomische kenmerken waarop de soortbeschrijving is gebaseerd, van twijfelachtige waarde zijn. Omdat het zelfs tot voor kort niet bekend was wat voor organismen stromatoporen waren, was het niet mogelijk aan te geven welke skeletelementen van werkelijk taxonomisch belang zijn. Bij biometrisch onderzoeking is in het recente verleden te veel waarde toegekend aan kleine onderlinge verschillen, met als gevolg dat een woud aan soorten is ontstaan, net als bij trepostomate bryozoën en tabulate koralen.

Dwarsdoorsnede door het kalkskelet van Clathrodictyon symplex - Zwerfsteen van Groningen

Subtiele verschillen in skeletstructuur waren in het (recente) verleden vaak reden om nieuwe soorten te onderscheiden. Dit was niet alleen het geval bij tabulate koralen en trepostomate bryozoën, ook bij stromatoporen zijn soorten onderscheiden die deze status eigenlijk niet verdienen.

Verweerde, sterk gelaagde kalksteenstromatopoor (Symplexodictyon) - Zwerfsteen van Groningen

Sommige stromatoporen zijn opgegroeid in symbiose met andere organismen. Rugose koralen (Palaeophyllum) en een fijngebouwde tabulate koraal Syringopora affabilis komen het meest voor.  Door verwering zijn de openingen van de smalle koraalbuisjes van Syringopora goed te zien.

Stromatoporen van Gotland en de Estische eilanden

Hoewel niet eenvoudig, is het goed mogelijk om onze zwerfsteen-stromatoporen op genusniveau te vergelijken met de beschrijvingen van stromatoporen van Gotland en Estland. Voor de Groninger kalksteenexemplaren ligt de vergelijking met die uit Estland voor de hand. De keileemafzettingen in het Hondsruggebied, waarin ze vooral gevonden worden, zijn namelijk van Oostbaltische samenstelling.

Stromatopoor Densastroma - Sproge, Gotland

In mergelijke afzettingen komen in hoofdzaak knollige, halfbolvormige tot hoedvormige groeivormen voor van zowel stromatoporen als tabulate koralen.

Stromatopoor met astrorhizae - Djupvik, Gotland

De talrijke stervormige patronen op het oppervlak van deze stromatopoor geven de plaatsen aan, waar zich in het bedekkende sponsweefsel uitstroomsystemen bevonden. De smalle stervormig vertakte groefjes markeren kanaaltjes in het weefsel waarlangs afgewerkt zeewater door het sponsorganisme werd afgevoerd.

Stromatopoor met astrorhizae - Ynge, Gotland

Nog duidelijker dan op het exemplaar hiernaast zijn op het oppervlak  anastomoserende patronen (astrorhizae) van waterkanaaltjes zichtbaar.

Westbaltische stromatoporen - dat zijn stromatoporen die uit de omgeving van Gotland en eventueel van het Zweedse vasteland afkomstig zijn - komen op de noordelijke Hondsrug en zuidelijker bij Gieten en Emmen niet voor. Desondanks blijkt er onder de Hondsrugzwerfstenen en ook onder die uit zandgraverijen bij Haddorf/Neuenkirchen in Duitsland een grote mate van overeenkomst te bestaan met stromatoporen die van Gotland bekend zijn. Soortbeschrijvingen op basis van Gotlandvondsten zijn bij het determineren van zwerfsteenstromatoporen goed te gebruiken. Dit maakt het determineren een stuk makkelijker, omdat veel publicaties van Oost-Baltische stromatoporen nog uit de tijd van de Sovjet-Unie dateren en daarom in het Russisch zijn geschreven. Het lezen van die literatuur is niet voor een ieder van ons mogelijk.