Overige lavendelblauw verkiezelde tabulate koralen

Catenipora, Halysites, Hexismia, Paleoalveolites en Sarcinula

Eocatenipora sp. - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Is één van de eerste kettingkoralen. Zijn voorkomen is beperkt tot het Laat-Ordovicium. Waar de overige kettingkoralen een koloniestructuur laten zien van met elkaar vergroeide kettingrijen, waardoor een opvallende netstructuur ontstaat, staan de kettingrijen van Eocatenipora voornamelijk los van elkaar. De losse pallissaden uit tweezijdig met elkaar vergroeide corallieten zijn op dwarsdoorsnede gebogen en/of geplooid. Op enkele plaatsen zijn de kettingrijen met elkaar verbonden.

Lavendelblauwe verkiezelingen van kettingkoralen (halysieten)

Catenipora

De halysieten, ook wel kettingkoralen genoemd, komen komen in het lavendelblauwe gezelschap met drie verschillende geslachten voor: Catenipora, Halysites en Hexismia. Vondsten hiervan betreffen vooral sterk verkiezelde, kleine koloniefragmenten. In overeenstemming met hun ouderdom komen vondsten van Catenipora het meest voor. Sporadisch worden koloniefragmenten gevonden van Halysites. Deze laatste is van Silurische ouderdom.

De geringe grootte van de grindvondsten ligt voor een belangrijk deel aan de kwetsbare structuur van het koraalskelet. Bij kettingkoralen zijn de afzonderlijke corallieten aan twee zijden met elkaar vergroeid. Hierdoor ontstaat een pallissade-achtige rij met elkaar vergroeide koraalbuisjes. Met elkaar vormen de palissaden een karakteristiek netwerk van korte of langere kettingen.

Zwerfsteenvondsten van verkiezelde catenipora's 

Catenipora's - Zwerfsteentjes van Ellertshaar (Dr.)

De open, netvormige structuur van kettingkoralen is de voornaamste oorzaak dat van deze tabulate koralen slechts kleine (verkiezelde) fragmenten gevonden worden. De kwetsbare structuur van de kolonies is oorzaak dat de sketetten bij verwering makkelijk in fragmenten breken. Bij sommige kleine lavendelblauwe verkiezelde exemplaren zijn de met sediment gevulde lagunae open door oplossing van het oorspronkelijke kalksediment.

Catenipora sp. - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Bovenaanzicht

Sommige verkiezelde vondsten van Catenipora met open lagunae en van (bleek)bruine kleur, behoren waarschijnlijk niet tot het lavendelblauwe gezelschap. De preservatie is dusdanig dat we waarschijnlijk te maken hebben met verkiezelde uitlogingsrestanten van kalkstenen, die na afzetting in de ondergrond geleidelijk door circulerend grondwater zijn opgelost.

Catenipora sp. - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Zijaanzicht

Halysites

Silurische verkiezelingen worden in het oostelijk grind sporadisch gevonden. Dat blijkt al uit de weinige vondstmeldingen van Favosites. Dit laatste geldt nog in versterkte mate voor Halysites. Deze soort is slechts in enkele exemplaren in verzamelingen aanwezig. In tegenstelling tot Catenipora komt Halysites alleen in Silurische afzettingen voor. Dat veroorzaakt ook zijn zeldzame verschijning tussen de lavendelblauwe verkiezelingen.

Halysites sp. - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

In zijaanzicht zijn een aantal zijdelings met elkaar vergroeide corallieten zichtbaar. Bij Halysites is tussen twee aangrenzende corallieten telkens een smal tussenbuisje ingeschakeld. Deze tubule of mesocoralliet kan bij de groei van de kolonie uitgroeien tot een normale coralliet. In de vergroting hiernaast is dit goed te zien. 

Halysites sp., detail van het fossiel hiernaast

De corallieten zijn door dwarsverlopende tabulae onderverdeeld. Bij de tubules is dit ook het geval, maar hier liggen de dwarsplaatjes (diafragma's) dichter op elkaar.

Halysites onderscheidt zich van Catenipora vooral door de aanwezigheid van zogenoemde mesocorallieten (=tubuli). Dat zijn zeer smalle, door dwarsplaatjes (=diafragma’s) onderverdeelde buisjes die telkens tussen twee corallieten zijn ingeschakeld. Bij Catenipora ontbreken deze.

Halysites sp. - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Op het vlak van deze verkiezelde kalksteen zijn een aantal fragmenten van kettingrijen in zijaanzicht zichtbaar. 

Halysites sp. - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Tussen de corallieten zijn tubules zichtbaar. De corallieten zijn door talrijke relatief dicht op elkaar staande tabulae onderverdeeld. 

Terzijde

Taxonomie van kettingkoralen

De taxonomie van de halysieten is niet eenduidig. De variatie in grootte van de corallieten, de vorm ervan, dikte van de corallietwanden, het aanwezig zijn van septale naalden vormen topomorfische elementen op basis waarvan in het recente verleden talrijke soorten zijn opgesteld. Sommige onderzoekers vonden daarnaast de vorm en de grootte van de lagunae van groot taxonomisch belang. Op grond hiervan zijn tal van soorten geintroduceerd. Voor het goede begrip, lagunae zijn de ruimten die door gesloten en met elkaar vergroeide kettingrijen worden gevormd. 

Een probleem is dat de vorm van de lagunae bij halysieten onderhevig is aan veranderingen, die te maken hebben met de ontogenese. In juveniele kolonies zijn de lagunae onregelmatiger van vorm, langwerpiger en ook groter dan op latere leeftijd. Zouden we microscopische preparaten maken van jonge en oudere gedeelten van een kolonie, dan zijn hier met gemak twee aparte soorten van te maken. 

 

Hexismia

Deze soort rekent men ook tot de kettingkoralen, maar is duidelijk anders van bouw als beide vorige. Hexismia is van Vroeg-Silurische ouderdom en is voor zover bekend slechts door één vondst bekend. Het geelachtig grijs verkiezelde exemplaar is gevonden in een zandgroeve bij Braderup op het Duitse eiland Sylt, maar de verwachting is dat Hexismia ook onder de verkiezelingen in ons land voorkomt. Vermoedelijk zullen er wel exemplaren gevonden zijn, maar worden deze niet als zodanig herkend.

Hexismia sp. - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Bovenaanzicht.

Hexismia oogt niet als een gewone kettingkoraal. Dit wordt veroorzaakt door een veel dichtere pakking van de corallieten. Van kettingrijen is bij Hexismia daarom geen sprake, deze zijn vaak niet langer dan één tot hooguit drie corallieten. De lagunae tussen de corallieten zijn hierdoor eveneens zeer klein. Van enige afstand bezien is de netstructuur met moeite te herkennen. Tussen de corallieten zijn bij Hexismia hier en daar tubules ingeschakeld.

Lavendelblauwe verkiezelingen van: 

Paleoalveolites, Sarcinula en Agetolites

Paleoalveolites

Van deze soort is tot dusver één vondst bekend. Alveolieten zien er oppervlakkig uit als favosieten, vooral omdat de corallieten elkaar aan alle zijden raken, waardoor ze prismatische doorsneden bezitten.

Het onderscheid met favosieten is dat de corallieten niet gewoon regelmatig veelhoekig zijn, maar dat ze ietwat samengedrukt lijken. Dit wordt veroorzaakt doordat de coralieten niet loodrecht aan het kolonieoppervlak uitmonden, maar onder een hoek.

Goed bewaard gebleven kolonies van deze soort vertonen verspreid over het kolonieoppervlak knobbelvormige uitgroeiingen. Poriën en septale naalden ontbreken bij deze soort.

Paleoalveolites sp. - Zwerfsteen van de Haerst (Zwolle)

De corallietdoorsneden bij alveolieten zijn veelhoekig. Doordat de corallieten onder een scheve hoek aan het oppervlak van het corallum uitmonden, zijn de openingen schuin aangesneden en lijken deze in afgesleten zwerfstenen en verkiezelingen ietwat onregelmatig samengedrukt. 

Sarcinula

Deze tabulaat is één van de opvallendste tabulate koralen in het oostelijk grind en tegelijk niet zeldzaam. Het skelet bezit een opvallende schaalachtige bouw, dat uit horizontaal boven elkaar geplaatste platforms bestaat, waar op enige afstand van elkaar corallieten in verticale richting dwars doorheen lopen. De corallieten hebben een ronde doorsnede en zijn doorgaans een stuk groter dan bij de overige tabulaten. De corallietopeningen steken meestal iets boven het oppervlak van het platform uit.

Van boven gezien lijken de corallieten op kleine radertjes doordat ze omgeven zijn door een aureool van 24 poriën. In verkiezelingen doet deze rand zich voor als een smalle, geribbelde zone die overeenkomsten vertoont met een wiel met talrijke spaken. In het grind komen een aantal soorten voor die weliswaar van elkaar verschillen, maar in veel gevallen wel op naam zijn te brengen.

Sarcinula rakverense - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Sarcinula luhai - Zwerfsteen van De Haerst (Zwolle)

Sarcinula sp. - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Sarcinula organum

De ronde corallieten zijn tot 4 mm in doorsnede en staan onderling op regelmatige afstanden van 1 tot 3 mm verspreid over het convex gebogen kolonieoppervlak. De corallietwanden zijn relatief dik (0,3-0,6 mm). Aan het kolonieoppervlak zijn de ronde corallieten omgeven door een duidelijke ring met 24 poriën, het ‘wieltje’. De horizontale lamellen (platforms) liggen op een onderlinge afstand van 2 tot 3 mm tamelijk dicht boven elkaar.

Zwerfsteenvondsten van Sarcinula organum

Sarcinula organum - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Sarcinula organum - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Sarcinula organum - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Zijaanzicht

Sarcinula luhai

Een van de grofst gebouwde soorten onder sarcinula's. De corallieten zijn rond en staan op onderlinge afstanden van 1,5 – 3 mm van elkaar. In doorsnede variëren deze van 3,5 – 5 mm. In de corallieten zijn talrijke, min of meer horizontaal geplaatste tabulae aanwezig. Vaak zijn deze incompleet, hetgeen wil zeggen dat ze niet van wand tot wand reiken. In dergelijke gevallen zijn twee of soms drie tabulae alternerend met elkaar vergroeid.

Zwerfsteenvondsten van Sarcinula luhai

Sarcinula luhai - Zwerfsteen van De Haerst (Zwolle)

Bovenaanzicht

Sarcinula luhai - Zwerfsteen van De Haerst (Zwolle)

Sarcinula luhai - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Sarcinula luhai - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Sarcinula rakverense

Ook dit is een makkelijk herkenbare soort. De corallieten hebben diameters van 2,5 tot 3 mm. S. rakverense is daarmee de soort met de kleinste corallietdoorsneden. Ze zijn omgeven door een zone met 24 poriën. De corallieten staan op onderlinge afstanden van 2 – 4 mm. De platformachtige lamellen zijn dun en zijn scherp van elkaar gescheiden. De tabulae zijn opvallend naar onderen doorgebogen.

Terwijl bij S. organum en S. luhai septale stekels zijn waar te nemen, ontbreken deze bij S. rakverense of zijn ze zeer zwak ontwikkeld. Afhankelijk van de verkiezelingsgraad zijn ze bij de afzonderlijke soorten moeilijk of in het geheel niet te ontdekken.

Zwerfsteenvondsten van Sarcinula rakverense

Sarcinula rakverense - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Sarcinula rakverense - Zwerfsteen van De Haerst (Zwolle)

Sarcinula rakverense - Zwerfsteen van Braderup, Sylt (Dld.)

Agetolites mirabilis

Agetolites lijkt op een favosiet; de corallieten zijn eveneens polygonaal, maar toch zijn er duidelijke verschillen. De binnenwanden van de corallieten zijn bezet met korte septaallijsten waarop relatief lange stekels zijn ingeplant. Deze zijn ietwat omhoog gebogen. De septale naalden reiken vrijwel tot in het centrum van de corallieten en zijn afwisselend lang en kort.

Agetolites mirabilis - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Agetolites mirabilis, detail van het fossiel hiernaast

Agetolites mirabilis - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.)

Agetolites mirabilis, detail van het fossiel hiernaast

Net als bij Protoheliolites wordt de schijn gewekt alsof de binnenwanden van de corallieten door septaallijsten in de lengte gegroefd zijn. Dat zijn ze niet echt, maar in zijaanzicht is de streping goed te zien. Poriën zijn talrijk. Ze zijn doorgaans op de hoekpunten van drie corallieten geplaatst. Al met al een herkenbare soort, die helaas weinig gevonden wordt.