Hondsrug- en Warthe-keileem

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd duidelijk dat het zwerfsteengezelschap in één van de twee keilemen van het Warthe-stadium in Duitsland een bijzondere samenstelling bezat. Het zwerfsteenspectrum ervan toont grote overeenkomsten met het gezelschap dat in keileem in het Hondsrug-gebied aangetroffen wordt. In beide gevallen hebben we te maken met een Oost-Baltisch zwerfsteengezelschap. Het herkomstgebied hiervan ligt in het noordoosten van de Oostzee, Aland-eilanden, Zuidwest-Finland, Botnische Golf en Noord-Zweden.

 

Het zwerfsteengezelschap in de Warthekeileem en in de keilemen in het Hondsruggebied zijn Oostbaltisch van samenstelling. De herkomst is op de kaart met 1 aangegeven. In de Oostbaltische Noordhornkeileem zijn ook Westbaltische zwerfsteentypen bijgemengd uit gebied 6 en 7.

 

Keileemtypen binnen het Hondsrugcomplex

Op de zandruggen van het Hondsrug-complex in Oost-Drenthe ligt een pakket keileem van wisselende dikte, met op de hogere delen ervan veel zwerfkeien. Vooral op de hoge oostkant van de Hondsrug is/was de rijkdom aan zwerfstenen groot. De zwerfkeien waren daar vroeger zo talrijk dat ze aan de basis stonden van een complete bedrijfstak. Vele honderden mensen verdienden in de 19e eeuw hun dagelijks brood met het delven, transporteren en kloppen van 'keistenen' voor wegaanleg en erfverharding. Ook de zeeweringen aan de Hollandse kant van de voormalige Zuiderzee werden bekleed met grote Hondsrugkeien.

 

In de voormalige Zuiderzeedijk langs het Markermeer zijn veel zwerfstenen uit het Hondsrug-gebied verwerkt.

De rijkdom aan zwerfstenen (erratica) in de Oost-Baltische Emmen-keileem bij Nieuw-Dordrecht bleek duidelijk bij het graven van het Koning Alexanderkanaal. De zwerfblokken zijn ter plaatse door zwerfsteenkunstenaar Derk den Boer in een zwerfsteenmonument verwerkt.

 

De rijkdom aan zwerfstenen is gekoppeld aan een keileemsoort, die binnen het Hondsrug-complex vooral op de hogere delen van de keileemruggen voorkomt. Onverweerd is deze keileem zeer kalkrijk en bruinrood van kleur. In de bodemkunde wordt dit keileemtype ‘rode keileem’ genoemd. Dit ter onderscheid met een tweede keileemsoort, die in vochtige toestand donkergrijs is. De rode keileem ligt in het Hondsrug-gebied boven op de grijze keileem. Beide keileemtypen hebben een eigen naam. Ze maken deel uit van een gezelschap keileemtypen, die in ons land op grond van lithologie, kleur en zwerfsteeninhoud worden onderscheiden (Zandstra 1983).

In de vorm van scherp begrensde onregelmatige pakketten, schollen en slierten komt plaatselijk in het Hondsrug-gebied in de rode keileem nog een derde type kalkrijke keileem voor. Deze bezit een rossig rode tint en is bijzonder kleirijk. Het verschil in lithologie met de omringende rode keileem is groot (voor meer details zie hieronder)

Op enkele locaties na, zijn alle drie keileemtypen chemisch verweerd en uitgeloogd, waardoor ze nu kalkvrij zijn. Hier komt bij dat de oorspronkelijke kleur door oxidatie ook is verdwenen. Dit heeft tot gevolg dat deze keileemtypen van enige afstand in het veld niet van elkaar te onderscheiden zijn.

 

Profiel in Assen-keileem - Gieten (Dr.)

Bij de reconstructie van de N33 en de N34 kwam bij de voormalige rotonde en ruim 4 meter dik pakket Assen-keileem te voorschijn. De keileem is de ontkalkte versie van de Noordhorn-keileem. Op ca. 1/4 van onderen is een roestbruine lijn zichtbaar, die twee afzettingsfasen van dit keileem-type scheidt. De keileem onder de scheidingslijn is duidelijk zandiger dan die daarboven.

 

 

Twee keileemtypen op de oostelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten (Dr.)

De ontkalkte Assen-keileem bevat doorgaans veel vuursteen. Onder de stippellijn is in de roestbruin geoxideerde keileem en brok zwarte vuursteen zichtbaar. Boven de stippellijn ligt de zwerfsteenrijke Emmen-keileem.

Noordhorn-keileem - Kreupelstraat, Groningen

Oorspronkelijk waren alle keileem-typen in het Saalien kalkrijk. Door verwering en uitloging raakten ze veelal ontkalkt. De kalkrijke versie op de foto noemt men Noordhorn-keileem. De grijze stenen in de keileem zijn Paleozoïsche kalkstenen.

Aland-rapakivi in grijs gereduceerde Assen-keileem - Westelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten

Het Oost-Baltische karakter van de Hondsrug-keilemen wordt gedemonstreerd door de aanwezigheid van grote aantallen roodachtige rapakivi-granieten. Op de foto is een Aland-rapakivi aan zijn witte ringen te herkennen.

 

Noordhorn-keileem op de oostelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten

De onverweerde kalkrijke Noordhorn-keileem bevat veel overwegend kleine kalkstenen van Ordovicische en Silurische ouderdom. Ze zijn op de foto aan de grijswitte witte stenen te herkennen.

Noordhorn-keileem - N33 bij Gieten

Op de foto zijn twee vuurstenen (grijs en wit/zwart) te herkennen onder een grijze Paleozoïsche kalksteen. De kleinere steentjes zijn ook kalkstenen. Noordhorn-keileem bevat veel vuursteen in tegenstelling tot de Nieuweschoot- en Emmen-keileem.

Verdieping

In Nederland onderscheidt men een aantal keileemtypen. Doordat de meeste sinds hun afzetting chemisch verweerd en vaak uitgeloogd zijn, zijn ze meestal kalkloos. Bij keileem-onderzoek maakt men daarom onderscheid tussen onverweerde, kalkrijke keileemtypen en die welke door verwering en uitloging hun kalkgehalte en daarmee ook hun kalkzwerfstenen zijn kwijtgeraakt. Hoewel deze keilemen in feite hetzelfde type vertegenwoordigen, hebben ze in de keileemclassificatie van Zandstra (1983) aparte namen gekregen.

Uitgaande van deze classificatie komen op de keileemruggen binnen het Hondsrugcomplex zes keileem-typen voor. In onverweerde toestand zijn dit Noordhorn-keileem, Nieuweschoot-keileem en Voorst-keileem. In verweerde, kalkloze toestand spreekt men respectievelijk van Assen-keileem, Emmen-keileem en Oudemirdum-keileem.

De twee belangrijkste keileemsoorten binnen het Hondsrug-complex zijn Noordhorn/Assen-keileem en Nieuweschoot/Emmen-keileem. Het Noordhorn/Assen-type vormt in het Hondsrug-gebied de onderste keileem. De Nieuweschoot/Emmen-keileem ligt hier boven op. Deze laatste vormt vaak langgerekte, geïsoleerde ‘eilanden’ op een onderlaag van Noordhorn/Assen-keileem, met name op de hogere delen van de zandruggen. Aangezien in het Hondsrug-gebied verweerde keileemtypen in de meerderheid zijn, wordt in de literatuur meestal gesproken van Assen- en Emmen-keileem. Beide Oost-Baltische keilemen rekent men tot de Assen-groep. De kalkloze Oudemirdum-keileem is slechts hier en daar in het Hondsrug-gebied aangetroffen. In verweerde toestand is dit keileem-type visueel nauwelijks van de overige keilemen te onderscheiden.

Waar in de tekst hieronder gesproken wordt over kristallijne zwerfstenen en/of gidsgesteenten, worden beide Hondsrug-keilemen, kalkrijk of kalkvrij, aangeduid als Nieuweschoot/Emmen-keileem en Noordhorn/Assen-keileem. Waar de samenstelling van Paleozoïsche kalkzwerfstenen ter sprake komt, leest u alleen de naam van het onverweerde kalkrijke keileemtype, dus Nieuweschoot- of Noordhorn-keileem. Immers, kalkstenen ontbreken in de varianten Assen- en Emmen-keileem.

 

 

Nieuweschoot-/Emmen-keileem met een lens gedeformeerd  smeltwaterzand - N33 bij Gieten.

Op de oostelijke tak van de Hondsrug bij Gieten is een dik pakket Oost-Baltische Nieuweschoot-/Emmen-keileem ontsloten met daarin grotere en kleinere lenzen en lagen sterk gedeformeerde, rossig gekleurde smeltwaterzanden.

Roestbruin geoxideerde Emmen-keileem met grote zwerfblokken van rapakivi-graniet bij Emmerschans.

Emmen-keileem is de ontkalkte versie van Nieuweschoot-keileem. Beide keileemtypen vormen de bovenliggende keileemafzetting in het Hondsrug-gebied.

Zwerfsteenbestrooiing (keizandniveau) van Emmen-keileem bij Nieuw-Dordrecht

Nieuweschoot-/Emmen-keileem is extreem rijk aan zwerfstenen. De keien zijn vrijwel zonder uitzondering afkomstig uit het noordoosten van de Oostzee, Zuidwest-Finland, de Botnische Golf en Noord-Zweden.

 

 

Uitgespoeld keizandniveau met veel zwerfstenen vormt de top van de Emmen-keileem bij Nieuw-Dordrecht.

Nieuweschoot-keileem op de oostelijke Hondsrugtak langs de N33 bij Gieten

Deze keileem bevat veel zwerfstenen waaronder zeer veel Paleozoïsche kalkstenen. Op sommige plaatsen is de rijkdom aan erratica zo groot dat sprake is van keienpakkingen. Op de noordelijke Hondsrug tussen Haren en Groningen komt is dit regelmatig het geval, bij Gieten werd dit ook vastgesteld, zij het in mindere mate.

 

 

Nieuweschoot-keileem - Huize De Wolf, Haren (Gr.)

Het gehalte aan Ordovicische en Silurische kalkstenen in dit keileemtype is opmerkelijk. In het gezelschap komen vrij veel fossiele Silurische koralen voor.

Nieuweschoot-keileem, keienpakking - N33 bij Gieten

In een sterk lemige, grofzandige omgeving liggen kleinere en grotere zwerfstenen, waaronder bijzonder veel Paleozoïsche kalkstenen mannetje aan mannetje naast elkaar. De grootste steen bovenaan is een kettingkoraal (Halysites)

 

Nieuweschoot-keileem met een geelbruine dolomietische kalksteen - Kreupelstraat, Groningen.

Het zwerfsteengezelschap in Hondsrug-keilemen

Hondsrug-keilemen bezitten een Oost-Baltische samenstelling, zij het de één meer dan de ander. Het percentage gidsgesteenten uit het Noord- en Oost-Balticum ligt tussen de 70 en 100%. Het laatste percentage komt uitsluitend voor in Nieuweschoot/Emmenkeileem. In Noordhorn/Assenkeileem schommelt het percentage Oost-Baltische zwerfstenen rond 70-80%. Rapakivi-granieten komen in beide keileemtypen talrijk voor, hoewel het sortiment verschillend is.

Ondanks het gemeenschappelijke Oost-Baltische karakter bestaan er tussen Noordhorn/Assen- en Nieuweschoot/Emmenkeileem opmerkelijke verschillen. Noordhorn-keileem bevat altijd vuursteen, soms vrij veel zelfs. Verder komen in deze keileem ook altijd kristallijne zwerfstenen voor uit Zuid-Zweden, naast zwerfstenen uit Midden-Zweden (Dalarne-porfieren). Deze zwerfsteen-typen ontbreken in Nieuweschoot/Emmenkeileem. De zeer weinige vuursteensplinters die in zeefmonsters van dit laatste keileem-type worden aangetroffen, betreffen vrijwel nooit Krijtvuursteen. Het zijn hoogst waarschijnlijk fragmenten van verkiezelingen uit Paleozoïsche kalkafzettingen in het noordoostelijke Oostzeegebied en de Botnische Golf.

Ook in het Oost-Baltische kristallijne zwerfsteenspectrum bestaan duidelijke verschillen. In Nieuweschoot/Emmenkeileem is het percentage gidsgesteenten uit Noord-Zweden groter. De talrijke vondsten van Sorsele-graniet en andere Norrland-granieten komen vooral uit dit keileemtype. Verschillen zien we ook in het gezelschap rapakivi-granieten. In Nieuweschoot/Emmenkeileem zijn rapakivi’s uit Noord-Zweden talrijker dan in Noordhorn/Assenkeileem. Dit geldt in versterkte mate voor rapakivi’s uit het kleine rapakivi-massief van Kökar, zuidoostelijk van de Alandeilanden. Zwerfstenen van grootkorrelige Kökar rapakivi-graniet, Pyterliet, prick-graniet en Finse graniet-porfier zijn in de Nieuweschoot/Assenkeileem talrijker en komen ook in een groter typensortiment voor.

 

Voorbeelden van kristallijne en sedimentaire zwerfstenen uit Nieuweschoot/Emmenkeileem

 

Alandrapakivi - Zwerfsteen van Gieten

Herkomst Aland-eilanden (Zuidwest-Finland)

Pyterliet van Kökar - Zwerfsteen van Ellertshaar

Herkomst Kökar-archipel, zuidoostelijk van Aland (Zuidwest-Finland)

 

Rode Oostzee-porfier, ignimbritisch type - Zwerfsteen van Ellertshaar

Herkomst waarschijnlijk Noord-Baltisch rapakivi-plutoon in de noordoostelijke Oostzee.

 

Sorselegraniet, grijs type - Zwerfsteen van Exloo

Herkomst omgeving Sorsele in Zweeds Lapland

Grijsgroene beyrichiënkalk met brachiopoden (Dalmanella canaliculata) - Zwerfsteen van Groningen

Herkomst Oostzee-gebied rond het eiland Saaremaa (Estland)

 

Silurische koralenkalk - Zwerfsteen van Gieten

Herkomst Oostzee-gebied rond het eiland Saaremaa (Estland)

Fossiele Silurische koraal (Favosites staringii) - Zwerfsteen van Groningen

Herkomst Oostzee-bodem rond het eiland Saaremaa (Estland)

Quetschstein van dolomiet - Zwerfsteen van Groningen

In Nieuweschoot-keileem komen in verhouding veel gebarsten en gebroken zwerfstenen voor, zowel kristallijn als kalksteen. Door secundaire verkitting zijn deze tot breccies aaneengekit. Deze breccies noemt men Quetschsteine. 

 

Sedimentaire zwerfstenen in Oost-Baltische keileem

Nemen we de sedimentaire zwerfstenen in beide keilemen onder de loep, dan blijken de verschillen nog overtuigender, met name in de kalkrijke keileemvarianten. Uit de samenstelling blijkt dat in Nieuweschoot-keileem sedimentaire zwerfsteentypen uit gebieden zuidelijk van Letland en het aangrenzend deel van het Oostzee-gebied ontbreken. Ook de Paleozoïsche kalkstenen laten verschillen zien, zowel in petrografisch opzicht als in sortiment.

De zeer talrijke Silurische beyrichiënkalken in Nieuweschoot-keileem zijn veelal grijsgroen en geelachtig grijsgroen. Die uit Noordhorn-keileem daarentegen zijn vaker blauwgrijs. Uit het sortiment kalksteensoorten blijkt dat die in Nieuweschoot-keileem nauw aansluiten bij kalksteensoorten uit Estland en aangrenzend Oostzeegebied. Kalkstenen uit Noordhorn-keileem komen voornamelijk van de bodem van de Oostzee, oostelijk en zuidoostelijk van het Zweedse eiland Gotland. Qua kleur en typologie sluiten deze meer aan bij die van het eiland Gotland.

 

Voorbeelden van kristallijne zwerfstenen uit Noordhorn/Assenkeileem

 

Alandrapakivi - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.)

Herkomst Aland-eilanden (Zuidwest-Finland).

Vangagraniet - Zwerfsteen van Borger (Dr.)

Herkomst Zuid-Zweden

 

 

Bonte Växiö-graniet - Donderboerkamp, Norg (Dr.)

Herkomst provincie Smaland (Zuid-Zweden). Dit graniet-type uit Smaland komt sterk overeen met Siljan-graniet uit Midden-Zweden)

 

Dichte Schonen-basalt - Zwerfsteen van Exloo (Dr.)

Herkomst provincie Skane in Zuid-Zweden

Heel opvallend in Nieuweschoot-keileem is het hoge percentage Silurische en Devonische dolomietische kalkstenen. Zwerfstenen ervan komen in talloze variaties voor. In Noordhorn-keileem ontbreken dolomieten nagenoeg geheel.

Wat de overige sedimentaire zwerfsteensoorten betreft, wijkt Noordhorn-keileem hierin ook sterk af van Nieuweschoot-keileem. Zo worden uit Noordhorn-keileem naast Krijtvuursteen en wit schrijfkrijt vondsten gemeld van o.m. zwarte Cambrische bitumineuze stinkkalk, Ordovicische zwarte en rode orthocerenkalk,, Silurische graptolietenlei en Tertiaire vezelcalciet. Deze laatste is afkomstig uit Eocene tufafzettingen in het Skagerrak. In Nieuweschoot-keileem ontbreken deze zwerfsteensoorten. Uit alles blijkt dat West-Baltische sedimentaire zwerfsteen-typen een wezenlijk onderdeel uitmaken van het zwerfsteengezelschap in Noordhorn-keileem, maar dat deze in Nieuweschootkeileem ontbreken.

 

Sedimentaire zwerfstenen uit Noordhorn-keileem

 

Grijsblauwe Silurische beyrichiënkalk - Zwerfsteen van Groningen

Rode orthocerenkalk - Zwerfsteen van Groningen

Op het breukvlak is een pygidium aanwezig van de trilobiet Megistaspis limbata.

 

Vuursteenknol - Zwerfsteen van Gieten

Grotendeels onbeschadigde vuursteenknol, vrijwel rondom met grijswitte cortex. In Duitsland zijn vuurstenen met een gat er in veel gezochte objecten. Men noemt ze 'Hühnergötter'. Opgehangen aan de schuurdeur zouden ze veeziekten afweren. En als het voor dieren geldt, waarom dan niet voor mensen....

 

Faxekalk - Zwerfsteen van Groningen

Faxekalk is een cretaceïsche kalksteen, die als vaste rots voorkomt bij Faxe op het Deense eiland Seeland. Faxekalk zit vol afdrukken van koraaltakjes.

Het voorkomen van drie Oost-Baltische keilemen (Noordhorn, Nieuweschoot, Voorst en hun kalkvrije pendanten)) op de zand/keileemruggen van het Hondsrugcomplex, is bijzonder. Voor zover bekend komt dit nergens in vergelijkbare vorm voor, niet in westelijk Nedersaksen in Duitsland en ook niet verderop in de eindmorene van het Warthe-stadium in het Wendland. Keileem met een zwerfsteensamenstelling vergelijkbaar met het Noordhorn/Assentype komt verspreid voor in het Emsland en meer aaneengesloten in het Oldenburgerland. Pas bij Hamburg en vooral ten zuidoosten daarvan bij Vastorf, Scharnebeck, Bleckede-Breetze, de Clenzer Schweiz en in de Göhrde vinden we Oost-Baltische zwerfsteengezelschappen die in hoge mate overeen komen met die uit Nieuweschoot/Emmenkeileem.

 

Zwerfsteengezelschappen in keileem van het Warthe-stadium

 

Oost-Baltische rode keileem is in een 1,5 tot 2 meter dikke laag ontsloten in de groeve Paetzmann bij Vastorf, zuidoostelijk van Lüneburg in Duitsland. Dit keileemtype bevat een zwerfsteengezelschap dat nagenoeg identiek is aan die welke in de Nieuweschoot-keileem in het Hondsrug-gebied wordt aangetroffen.

 

Oost-en West-Baltische, deels ontkalkte keileem op een onderlaag van warvenklei in de zandgroeve van Paetzmann bij Vastorf.

Tussen Barendorf en Vastorf, zuidoostelijk van Lüneburg en in het Wendland komt plaatselijk een 1-2 m dikke, roodbruine, kalksteenrijke keileem voor, dat gescheiden door een afzetting met smeltwaterzand, boven op een keileem-type ligt met een West-Baltische samenstelling. De zwerfstenen uit deze onderste keileemlaag hebben een West-Baltische samenstelling. Zwerfstenen in de roodbruine keileemafzetting daarboven bezitten een Oost-Baltische samenstelling. West-Baltische zwerfsteentypen ontbreken daarin. Paleozoïsche kalkstenen daarentegen zijn opvallend aanwezig, naast dolomietische kalkstenen. Beide laatste zijn veelal van Vroeg- en Midden-Devonische ouderdom. Ze bevatten vaak glimmend bruinzwarte schubjes en stekelfragmenten van pantservissen.

Deze kalkrijke bovenste keileem stamt hoogstwaarschijnlijk uit hetzelfde brongebied als de Nieuweschoot-keileem in het Hondsruggebied en heeft evenals deze vanaf Letland geen contact meer heeft gehad met de ondergrond. Het transport van deze roodbruine keileem vond dus net als Nieuweschoot-keileem op een hoger niveau – englaciaal- in het landijs plaats.

 

Steenstorten in een zandgroeve bij Vastorf (Dld.)

De hopen stenen geven een indruk van de enorme rijkdom aan zwerfkeien. De meeste stenen komen uit de Oost-Baltische rode keileem.

Op de hoop met meer handzame zwerfstenen was het zoeken een bijzondere ervaring. West- en Oost-Baltische zwerfsteensoorten, zowel kristallijn als sedimentair waren in grote aantallen te vinden.

 

Profiel in Vastorf met onderaan fijnkorrelige gelaagde smeltwaterzanden uit het Elsterien.

Tussen een toplaag van West-Baltische keileem en ongestoorde smeltwaterzanden uit het Elsterien bevindt zich zandlaag waarin de gelaagdheid sterk door cryoturbatie? verstoord is. 

 

Sterk cryoturbaat verstoorde afzetting van smeltwaterzand uit het Saalien. De deformaties in het zand dateren uit de periode voordat het Warthe-ijs het gebied bedekte.

Tabulate en rugose koralen die zo karakteristiek zijn voor de Nieuweschoot-keileem op de noordelijke Hondsrug en verder bij Gieten en in Emmen, komen in de bovenste keileem bij Vastorf ook voor, zij het minder in aantal. Vuursteen ontbreekt nagenoeg geheel. Dit Oost-Baltische zwerfsteengezelschap in de Warthe-keileem bij Vastorf staat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw bekend als 'Vastorfer Geschiebegemeinschaft'. Vergelijkbare zwerfsteengezelschappen als bij Vastorf worden ook op andere plaatsen in het Wendland aangetroffen (Bevensen, Bleckede, Volksdorf, Mehlfien, Govelin).

De Paleozoïsche kalkstenen komen in hun petrografische kenmerken en qua soortensamenstelling overeen met die in de Nieuweschoot-keileem in het Hondsrug-gebied.

 

Keizandniveau

Op talrijke plaatsen in de Warthe eindmorene-gordel is de keileem door erosie verdwenen. Dit moet vooral in de laatste ijstijd, tijdens het Pleniglaciaal hebben plaatsgevonden. In die tijd is er door uitspoeling en verwaaiing bijzonder veel zand en leem verplaatst. Alleen de grove bestanddelen bleven liggen. Deze laag die zeer rijk aan zwerfstenen is, noemt men keizand. In het gebied van de Göhrde in het Wendland ligt deze keizandlaag op een pakket fijnkorrelige, stuifgevoelige smeltwaterzanden. De hoeveelheid zwerfstenen die na de oogst opzij van de akkers op hopen worden gestort, is indrukwekkend. Door verwering en uitloging zijn de Paleozoïsche kalkstenen uit het zwerfsteengezelschap verdwenen.

 

De rijkdom aan zwerfstenen in de Göhrde in het Wendland, zuidoostelijk van Lüneburg, is op sommige plaatsen bijzonder groot. De stenen komen uit keizandniveau's die op de akkers wordt aangesneden.

In de Göhrde is keileem grotendeels door erosie verdwenen. Alleen de zware bestanddelen bleven in het landschap achter. De bouwvoor met zwerfstenen wordt door het aanploegen gemengd met zeer fijn smeltwaterzand, dat bijzonder stuifgevoelig is.

 

 

Verstuivend smeltwaterzand op akkers bij Zernin, zuidoostelijk van Lüneburg in april 2012.

De zaailingen van peulvruchten op deze zandakker zijn door verstuivend zand volkomen kapot gestoven - Govelin, april 2012

'Lesesteine' bij Govelin, die na de oogst op hopen opzij van de akker worden geworpen. Door erosie van de oorspronkelijk aanwezige West- en Oost-Baltische keilemen zijn de zwerfstenen daaruit met elkaar gemengd.

Deze zwerfsteenhoop geeft een indruk van de enorme zwerfsteenrijkdom die op sommige akkerpercelen in de Göhrde bij Govelin voorkomen. Op de akkers komen West- en Oost-Baltische zwerfstenen naast elkaar voor.

 

 

In de keizandgebieden komen we een mix tegen van West- en Oost-Baltische zwerfsteentypen, waarbij de Oost-Baltische in de meerderheid zijn. Rapakivi's nemen in dit gezelschap een zeer belangrijke plaats in. Opvallend is dat de soortensamenstelling van de rapakivizwerfstenen niet verschilt van die uit de Nieuweschoot/Emmenkeileem in het Hondsruggebied.

Conclusie

Keileemafzettingen met een Oost-Baltische samenstelling komen in ons land en in Noord-Duitsland op talrijke plaatsen voor. Van de keileemtypen in het Hondsrug-gebied is de Noordhorn/Assen-keileem het meest verbreid. Deze keileem is rijk aan vuursteen. Op de hogere delen van de zandruggen wordt dit keileemtype bedekt door Nieuweschoot/Emmenkeileem. Dit keileem-type is zeer rijk aan zwerfstenen. Vuursteen is hierin afwezig. In onverweerde toestand is deze keileem karakteristiek bruinrood van kleur en zeer kalkrijk.

Vergeleken met Noordhorn/Assen-keileem is het zwerfsteengezelschap in Nieuweschoot/Emmen-keileem extreem Oost-Baltisch van samenstelling. Gidsgesteenten uit Midden- en Zuid-Zweden, de zuidelijke Oostzee en Denemarken ontbreken geheel. Meermalen blijkt uit zwerfsteen-inventarisaties dat 100% van de gidsgesteenten in Nieuweschoot/Emmen-keileem afkomstig is uit Noord-Zweden, Botnische Golf, Aland-eilanden en de noordoostelijke Oostzee..

Vuursteenarm keileem met een Oost-Baltisch karakter wordt in ons land buiten het Hondsrug-gebied verspreid aangetroffen in Friesland en in de Noordoostpolder, meestal in de vorm van geïsoleerde voorkomens (schollenkeileem).

In het Duitse Emsland vormt Oost-Baltische keileem eveneens geïsoleerde voorkomens. Deze liggen ingebed in een omgeving met voornamelijk zwerfstenen van West-Baltische herkomst. Of deze voorkomens overeen komen met die van Voorst/Oudemirdum-keileem of dat deze meer aansluiten bij het Noordhorn/Assen keileem-type, is niet duidelijk. Verder oostwaarts in het Oldenburgerland neemt Oost-Baltische keileem grotere oppervlakken in. Uit zwerfsteenonderzoek blijkt dat het voornaamste keileemtype overeenkomsten vertoont met vuursteenrijke Noordhorn/Assen-keileem.

 

De eindmorenegordel van het Warthe-stadium heeft een bijzonder aantrekkelijk, afwisselend landschap met akkers, bossen en beekdalen doen ontstaan.

Het heide-parklandschap van de 'Breesder Grund' bij Govelin in de Göhrde is een oud Hudewald.

 

 

Nog verder oostwaarts in Nedersaksen treffen we pas zuidoostelijk van Hamburg, in de eindmorenegordel van het Warthe-stadium opnieuw Oost-Baltische zwerfsteen-gezelschappen aan. In de omgeving van Bienenbüttel, Vastorf, Barendorf, Bevensen en Mehlfien komt een Oost-Baltisch keileem-type voor dat in samenstelling en zwerfsteenrijkdom equivalent lijkt te zijn aan de Nieuweschoot-keileem in het Hondsrug-gebied. Het zwerfsteengezelschap daarin staat bekend als 'Vastorfer Geschiebegemeinschaft'. Deze keileem vormt de bovenste van twee keileem-typen. De onderste keileem bezit een West-Baltische samenstelling.

Zuidoostelijk hiervan, bij Govelin in de Göhrde, ontbreekt keileem veelal. Hier komt een keizandniveau voor dat zeer rijk is aan zwerfstenen. Oost-en West-Baltische zwerfstenen zijn er bijzonder talrijk. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met het verweringsresidu van dezelfde twee keileemtypen die bij Vastorf, zuidoostelijk van Lüneburg worden aangetroffen.

 

In de uitgestrekte zandgroeve bij Breetze in het Wendland worden smeltwaterzanden uit het Saalien geëxploiteerd. In het zand komen snoeren, banken en pakkingen van sterk afgerolde zwerfstenen voor. West- en Oost-Baltische zwerfsteensoorten komen door elkaar voor. Rapakivi's zijn erg talrijk.

 

Het is plezierig zoeken op de enorme zwerfsteenhopen. De keien zijn 'handzaam' afgerond en betrekkelijk schoon, waardoor herkenning niet moeilijk is.

Onderzoek in het Noordzeegebied wijst er op dat het landijs op het eind van het Saalien in en ten noorden van ons land een brede tongvormige uitstulping naar het westen vormde. In dit ijsveld is een drainagesysteem van ijsstromen ontstaan, waaronder die van de Hondsrug-ijsstroom. De tongvormige uitstulping van de landijskap werd gevoed door ijs van Oost-Baltische herkomst, dat via de zuidelijke Oostzee naar het westen bewoog. Deze westwaartse beweging van Oost-Baltisch landijs zou de rijkdom kunnen verklaren aan vuursteen, schrijfkrijt en losse cretaceïsche mesofossielen als sponsjes, koraaltjes en bryozoën in Noordhorn-keileem.

De Hondsrug-ijsstroom draineerde in zijn bovenloop een deel van deze ijslob en heeft grote hoeveelheden ijs en morenemateriaal in NW-ZO richting getransporteerd. De afwijkende NW-ZO stroomrichting van het ijs en de snelheid ervan zou beïnvloed en misschien wel gestuurd kunnen zijn door een kalvende ijsrand in het grote Münster smeltwatermeer en het periodieke overstromen daarin van het eveneens zeer grote Wezer-smeltwatermeer, oostelijk daarvan.

 

Reconstructie van de landijsuitbreiding in het Saalien

In de brede ijslob, die ook half Nederland bedekte, is op het laatst van de Saale-vergletsjering in ons land, toen de ijskap aan aftakeling onderhevig was, de Hondsrug-ijsstroom ontstaan. De NW-ZO-richting waarin het ijs bewoog, is waarschijnlijk in belangrijke mate beïnvloed/gestuurd door afkalvingsprocessen in het grote Münsterland smeltwatermeer.

 

In ijsstromen, zoals hier op Antactica, stroomt het ijs vele malen sneller dan het ijs aan weerszijden ervan. De ijsstromen kunnen honderden kilometers lang zijn, tientallen kilometers breed en vele honderden meters dik. IJsstromen draineren stroomopwaarts een groot ijsveld. De afvoer van ijs via ijsstromen is enorm. 

Het is overigens opvallend dat het landijs zich in Noord-Duitsland op het eind van het Elsterien, Saalien en ook het Weichselien vooral in westelijke richting bewoog. Hierbij werden voornamelijk keilemen met een Oost-Baltische samenstelling afgezet. Klaarblijkelijk volgde het landijs in de eindfase van deze glacialen een baan door de Botnische Golf, over de Alandeilanden en door het oostelijke deel van de Oostzeetrog, voordat het ijs in het zuidelijke Oostzeegebied naar het westen afboog. Dit zou veroorzaakt kunnen zijn door het geleidelijk oostwaarts opschuiven van de ijsscheiding op de landijskap.

De koppeling tussen de Nieuweschoot-keileem in het Hondsrug-gebied en de Oost-Baltische vuursteenvrije keileem bij Vastorf is dat deze laatste weliswaar iets jonger is, maar dat beide een vrijwel identieke zwerfsteensamenstelling bezitten en ongetwijfeld hetzelfde brongebied delen. Beide keilemen stammen ook uit een late fase van de vergletsjering tijdens het Saalien. Doordat in beide keilemen Zuid- en West-Baltische zwerfsteentypen ontbreken, bestaat het vermoeden dat deze keilemen ter hoogte van Letland het contact met de ondergrond in het oostelijke Oostzeegebied verloren en verder englaciaal, op een hoger niveau in het landijs, zuid- en zuidwestwaarts zijn getransporteerd.

Old Red zandsteen bij Kallaste aan het Peipusmeer

Old Red zandsteen komt vooral voor in de zuidelijke helft van Estland, Letland maar ook westelijk daarvan op de bodem van de Oostzee. Het landijs heeft uit deze Devonische afzettingen veel componenten opgenomen, inclusief rode kleiìge bestanddelen. De Nieuweschoot-keileem en ook de verwante Voorst-keileem in het Hondsrug-gebied danken daaraan hun karakteristieke roodachtige tint.

 

 

De woestijn-rode Vroeg-Devonische Old Red zandsteen is op verschillende plaatsen langs de oevers van het Peipusmeer in het oosten van Estland ontsloten.

De Old Red zandsteen is op talrijke plaatsen slecht verkit, waardoor het door erosie weer makkelijk in zand uiteen valt. Het zand heeft een roodachtige tot geelbruine kleur.

 

De rode kleur van Old Red zandsteen wordt veroorzaakt door dunne hematiethuidjes, die de zandkorrels omhullen. 

De karakteristieke bruinrode kleur van beide keilemen wordt veroorzaakt door opname van veel bestanddelen uit de Vroeg-Devonische Old Red zandsteen in het noordoostelijke Oostee-gebied. De aanwezigheid van zwerfstenen van Old Red zandsteen en dolomiet wijst daar op.

 

Los zand dat door verwering van Old Red zandsteen ontstaat, is op en aantal plaatsen in Estland door de wind tot duinen opgewaaid. De gelaagdheid en de kleur van het zand komt fraai overeen met het rossig gekleurde zand dat in de Nieuweschoot-keileem op de noordelijke Hondsrug en bij Gieten is aangetroffen.

Lens van smeltwaterzand in Nieuweschootkeileem / N33 bij Gieten

Het smeltwaterzand vormt zeer onregelmatige lenzen, banden en meer aaneengesloten pakketten in de Nieuweschoot-keileem, dikwijls afgewisseld door kalksteenrijk smeltwatergrind. De afzettingen zijn door supraglaciale en/of englaciale uitspoeling ontstaan en raakten bij de afsmelting van het landijs aan het eind van het Saalien sterk gedeformeerd. Een belangrijk percentage van de zandkorrels is afkomstig uit de Old Red zandsteen in Estland, Letland en de voortzetting daarvan op de bodem van de Oostzee.

 

Terzijde

Old-Red zandsteen

In Noordwest-Europa was in het Vroeg-Devoon door het botsen van continenten een grote landmassa ontstaan uit de oercontinenten Baltica en Laurentia. Dit nieuwe continent noemt men het Old Red Continent. Over grote oppervlakten werd tussen 408-370 miljoen jaar geleden in een droog, warm klimaat een kilometers dik pakket zand afgezet met kleiïge inschakelingen. Het vele zand was vooral afkomstig van verwerende Silurische gesteenten die tijdens de Caledonische gebergtevorming opgeheven waren. Behalve Engeland, Ierland en Schotland, maakten ook Estland, Letland en het aangrenzend gedeelte van de Oostzee deel uit van dit paleocontinent.

De opvallend rode kleur van de zandsteen wordt veroorzaakt door hematiet, dat dunne huidjes om de zandkorrels vormt. De kleur is een aanwijzing voor een warm continentaal klimaat, vergelijkbaar met dat in het latere Trias (Bontzandsteen).

De binding van de zandkorrels in Old Red zandsteen is doorgaans slecht, waardoor deze makkelijk tot los zand verweert. Langs het grote Peipusmeer in Estland, bestaan de kleurige stranden op talrijke plaatsen uit zand van verweerde Old Red zandsteen. Ook de kleiafzettingen in de Old Red zandsteen zijn bruinrood van kleur.

De roodbruine keileem bij Vastorf in Duitsland en ook de Nieuweschoot- en Voorst-keileem in het Hondsrug-gebied danken hun typische rossig roodbruine kleur aan opname van materiaal uit deze Old red zandsteen. Ook de talrijke inschakelingen en lenzen van smeltwaterzand in Nieuweschoot-keileem bestaan voor een belangrijk deel uit zandkorrels afkomstig van verweerde Old red zandsteen.